Home

Spelen dat er een rechtsorde is

Ik wil graag beginnen met een compliment. Volgens de sandwichmethode is dat namelijk de snelste weg naar effectieve feedback. Dus bij dezen een compliment aan Mark Rutte: ik vind het mooi dat hij er eerlijk voor uit durft te komen dat hij iets niet weet. Niemand kan álles weten, en dat is geen teken van zwakte. Vooral voor mannen in leiderschapsposities is dat niet makkelijk om toe te geven, en het is fijn als mannen als hij hier een voorbeeldrol in pakken.

Toen Rutte op de vraag van de BBC of de Amerikaanse acties in Iran verenigbaar zijn met het internationaal recht antwoordde met „Dat laat ik over aan mensen die veel slimmer zijn dan ik”, vond ik dat dus in principe een goede impuls. In tweede instantie denk ik wel dat het een grof schandaal zou zijn als de secretaris-generaal van de NAVO dit echt niet weet, en ik weet niet of het geruststellend is als Rutte hier glashard over liegt.

Normaliter heb ik wel begrip voor de taak waar Rutte voor staat in de NAVO. Ik vond het wel sympathiek dat hij bereid was zichzelf volkomen te vernederen tegenover Trump om de steun voor Oekraïne te rekken. Maar dit schoot zijn doel voorbij. Ik volg niet meer hoe het Oekraïne of wie dan ook helpt als de secretaris-generaal van de NAVO doet alsof hij het concept van een illegale aanval niet snapt.

Hij had een voorbeeld kunnen nemen aan de eerlijkheid van Donald Trump. Die komt er al tijden voor uit dat hij vindt dat hij het internationaal recht ‘niet nodig’ heeft, en dat heeft iets verfrissends. Want zijn zulke uitspraken niet beter te verteren dan het gekonkel van Colin Powell bij de VN voor de inval van Irak? Is het geen verademing dat de Amerikaanse president gewoon zegt dat het hem in Venezuela te doen is om olie, dat hij Groenland wil hebben ‘om psychologische redenen’, in plaats van dat hij zich beroept op hoogdravende idealen van democratie en mensenrechten, die daarmee alleen maar besmet raken?

In oorlogstijd is het enige lichtpuntje soms dat de maskers afgaan. Een Oekraïense auteur schreef na de Russische invasie dat ze opgelucht was dat ‘de onzin’ tenminste voorbij was. Na jaren huichelarij kon niemand meer ontkennen wat Rusland met Oekraïne wilde. Eenzelfde bittere opluchting klinkt over de genocide in Gaza. De laatste illusies over oorlogsrecht en westerse beschaving zijn we in ieder geval kwijt.

Laat de onzin voorbij zijn, wil je nu ook tegen Rutte schreeuwen. Gun ons tenminste dat.

En toch vrees ik het ook: een wereld waarin onze politici niet eens meer lippendienst bewijzen aan het internationaal recht. Door het internationaal recht in te roepen erken je de eventuele relevantie ervan. Net zoals Poetin, als hij verkiezingen vervalst, in ieder geval de indruk geeft dat verkiezingen er in theorie toe doen.

Ik denk bij de rechtsorde vaak aan een advies dat een toneelleraar me ooit gaf voor het spelen in een koningsdrama. „De koning speelt zelf niet”, zei hij. „Anderen spelen de koning.” Hij bedoelde dat alle spelers om de koning heen de macht van de koning moesten uitbeelden. Door buigen, nederig doen, knikken. Het spel van de anderen maakte de macht van de koning reëel.  

Precies zo is een land als Nederland gewend internationaal recht ‘te spelen’. Kleine landen kunnen de rechtsorde niet met geweld afdwingen, dus de enige optie is met zoveel mogelijk anderen te doen alsof die bestaat. In de hoop dat die illusie dan werkelijkheid wordt. Bij gebrek aan militair overwicht moet je de rechtsorde enigszins manifesteren.

Toegegeven: tot nu toe heeft deze truc niet gewerkt. De illusie is nooit volledig werkelijkheid geworden, want machtige landen vonden nooit dat het recht ook voor hen gold. Dat dat scepsis oproept, is zacht gezegd niet gek. Welke Gazaan lacht je niet recht in je gezicht uit, als je begint over internationaal recht? Welke Irakees, Syriër, Myanmarees?

En tegelijkertijd ken ik geen goed alternatief. Een systeem van internationaal recht blijft het waard na te streven, als alternatief voor het recht van de sterkste. Ik vermoed dus nog steeds dat hypocriete, selectieve of tandeloze verontwaardiging over een roekeloze en illegale oorlog, beter is dan dat elke verontwaardiging uitblijft.

Ik kan me goed voorstellen dat er een dag komt dat het lachwekkend wordt, het spel van het internationale recht te blijven spelen. Dat het schadelijk wordt de illusie in stand te houden, dat het beter is het mislukte theater van de internationale rechtsorde af te branden, en maar hopen dat we later, in betere tijden, iets nieuws kunnen bouwen. Ergens best aanlokkelijk. Maar ik ben ook bang dat zulke betere tijden zich nooit zullen aandienen.

Ter afsluiting – in de geest van de sandwichformule – weer een compliment. Wellicht moeten we blij zijn dat Rutte in zijn antwoord niet ontkende dat er in theorie zoiets bestaat als ‘internationaal recht’. Het had erger gekund.

Maar veel lager kan de lat niet meer.

Eva Peek vervangt Floor Rusman.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next