Wereldhandel Afrikaanse landen proberen hun economische partners al jaren te diversifiëren. Toch laat de Iran-crisis zien hoe moeilijk het blijft om geopolitieke schokken te vermijden. Drie vragen over hoe de Iran-crisis het Afrikaanse continent raakt.
Een gasfakkel schiet in de lucht bij een olieraffinaderij en kustmestfabriek van Dangote Industry in Lagos, Nigeria.
Het heeft iets van een terugkerend ritueel. Elke nieuwe crisis in het Midden-Oosten roept dezelfde vraag op: blijft de olie stromen? Volgens de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa kan de huidige escalatie ook de wereldeconomie, inclusief Afrika, raken. Hij verwees woensdag naar de Straat van Hormuz, de smalle doorgang tussen Iran en Oman waar dagelijks meer dan een kwart van de wereldwijde oliehandel over zee doorheen vaart. Ramaphosa staat niet alleen in zijn analyse en waarschuwing; voor veel Afrikaanse leiders kondigt de oorlog zich ook aan als een logistiek probleem.
Toen Israël en de VS zaterdag 28 februari de eerste raketten afvuurden op Iran, reageerde Mahamoud Ali Youssouf, voorzitter van de Commissie van de Afrikaanse Unie (AUC), vrijwel onmiddellijk met een waarschuwing. Verdere escalatie, stelde hij, kan ernstige gevolgen hebben voor energieprijzen, voedselzekerheid en de economische weerbaarheid van het Afrikaanse continent. Het was een opvallend nuchtere manier om naar de oorlog te kijken. Niet louter als een diplomatiek vraagstuk maar als een militair conflict met een mogelijke economische schokgolf tot gevolg. Drie vragen over waarom de oorlog rond Iran Afrikaanse economieën raakt.
Voor veel Afrikaanse economieën – lang niet voor allemaal in dezelfde mate – heeft onrust in de Golf vrijwel onmiddellijk economische gevolgen. Hoewel Afrika zelf olie produceert, importeren de meeste landen hun brandstof, vaak uit de Golf. Vooral importafhankelijke economieën in de Hoorn van Afrika, zoals Djibouti, Somalië en Kenia, merken de gevolgen snel. „Voor veel landen in Sub-Sahara Afrika zijn prijsstijgingen bovendien moeilijker op te vangen dan in Europa”, zegt Andrew Farrand, analist bij geopolitiek adviesbureau Horizon Engage. „Daar ontbreken vaak de buffers om duurdere energie op te vangen.”
De afgelopen week was de nervositeit op de oliemarkt én in de scheepvaart als gevolg van de Iran-oorlog goed te zien. De prijs voor olie en gas schoot omhoog – de prijs voor een vat olie (brent) ligt al boven de 90 dollar. Schepen kwamen stil te liggen bij de Straat van Hormuz, terwijl andere routes onder druk kwamen te staan en rederijen soms moeten uitwijken naar langere trajecten via de Kaap de Goede Hoop.
Analisten waarschuwen dat bij een aanhoudende escalatie de grens van 100 dollar per vat olie opnieuw in zicht kan komen. Al heeft „de oliemarkt nog uitwegen”, zegt Farrand, verwijzend naar Saoedi-Arabië dat de infrastructuur heeft om zijn export te spreiden, bijvoorbeeld via terminals aan de Rode Zee. „Daardoor blijft een deel van de olie op de markt en blijft een volledige prijsexplosie voorlopig uit.”
Voor olieproducerende landen uit Afrika kan een hogere prijs ondertussen juist tijdelijk wat ademruimte brengen in de vorm van budgettaire verlichting. Neem Nigeria, dat rond de anderhalf miljoen vaten per dag produceert en tot 2028 uitgaat van een exportprijs (voor Bonny Light) rond 65 dollar per vat. De afgelopen dagen kwam die prijs al boven de 90 dollar per vat. Dat kan de overheid op korte termijn meer exportinkomsten en dollars opleveren, en zo enige ruimte geven om begrotingsdruk en financieringsproblemen op te vangen. Ook andere Afrikaanse olie-exporteurs zoals Libië, Nigeria, Equatoriaal-Guinea, Gabon, Congo, Angola, Algerije en Egypte zouden zo kunnen profiteren.
Zelfs als Afrikaanse olieproducenten hun rol zouden willen vergroten, blijven de mogelijkheden beperkt, zegt Sitati Wasilwa, politiek-econoom en consultant bij adviesbureau Savic Consultants. „Op papier zouden Afrikaanse landen zelf regionaal een grotere olierol kunnen spelen. Maar ze hebben simpelweg niet genoeg alternatieve handelsstromen, infrastructuur of voorraden om snel te zeggen: laten we de olie dan maar uit Angola, Nigeria of Libië halen.”
