Opvang ontheemden Sinds Israël ook inwoners van Zuid-Beiroet opriep tot evacuatie is naar schatting een zesde van de Libanese bevolking ontheemd. „We hebben meer voedsel nodig, kleding, melk en luiers voor de kleine.”
Ontheemde Libanezen, gevlucht uit de zuidelijke wijken van Beiroet uit angst voor Israëlische aanvallen, slapen in tenten elders in de hoofdstad.
Met busjes en auto’s rijden vrijwilligers al dagen door de straten van de Libanese hoofdstad Beiroet rond om matrassen, dekens, kleding, water en voedsel uit te delen aan de talloze ontheemden. „Bedankt voor het eten hoor”, zegt een man. „Maar ik heb veel meer nodig; kijk hoe we buiten moeten slapen. We willen onderdak.” De vrijwilligers reageren begrijpend en zeggen met een bedenkelijk gezicht nu niet meer voor hem te kunnen doen.
Even verderop staat Ali Ali. Hij verblijft met zijn familie al dagen op dit grote kale plein in downtown Beiroet, tegenover de grote goudgele Mohammad al Amin Moskee met helderblauwe koepels. Ze slapen in hun aftandse auto’s – waar ze niet mee kunnen rijden omdat de benzine op is – of buiten op de grond.
„Ons huis is op de eerste dag van de oorlog geraakt”, zegt Ali. „Er is niets meer van over en alles is weg, ook al ons geld.” Libanon heeft het al jaren financieel en economisch zwaar en is hierdoor grotendeels teruggevallen op een casheconomie; veel mensen bewaren hun spaargeld thuis in contanten.
„Gelukkig komen mensen elke dag langs om iftar-maaltijden uit te delen”, zegt Ali. „Soms brengen ze medicijnen, maar er is nooit genoeg. We hebben meer voedsel nodig, kleding, melk en luiers voor de kleine”, wijst hij naar hun jaar oude zoontje in de armen van zijn vrouw. Ze zien er afgepeigerd uit. Duizenden mensen kunnen geen opvangplek vinden en slapen noodgedwongen op straat.
Sinds Israël en de Verenigde Staten hun aanvallen tegen Iran begonnen, zijn ook veel Libanezen op de vlucht geslagen. Maandag riep het Israëlische leger inwoners van Zuid-Libanon al op te evacueren. Donderdag volgde een evacuatiebevel voor Dahiyeh, een dichtbevolkte buitenwijk van Beiroet. Hier wonen veel sjiieten die het grootste deel van de achterban van Hezbollah vormen. Hezbollah is Libanons grootste sjiitische gewapende groep en politieke partij, en bondgenoot van het Iraanse regime.
Gevreesd werd voor een massale bombardementencampagne. Hoewel de tapijtbombardementen tot nu toe uitbleven, wordt het gebied sinds donderdag wel degelijk elke paar uur gebombardeerd en dus is het er levensgevaarlijk. „Er is inmiddels geen gebouw in Dahiyeh dat niet beschadigd is. Flatgebouw na flatgebouw”, zegt Ali Ali.
Duizenden Libanezen ontvluchtten hun huizen in zuidelijk Libanon na aanvallen van Israël en de Israëlische oproep tot evacuatie. Ontheemden slapen op de straat in het noordelijk deel van hoofdstad Beiroet. Of in geïmproviseerde opvangruimtes zoals in een stadion of school.
Exacte cijfers zijn onduidelijk – zo worden in sommige cijfers alleen ontheemden in opvanglocaties geteld – , maar naar schatting is 1 op de 6 Libanezen ontheemd, net zoals in september 2024. Toen raakten Israël en Hezbollah twee maanden lang verwikkeld in hevige gevechten en werden grote delen van het land gebombardeerd.
Ondanks het staakt-het-vuren dat eind november 2024 werd afgesproken, is Israël doorgegaan met aanvallen. Bovendien bouwde het vorig jaar vijf grote militaire bases op Libanees grondgebied, een de facto eerste stap van een nieuwe bezetting van het grensgebied en provocatie. Een volgende escalatie kon dan ook niet uitblijven, temeer omdat de Libanese militie blijft weigeren zich volledig te ontwapenen, zoals Israël eist.
Toch was het pas de dood van de Iraanse ayatollah Ali Khamenei, zaterdag 28 februari jongstleden, die Hezbollah deed besluiten weer op Israël te schieten. De raketten die landden op een leeg veld vlak over de grens, stortten de groep én Libanon zondagnacht in een nieuwe ronde van hevige, frequente bombardementen en massale ontheemding.
Op een half uurtje rijden de bergen in, is de spanning minder voelbaar dan in Beiroet. In de middelbare school in Baabdat verblijven zo’n 130 vluchtelingen. Vaak heeft een familie een eigen klaslokaal. Sommigen wisten nog een paar tassen met spullen mee te nemen, maar anderen hebben bijna helemaal niets. Mensen slapen op dunne matrasjes op de grond, de ruimtes afgeschermd met grote blauwe zeilen.
„Houd je van kinderen? Wil je die van mij meenemen?” lacht Wedad Dabbakhr. „Ik heb er vijf, altijd chaos in huis. Vooral de jongens, je weet hoe die zijn… rennen, springen, vechten.” De 29-jarige vrouw uit Dahiyeh is vrijdag in de opvang van dit christelijke, gegoede bergdorp aangekomen. Haar twee dochters, een van zes en een van een, zijn meegekomen; haar zoons bleven thuis bij hun vader, die niet weg wilde. Ze zet water op het gedoneerde campinggasstelletje voor thee, trekt haar losjes zittende zwarte hoofddoek netjes en slaat de rest van de stof om haar schouder. „Stop met het dansen op die stoel, schat”, maant ze haar dochtertje Meera.
„De bombardementen waren afschuwelijk, hele gebouwen stortten in, soms met mensen er nog in. Bij ons trilden de muren en vielen lampen van het plafond, het voelde alsof het gebouw op ons zou neerstorten. Na de evacuatiebevelen was het chaos in de straten. Ik wist niet eens wat ik aan spullen mee moest nemen. Kijk”, wijst ze naar een paar tassen, „allemaal willekeurige troep.” De lach verdwijnt van Dabbakhrs gezicht. „We huilen als we over ons huis praten.”
Hier in Baabdat voelt ze zich veilig. Het diepe gebrom van de laag overvliegende Israëlische gevechtsvliegtuigen stelt niets meer voor. „Ik hoop dat het snel over is, maar ik denk het eigenlijk niet. Misschien wordt het wel een wereldoorlog.”
Hoewel er nu meer kritiek vanuit de achterban van Hezbollah klinkt dan in voorgaande jaren, ziet Dabbakhr het als onvermijdelijk dat de groep weer in gevecht is met Israël. „Onze politici doen niets. Zuid-Libanon werd elke dag gebombardeerd, we verloren bijna elke dag mensen. Toen werd ook nog eens onze leider gedood. Khamenei, misschien heb je wel eens van hem gehoord.”
Vrijwilligers bereiden een maaltijd voor in een gaarkeuken voor ontheemden uit de zuidelijke delen van Libanon.