Home

Katie Kitamura werpt de vraag op of mensen ooit volledig zichzelf zijn, of toch altijd een rol aannemen

Net als in eerder werk van Katie Kitamura staat in Auditie – haar eerste roman die in het Nederlands is vertaald – de onkenbaarheid van de ander centraal. Sterker, het heeft voor haar zelfs een ethische dimensie om een onzekere positie in te nemen.

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Op deze dinsdagochtend in februari is het druk in de New York Public Library, een gebouw als een Griekse tempel in het centrum van Manhattan. Een tentoonstelling op de tweede verdieping naar aanleiding van de 100ste verjaardag van het tijdschrift The New Yorker wordt bezocht door honderden roezemoezende toeristen.

Maar wie een verdieping lager aanklopt op een houten deur waarop gouden letters het Dorothy and Lewis B. Cullman Center for Scholars and Writers aankondigen, komt terecht in een ruimte die muisstil is.

‘Welkom’, zegt schrijver Katie Kitamura (46), een van de vijftien fellows van het Cullman Center die negen maanden de beschikking krijgen over een kantoor in de bibliotheek plus een stipendium van 90 duizend dollar.

‘En we mogen boeken uit de bibliotheek het hele jaar houden!’, zegt ze met een brede lach in de woonkamer van het instituut. Op een lange, houten tafel liggen duizend stukjes van een legpuzzel die uiteindelijk een dag moet uitbeelden in het leven van Leopold Bloom, het hoofdpersonage van Ulysses, de roman van James Joyce. De puzzelaar heeft nog een lange weg te gaan.

Kitamura leidt naar de vergaderzaal waar het interview wordt gehouden, met aan de wanden boekenkasten gevuld met werk dat hier door oud-fellows is geschreven – onder meer de rug van Beautiful World, Where Are You van de Ierse Sally Rooney is zichtbaar.

‘Zoveel internationale schrijvers komen hier’, zegt Kitamura. ‘Er moet ook een Nederlander tussen staan. In ieder geval Benjamin Moser werkt hier nu aan zijn nieuwe boek. Ik geloof dat Arthur Japin, zijn man, op dit moment bij hem in New York op bezoek is.’

Kitamura kent Nederland. Ze kwam er geregeld als kind. Haar roman Intimacies, door zowel voormalig president Barack Obama als The New York Times getipt als een van de beste boeken van 2021, speelt zich af in Den Haag.

Maar voordat dat boek aan de orde komt, spreekt ze over haar twee weken geleden verschenen roman, haar eerste die in het Nederlands is vertaald, Auditie.

Auditie, uitstekend vertaald door Robert Dorsman, volgt een actrice van middelbare leeftijd wier leven in New York ontwricht raakt als een vreemde man claimt haar zoon te zijn. Net als in Intimacies staat ook in Auditie de onkenbaarheid van de ander centraal en werpt Kitamura de vraag op of mensen ooit volledig zichzelf zijn, of toch altijd een rol aannemen – of dat nu die is van dochter, vader, geliefde of winkelklant.

The New York Times noemt het boek, een finalist voor de Booker Prize, ‘haar meeslependste onderzoek tot nu toe naar het bedrog dat besloten ligt in menselijke relaties’. The New York Review of Books schrijft: ‘Kitamura’s romans hebben de voortstuwende kracht van de genres waaruit ze put – het moordmysterie, het rechtbankdrama – ook al gaan ze in wezen over de afstand tussen personages en het fijne web van misverstanden dat de meeste relaties vormt.’

Kitamura, een vrolijke vrouw die haar woorden ook in gesprek zorgvuldig uitkiest, kwam op het idee voor het boek door het lezen van een artikel in de krant. ‘Ik zag een kop waarin iets stond als ‘Een vreemdeling vertelde me dat hij mijn zoon was’ en was meteen gefascineerd door de vermeende tegenstelling tussen de woorden ‘vreemdeling’ en ‘zoon’.’

Ze vertelde over de kop aan een bevriende dichter. ‘Toen zei zij dat elke keer dat haar 23-jarige zoon thuiskwam, het voelde alsof er een vreemde binnenkwam. Dat is een roman, dacht ik toen. Die twee woorden lijken tegenstellingen, maar kunnen naast elkaar bestaan.’

U herkent het ook bij uw eigen kinderen?

‘Zeker. Zij zijn jonger, maar daardoor veranderen ze nog sneller. Als schrijver ben ik altijd gefascineerd geweest door de momenten waarop iemand die je goed kent, je ineens als vreemde voorkomt. Ik heb daar vaak over geschreven, vooral binnen huwelijken. Maar op een gegeven moment realiseerde ik me dat mijn zoon – hij is pas 13 – vanaf zijn geboorte al tientallen mensen is geweest.

‘Onlangs was ik moe en reageerde ik overdreven op iets kleins dat hij had gedaan. Hij onderging mijn berisping gelaten, keek me toen aan en zei: ‘Mam, je reactie staat totaal niet in verhouding tot wat ik heb gedaan.’ Hij had volkomen gelijk, maar een jaar daarvoor had hij dat nooit zo kunnen zeggen.

‘Identiteit is niet iets vaststaands, maar iets beweeglijks, iets wat voortdurend verschuift.’

Waarom fascineert dit onderwerp u zo?

‘Ik ben geboren in de Verenigde Staten, maar de moedertaal van mijn ouders is Japans en zeker in de eerste vijf jaar hier spraken ze geen vloeiend Engels. Mijn vader was een heel ander mens als hij Engels sprak in plaats van Japans. Dat kwam ook door de taal.

‘In het Japans heb je twee mannelijke persoonlijke voornaamwoorden: boku is informeel, watashi formeel. Bij vrouwen kun je daarentegen alleen watashi gebruiken. Vrouwen hebben letterlijk minder woorden om zich te omschrijven. Hier bepaalt taal dus hoe je je gedraagt, wie je bent, welke rol je aanneemt.’

Maakt dat rollenspel het leven makkelijker of is het uitputtend?

‘Het merendeel van de tijd zijn we ons er volgens mij niet eens van bewust. Het hoort ook bij een normaal mens zijn. Toen mijn kinderen kleuters waren, ging ik naar de dokter voor hun jaarlijkse controle. De dokter werkte een lijstje af. ‘Doen ze veel aan rollenspellen?’, zei hij. ‘Ja’, zei ik. ‘Oké, goed.’

‘Toen realiseerde ik me dat er alarmbellen moeten afgaan als een kind géén rollenspel speelt. Als mijn kind doet alsof het een leraar is, of een moeder, of een buschauffeur, of wat dan ook, dan is dat niet alleen maar fantasie. Dan leren ze wat het betekent om normaal in de wereld te functioneren.’

Speelt u in het gezin ook een rol?

‘Een criticus wees me in een podcast op een zin in Auditie: ‘Wat was een gezin anders dan een gedeelde hersenschim, een wederzijdse constructie?’ Ze was het daar niet mee eens, het gezin was volgens haar het meest authentieke dat er is.

‘Ik denk dat dat niet zo is. Natuurlijk wordt ons door onze cultuur ingeprent dat het moederschap een van de natuurlijkste dingen is die een mens kan overkomen. Maar in feite is dat toch een rol die we allemaal leren spelen. En de invulling van die rol is in de loop der tijd radicaal veranderd.

‘Ik zie het ook als mensen weer naar hun ouderlijk huis gaan voor de kerstdagen. Ze spelen dan weer een versie van zichzelf. Ze keren terug naar de rol die ze speelden toen ze jong waren.

‘Het heterogezin is ook waar we leren wat het betekent om aangewezen te worden als de patriarch, met zowel de macht als de belemmeringen die daarbij komen kijken.’

Een van de mooiste scènes van Auditie is als de actrice, die naamloos blijft, vertelt over het moment waarop ze erachter komt dat haar man Tomas tijdens haar zwangerschap in het geheim een app heeft gedownload waarmee hij de ontwikkeling van het embryo fanatiek volgt.

Het gedrag van Tomas is dan wel stiekem, maar getuigt van empathie, zegt Kitamura over die scène. ‘Hij begrijpt dat zij ambivalente gevoelens heeft over haar zwangerschap en probeert daarom de heftigheid van zijn verlangens om dit kind te krijgen te verbergen.

‘Hij houdt zo veel van haar en wil haar beschermen tegen emoties waarvan hij vreest dat ze voor haar als een last of een druk voelen. Maar daardoor houdt hij ook een deel van zichzelf verborgen.’

Is het mooi of tragisch dat we de ander nooit helemaal kunnen kennen?

‘Ik denk dat privacy noodzakelijk is in een relatie. Het lijkt me een typisch Amerikaans idee dat er tussen twee mensen sprake moet zijn van totale transparantie. Dat je verlangens hebt die je alleen tegenover jezelf uitspreekt, die je zelfs tegenover iemand die je heel goed kent niet durft te benoemen, beschouw ik als iets wezenlijks dat hoort bij het mens-zijn.’

In Auditie, maar ook in uw vorige romans, komen wij lezers weinig tot niets te weten over het verleden van uw personages. Waarom niet?

‘Dat heeft te maken met die verschuivende identiteiten. In het echte leven hebben we allemaal ons verleden. Maar wanneer je dat in fictie in sterk gecomprimeerde vorm presenteert, door bijvoorbeeld een paar betekenisvolle gebeurtenissen uit iemands leven te isoleren, worden die al snel gezien als dé verklaring voor hoe een personage zich nu gedraagt.

‘Soms is dat terecht, maar vaak niet. Ik ben veel meer geïnteresseerd in de druk die er nu op iemand wordt uitgeoefend. Als ik me in een rechtszaal of op een politiebureau bevind, kan het zo zijn dat ik me op een bepaalde manier gedraag vanwege een voorval uit mijn jeugd, maar ik doe dat waarschijnlijk óók zo omdat die specifieke situatie dat van me verlangt.

‘In een prachtig essay in The New Yorker, getiteld ‘The Case Against the Trauma Plot’, verwoordt de criticus Parul Sehgal precies waarom ik zo’n weerstand voel tegen ‘backstory’. In Amerikaanse fictie, schrijft zij, is er bijna altijd wel een moment waarop een bepaalde, vaak traumatische gebeurtenis wordt onthuld als dé verklaring voor iemands karakter.

‘Dat vind ik zo’n simplificatie. Ik denk dat er zoveel gebeurtenissen en redenen zijn waarom we ons gedragen zoals we doen. En die zijn heel verschillend. Dat probeer ik in mijn boeken te beschrijven.’

U zegt net dat u door uw Japanse ouders gefascineerd bent in verschuivende identiteiten. Kunnen we dan niet zeggen dat uw achtergrond dé verklaring vormt voor deze laatste roman?

‘Misschien! Maar ik zou ook verschillende andere redenen kunnen aanvoeren voor die fascinatie – en dat zou ik zeker doen als ik dit in fictievorm zou weergeven.’

Veel dingen overkomen de naamloze verteller ook gewoon. Ze laat zich vaak meevoeren door de situatie.

‘Geregeld zeggen studenten tegen me dat een interessant personage keuzes moet maken, moet handelen, invloed moet uitoefenen op de wereld.

‘Maar mijn idee is dat er maar zo weinig van ons echt keuzes kúnnen maken. We leven in een soort laatkapitalistisch woestijnlandschap van zogenaamd oneindige keuzevrijheid, maar in werkelijkheid hebben we volgens mij daar alleen de illusie van.

‘Laatst liep ik met mijn dochter in Londen langs een gigantisch billboard van iets wat eruit zag als een knijpdrankje. Ze zei: ‘Ik wil het niet, het ziet er verschrikkelijk uit, maar ik staar al zo lang naar die afbeelding dat ik me begin af te vragen of ik het misschien toch wil.’

‘Ik denk dat het het werk van de romanschrijver is om dat mechanisme te weerspiegelen. Niet dat de roman daarmee lezers keuzevrijheid terug kan geven, maar misschien kan de roman lezers wel helpen de wereld waarin ze leven werkelijk te zien.

‘Ik moet altijd denken aan iets prachtigs dat de psychoanalyticus Darian Leader eens zei. Als het doel van analyse niet is om je beter te maken, vroeg iemand hem eens, wat is dan wel het doel? Hij antwoordde: ‘Dat je het ziet.’’

De naamloze verteller observeert scherp. In de openingsscène, waarin ze in een restaurant zit met de man die claimt haar zoon te zijn, herkent ze bijvoorbeeld in de heen en weer schietende ogen van de ober meteen de inschatting dat de jongere man betaald gezelschap van haar moet zijn. Waarom is dat observatievermogen zo belangrijk?

‘Omdat ik zo weinig informatie over mijn personage geef – je weet niets over haar jeugd, je kent haar naam niet – moet ik lezers in haar gedachten laten wonen om hen tóch dichtbij haar te brengen.’

Zet u citaten daarom ook niet tussen aanhalingstekens?

‘Ja, dat is onderdeel van de poging om een claustrofobische sfeer te creëren, waarbij alles volledig vanuit haar perspectief wordt getoond. Veel dialogen worden door haar naverteld. Zij zegt bijvoorbeeld: hij vertelde me over de keer dat hij naar die en die ging.

‘Hoewel het natuurlijk allemaal is verzonnen, heb ik als lezer toch altijd het gevoel dat als ik in een roman aanhalingstekens zie staan, die woorden écht zijn uitgesproken. Wanneer ik ze weglaat, wordt het iets minder betrouwbaar, alsof de woorden van anderen door haar bewustzijn worden gefilterd.’

Kitamura heeft het boek vergeleken met het plaatje waarop sommige mensen een konijn zien en andere een eend. Na het middenstuk verandert de opzet van de roman namelijk zo radicaal dat die eigenlijk dan alleen nog maar op twee manieren te lezen is die onverenigbaar met elkaar zijn.

‘Zeker in de Verenigde Staten is het volgens mij steeds moeilijker geworden om ergens onzeker over te blijven’, zegt ze over deze keuze. ‘Ik voel dat zelf ook. Mijn geest wil steeds naar de conclusie toe. Bij een nieuwsbericht wil ik naar het einde scrollen.

‘Maar met name aan de rechterkant van het politieke spectrum begint zekerheid een soort pathologische overtuiging te worden. Na de moorden door ICE in Minneapolis duurde het nog geen 24 uur voordat de regering met stellige overtuiging een werkelijkheid had gefabriceerd. Het innemen van een onzekere positie heeft voor mij daardoor ook een ethische dimensie.’

De verandering vindt niet alleen in het midden van de roman plaats, maar ook in het midden van het leven van de verteller. U heeft eerder in interviews gezegd dat u niet zozeer geïnteresseerd bent in het begin of het einde van iets, maar in het midden. Waarom?

‘Ten eerste omdat ik me in het midden van mijn eigen leven bevind.’ Ze begint te lachen en klopt op tafel. ‘Dat hoop ik althans. Maar daarnaast viel me iets op toen ik Intimacies publiceerde: recensenten omschreven de naamloze verteller als een jonge vrouw die een nieuw leven ging beginnen in Den Haag. Dat fascineerde me, want zij is helemaal niet jong. Ze is achter in de dertig. Misschien is dat volgens sommige maatstaven nog jong, maar volgens de meeste niet.

‘Ik had het gevoel dat daarachter de aanname schuilging dat verandering, of de mogelijkheid van een nieuw begin, alleen voorbehouden is aan jonge mensen. Maar we weten dat dat niet waar is. In het leven van mijn oudere vrienden – zestigers en zeventigers – gebeurt van alles.

‘Ik wilde het idee heroveren dat grote veranderingen bij de jeugd horen en onderzoeken hoe die er midden in het leven uit zouden zien, wanneer bepaalde kaders stabiel lijken, maar wankel kunnen zijn.

‘Ik vind het ook fascinerend dat een roman over de middelbare fase van het leven van een vrouw – denk aan de zogenoemde menopauzeromans van Miranda July en Dana Spiotta – als nieuw fenomeen kunnen worden gezien, terwijl vrouwen daar natuurlijk altijd al doorheen zijn gegaan. Zelfs binnen een vorm die zo uitgesleten is als de roman blijken er nog gebieden te bestaan die onderbelicht zijn gebleven.’

Intimacies draait om een naamloze verteller, die van New York naar Den Haag verhuist om als tolk te gaan werken bij een internationaal tribunaal. Ze wordt betrokken bij een spraakmakende zaak tegen een voormalige West-Afrikaanse president die van genocide wordt beschuldigd en krijgt een affaire met Adriaan, een Nederlandse man die in het midden van de roman plots verdwijnt.

‘Ik ben geïnteresseerd in het idee van de tolk’, zegt Kitamura, ‘in de vraag in hoeverre taal sporen in je kan achterlaten als die alleen maar door je heen stroomt, in hoeverre je medeplichtig kunt zijn als je alleen maar fungeert als doorgeefluik.’

Daarnaast denkt Kitamura dat ‘het terugvinden van bepaalde episodes uit mijn kindertijd’ ook een drijfveer vormde om dit boek te schrijven. In haar jeugd verbleef Kitamura een aantal keer een paar maanden in Den Haag, omdat haar vader daar dan werkte als ingenieur. ‘Zijn expertise was het openbaar vervoer. In Nederland is dat beter geregeld dan in New York, weet je als je hier de metro hebt genomen.’

Een centraal thema in Intimacies is, net als in Auditie, interpretatie – niet alleen van taal, maar ook van mensen en van schilderijen. ‘Tijdens mijn research voor het boek ging ik naar het Mauritshuis, op zoek naar een schilderij dat op meerdere manieren kon worden geïnterpreteerd.’

Ze stuitte op een werk van Judith Leyster (1609-1660). ‘Ze schilderde een man die denkt dat hij aan het flirten is, terwijl de angst van het gezicht van de vrouw afdruipt’, zegt ze. ‘De betekenis ervan voelde daardoor behoorlijk ondoorzichtig aan, maar dat veranderde toen ik naar de titel keek.’ In het Engels heet het werk Man Offering Money to a Young Woman, in het Nederlands heette het lange tijd Man die een vrouw geld aanbiedt, maar heeft het sinds kort de naam Jonge vrouw die wordt belaagd door een man.

‘Het schilderij is zoveel eeuwen geleden gemaakt’, zegt Kitamura, ‘maar voelde voor mij verrassend eigentijds aan.’

In het boek vindt een borrel plaats rond een buste van Johan Maurits, die het museum oprichtte met een ‘fortuin dat was opgebouwd met de trans-Atlantische slavenhandel’, schrijft ze, een geschiedenis die door de borrelaars wordt ‘genegeerd’.

Ook Den Haag is op twee manieren te interpreteren, schrijft u. U heeft het over een stad met ‘een vernislaagje beschaving’.

‘Vanwege alle nobele organisaties die er zijn gevestigd, vertegenwoordigt Den Haag, zeker voor mensen die niet uit Nederland komen, een bepaald ideaal. Maar uiteindelijk is het natuurlijk gewoon een stad als alle andere, met haar eigen problemen, of die nu met de geschiedenis ervan te maken hebben of met alledaagse dingen. Wat me opviel, was dat de straten bezaaid lagen met sigarettenpeuken. En dat ondanks allerlei openbare asbakken.’

Katie Kitamura: Auditie. Uit het Engels vertaald door Robert Dorsman. De Arbeiderspers; 224 pagina’s; € 22,99.

1979 Geboren in Sacramento in Californië.
1997-2001 Studie Engels aan Princeton University.
2005 Doctoraat Amerikaanse literatuur aan University of London.
2006 Japanese for Travelers (non-fictie).
2009 The Longshot (roman).
2012 Gone to the Forest (roman).
2017 A Separation (roman).
2021 Intimacies (roman).
2026 Auditie (roman).

Katie Kitamura woont in New York met haar man, de Britse schrijver Hari Kunzru, en hun twee kinderen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next