Afrikaanse economieën zijn de afgelopen jaren steeds nauwer vervlochten geraakt met de Golfstaten. In het afgelopen decennium investeerden landen uit de Golf meer dan 100 miljard dollar in Afrika, onder meer in energie, infrastructuur en logistiek. In de Hoorn van Afrika is die economische verwevenheid nog sterker zichtbaar, vooral in havens, logistieke corridors en andere strategische projecten, met de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Qatar als belangrijke spelers in de regio.
Voor Afrikaanse landen speelt dit alles zich af in een wereld waar diplomatieke zekerheden afbrokkelen en partners onvoorspelbaarder worden. Europa, de Verenigde Staten en China proberen op het continent hun invloed te behouden of uit te breiden, maar hun greep is minder vanzelfsprekend geworden. Tegelijkertijd zoeken Afrikaanse regeringen steeds nadrukkelijker naar ruimte om tussen die machtsblokken te manoeuvreren.
Dat creëert ruimte voor nieuwe spelers, met de Golfstaten voorop, zoals de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Qatar. Hun investeringen combineren snel kapitaal met relatief weinig politieke voorwaarden, een combinatie die voor veel Afrikaanse regeringen aantrekkelijker is dan Europese of Amerikaanse leningen of Chinese infrastructuurkredieten.
Het zoeken naar nieuwe partners buiten de traditionele machtsblokken moest de afhankelijkheid van Afrika verkleinen. Maar de uitgebroken oorlog laat zien hoe beperkt die strategie kan zijn.
Volgens politiek-econoom Wasilwa legt het huidige dilemma ook bloot hoe Afrikaanse landen zich economisch tot de buitenwereld zijn gaan verhouden. De banden met de Golf zijn de voorbije jaren weliswaar sterk aangehaald, via investeringen in havens, energie en landbouw, maar tegelijk groeide ook de afhankelijkheid van brandstof, kunstmest en kapitaal uit Abu Dhabi, Doha en Riyad.
Zo ontstond een nauwe economische relatie, maar niet noodzakelijk een evenwichtige, zegt Wasilwa. „Veel Afrikaanse landen zijn voor hun olievoorziening wel heel erg op de Golf gaan vertrouwen. In de praktijk zijn het daardoor vaak de Golfstaten die de voorwaarden van die samenwerking bepalen en zo de toon zetten in hun economische relaties met Afrikaanse landen. Veel regeringen zijn er niet in geslaagd duidelijk te bepalen hoe zij zich tegenover de buitenwereld willen positioneren.”
De huidige crisis maakt vooral zichtbaar hoe kwetsbaar veel Afrikaanse economieën blijven voor ontwikkelingen buiten hun grenzen. Dat bleek eerder al tijdens de oorlog in Oekraïne, toen martkverstoringen in graan, zonnebloemolie en kunstmest snel doorwerkten in Afrikaanse markten. Volgens de Britse zakenkrant Financial Times bespraken sommige regeringen van de Golfstaten afgelopen dagen intern of zij buitenlandse investeringen en toezeggingen moeten herzien of uitstellen als de oorlog met Iran hun financiële ruimte verkleint. Daarbij zou bekeken worden of lopende contracten tijdelijk kunnen worden opgeschort vanwege de oorlog, wat gevolgen zou kunnen hebben buiten de regio.
De Afrikaanse Ontwikkelingsbank en het IMF waarschuwen in recente rapporten dat stijgende wereldmarktprijzen voor voedsel en energie, geopolitieke spanningen en een steeds krapper financieel klimaat de inflatie, begrotingsdruk en financieringsproblemen in veel Afrikaanse economieën verder kunnen vergroten. De vraag is daardoor niet alleen hoe Afrika met de huidige Iran-crisis omgaat, maar vooral hoe het continent minder blootgesteld kan raken aan dit soort tegenvallers.
Veel Afrikaanse regeringen reageren pas wanneer een crisis al doorwerkt in energieprijzen, handel of financiering, niet wanneer de eerste signalen zich aandienen, zegt Wasilwa. „Om het simpel te zeggen: Afrikaanse landen hebben lange tijd in een soort illusie geleefd. Alsof oorlogen die zich elders in de wereld afspelen, het continent niet kunnen treffen.”
Ondanks het feit dat Afrikaanse leiders nu eerder aan de bel trekken en waarschuwen voor de mogelijke gevolgen van dit conflict op hun landen en de wereldeconomie, zal een fundamentele herpositionering niet van de ene op de andere dag plaatsvinden. Volgens Wasilwa hangt dat ook samen met de beperkte slagkracht van regionale instellingen en de Afrikaanse Unie. „Een gezamenlijke langetermijnvisie over waar het continent naartoe wil, is er niet. Ik betwijfel dat er fundamenteel iets zal veranderen, ook als deze Iran-crisis voorbij is. Daarvoor zijn institutionele zwaktes van de Afrikaanse Unie te groot.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen