Home

Woonwagenbewoners stappen de politiek in om tekort aan standplaatsen aan te pakken

In verschillende Nederlandse gemeenten proberen woonwagenbewoners via de politiek meer invloed te krijgen op het woonwagenbeleid. Na jarenlange wachtlijsten en frustratie over het beperkte aantal standplaatsen besluiten sommigen zelf mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Een van hen is Willem Schneider (41) uit Maastricht. De dakdekker woont op woonwagenlocatie De Karosseer (Vinkenslag) en staat op de kandidatenlijst van het CDA voor de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. Vanuit de gemeenteraad wil hij zich inzetten voor meer standplaatsen. Volgens Schneider wordt er te vaak over woonwagenbewoners gesproken zonder dat zij zelf betrokken zijn bij de besluitvorming. Door zich verkiesbaar te stellen hoopt hij daar verandering in te brengen.

Kandidaten in meerdere gemeenten

Ook in andere steden melden zich kandidaten met een woonwagenachtergrond. In onder meer Amersfoort, Haarlem, Helmond, Hoogeveen en Leeuwarden staan zij op kieslijsten. Hun belangrijkste doel is meer erkenning voor de woonwagencultuur en uitbreiding van het aantal standplaatsen. Het tekort aan plekken is al jaren een punt van discussie. Uit recente cijfers blijkt dat er tussen 2020 en 2022 slechts 49 nieuwe standplaatsen in Nederland zijn gerealiseerd. Volgens Dominic Teodorescu, universitair docent politieke en economische geografie aan de Universiteit van Amsterdam, groeit de vraag ondertussen wel. “De behoefte neemt toe, terwijl de uitbreiding van standplaatsen achterblijft,” zegt hij.

Cultuur en familieverband

Binnen de woonwagengemeenschap speelt het wonen dicht bij familie een belangrijke rol. Door het gebrek aan standplaatsen komt die manier van leven volgens belangenorganisaties steeds vaker onder druk te staan. “Onze grootste wens is simpel: genoeg ruimte om onze cultuur te kunnen voortzetten,” zegt Sabina Achterbergh, voorzitter van de vereniging Sinti, Roma en Woonwagenbewoners Nederland. Volgens haar moeten veel mensen noodgedwongen langer bij familie blijven wonen of uitwijken naar reguliere woningen.

Uitsterfbeleid

Sinds 1999 ligt het woonwagenbeleid bij gemeenten. In veel plaatsen werd jarenlang zogenoemd uitsterfbeleid gevoerd: wanneer een bewoner overleed, werd de standplaats opgeheven. In 2014 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat overheden verplicht zijn rekening te houden met de cultuur en levenswijze van woonwagenbewoners. Ook het College voor de Rechten van de Mens stelde dat het uitsterfbeleid discriminerend was. Hoewel er in 2018 nieuw beleid kwam, vinden veel betrokkenen dat de uitbreiding van standplaatsen nog steeds te langzaam verloopt.

Politieke betrokkenheid groeit

Volgens Teodorescu is er de laatste jaren een ontwikkeling zichtbaar waarbij woonwagenbewoners vaker proberen via de politiek invloed uit te oefenen. “Een nieuwe generatie is actiever geworden en zoekt manieren om lokaal verandering te bereiken.” In Maastricht wordt ondertussen gewerkt aan uitbreiding van woonwagenlocaties. De gemeente laat weten dat drie bestaande locaties worden uitgebreid en dat er grond is aangekocht voor een nieuwe plek. Een voorstel hierover wordt binnenkort aan de gemeenteraad voorgelegd.

Source: Fok frontpage

Previous

Next