Sholeh Rezazadeh Toen de protesten in Iran begonnen, kon schrijver Sholeh Rezazadeh helemaal niets meer. Met de oorlog is daar de angst dat je geen idee hebt wat er gaat gebeuren bijgekomen. „Ik vond water drinken al vermoeiend en nog steeds proef ik niks. Ik weet niet of het schuldgevoel is dat ik gewoon doorleef.”
Sholeh Rezazadeh
„Sinds ik herinneringen heb, is er altijd angst voor oorlog geweest. Voor oorlog met Israël of de Verenigde Staten, dus misschien ben ik altijd wel psychologisch voorbereid geweest op dit moment”. Desondanks gaat het met de schrijver en dichter Sholeh Rezazadeh niet goed, vertelt ze wanneer we elkaar spreken in Amsterdam. Gedachten en zorgen wisselen elkaar af, in feite al sinds de Twaalfdaagse Oorlog, juni vorig jaar.
„Mijn hele familie is daar, mijn vrienden zijn daar. En omdat het internet nu plat ligt, weet ik niet wie er nog leeft. De plek waar ik geboren ben, en waar het huis van mijn ouders staat, is gebombardeerd. Aanvankelijk was ik in shock en verlamd, maar al snel komt de heftigheid binnen. Vooral de angst dat je niet weet wat er gaat gebeuren. Het zijn niet alleen de mensen die doodgaan, maar er wordt een hele cultuur vernietigd. Het is alsof alles kapot moet en dat is heel pijnlijk.”
Rezazadeh (1989) verhuisde in 2015 naar Nederland. Ze schreef twee romans en een dichtbundel waarin haar geboorteland een grote rol speelt. Ze zijn tevens een pleidooi meer verbeelding en meer twijfels binnen te laten.
„Ik volg het nieuws zo min mogelijk, omdat ik er niet goed tegen kan. Maar sinds het internet is afgesloten, ben ik meer naar het nieuws gaan kijken. Wat ik dan mis? Het gebeuren belichten van meerdere kanten. Het is allemaal zo stellig, alsof een verhaal van een land, van een volk, in één verhaal is te stoppen. Ik zou minder geschreeuw willen over wat goed is en wat fout, en meer aandacht willen voor de ongehoorde stem, voor mensen die gewoon bezig zijn met leven. Nu gaat het veel over mensen die blij zijn dat Khamenei dood is en hopen dat de zoon van de sjah terugkomt. Het is naïef te denken dat met de dood van een leider of door het losbarsten van een oorlog alles is opgelost. Een groot deel van het volk is helemaal niet bezig met Amerika of Israël. De mensen die protesteerden, die gedood zijn of nu sterven, wilden wat iedereen wil: een baan, inkomsten, kinderen veilig naar school, af en toe vakantie. Ik vind het ingewikkeld, maar dat is eigenlijk wat ik altijd in de wereld mis. Een hele grote groep wil gewoon een beetje stabiel leven hebben, en een beetje een idee hebben over de toekomst.”
„Het is heel erg gek, maar toen de protesten in januari werden neergeslagen, was ik zo’n twee weken helemaal verlamd. Ik kon niks, vond water drinken al vermoeiend en nog steeds proef ik niks. Ik weet niet of dat psychologisch is, misschien is het zelfs deels schuldgevoel. Ik zit hier lekker binnen te eten en leef gewoon door. Je vraagt je de hele tijd af: waarom eigenlijk? Ik maak me zorgen. Dat gevoel is zo dominant dat je van niks meer kan genieten, niet kan nadenken, niet kan rusten.”
„Deels wel, zelfs als ik ga vechten, heeft dat geen zin. Tegelijkertijd doe ik wat ik kan. Literatuur helpt ons om niet vast te zitten in ons eigen verhaal. Het is een beetje zoals de 13e-eeuwse Perzische dichter Rumi vertelt in ‘De olifant in het donker’. Een groep mannen betreedt een kamer en de een denkt met een slang te maken te hebben als hij de slurf voelt, de ander met een waaier als hij het oor voelt, et cetera. Op basis van een klein stukje informatie zijn ze overtuigd van hun kennis. Literatuur en poëzie kan twijfels brengen, je een tikkeltje ongemakkelijk laten voelen. Ik denk niet dat met een boek of gedicht de problemen zijn opgelost, maar dit is voor mij wel de manier om iets te doen. De machteloosheid is daardoor minder.”
„Ja, ik heb een paar gedichten geschreven, zo probeer ik een beetje de emoties te verzachten. Ik had nooit gedacht dat ik over oorlog zou schrijven. Ik maak me zorgen of mijn familie nog leeft of mijn volk het redt. Het ene probleem kan kleiner lijken dan het ander, maar het is maar net waar je mee bent opgegroeid. Als je in het Midden-Oosten bent geboren, tolereer je meer dan wanneer je hier bent geboren. Hier wil iedereen graag controle hebben over alles en weten wat het plan is. Als je in een land als Iran woont, weet je niet wat het plan is. Ik dacht elke dag: vandaag breekt de oorlog uit. Dus je weet dat je nooit controle kan hebben over je toekomst en dus laat je dingen makkelijker los. Ik kan oorlog niet echt in een gedicht beschrijven, maar de emotie misschien wel een beetje. Dat mensen als ze het lezen denken: het draait om meer dan alleen die boze tachtigjarige pubers. Het gaat om een heel volk.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden