Home

Horrorschrijver Thomas Olde Heuvelt wilde fans aan zich binden, totdat het doorsloeg en hij in zijn eigen horror belandde

Schrijver Thomas Olde Heuvelt wist zichzelf goed te vermarkten en brak internationaal door. In zijn boek Het laatste verhaal van Jamie Gunn onderzoekt hij de relatie tot zijn fans, want die bleek een keerzijde te hebben. De horrorschrijver belandde in zijn eigen horror: ‘Ze wist waar we woonden.’

I De vrouw die niet stalkerig over wilde komen

Ineens stond ze er, en ze ging niet meer weg. Ze was lang, had opgestoken blond haar en ze kwam dichtbij. Te dichtbij. Horrorschrijver Thomas Olde Heuvelt signeerde zijn boeken en deze fan wilde ook een handtekening. ‘Ze beefde als een rietje’, herinnert Olde Heuvelt zich.

Zijn partner David Samwel had haar ook opgemerkt. ‘De uitgeverij vroeg of ze bij ons hoorde, maar ik dacht juist dat ze met hen mee was. Ze brak in op de gesprekjes die Thomas met andere fans had, waardoor ze die eigenlijk wegjoeg.’

Ze zou vaker komen. En dat zou ze aankondigen. Uit privéberichten op Instagram (die de Volkskrant heeft ingezien) kon Olde Heuvelt opmaken wanneer ze weer onderweg was naar een signeersessie. Ze schreef hem jarenlang over haar leven, haar kat, haar psychische klachten, dat zijn signeersessies een hoogtepunt in een verder donker bestaan waren. Ze had ook een slaapplek in de aanbieding en wilde hem helpen met zijn boeken, in ruil voor een weekend bij hem thuis. Ze schreef dat ze ‘een knuffeltje’ zou komen ‘innen’ en ze liet ook doorschemeren dat ze zonder die knuffel het leven niet meer zou zien zitten.

‘Ze stuurde daarnaast mails en Facebookberichten’, zegt Olde Heuvelt. ‘Normaal gesproken reageer ik op de berichten die fans op al die platforms naar me sturen. Dat deed ik in eerste instantie ook bij haar, maar ik hield er snel mee op omdat ik haar berichten manipulatief vond. Ik hoopte dat ze zou stoppen als ze niets terug zou krijgen. Maar dat deed ze niet. En ze bleef ook naar signeersessies komen. Je kunt iemand niet verbieden om naar een openbare plek te komen, je bent ook blij dat iemand fan van je is en telkens weer een boek koopt om te laten signeren, maar je wilt ergens een grens bewaken. We seinden boekhandelaren in, zodat ze konden opletten.’

Een van die boekhandelaren was Grietje Braaksma van Broese in Utrecht. De desbetreffende vrouw werd gespot. ‘We hadden een volle bak, ik denk wel 175 man in de boekhandel’, zegt Braaksma. ‘Het signeren zat erop, iedereen ging weg en zij bleef hangen. Dus ik zei: ‘Het is afgelopen, kom we gaan’. Je moet met een soort psychologische dwang, zonder iemand aan te raken, iemand toch weg zien te krijgen. Deze vrouw... het was zo heftig. Ik kreeg er Harry Sacksioni-visioenen bij.’ Braaksma doelt op de muzikant die veertig jaar werd gestalkt door een fan die hem dag en nacht thuis lastigviel, opbelde en observeerde vanachter zijn heg (wat dat voor hem betekende, vertelde hij in de documentaire Jij bent van mij uit 2021).

De vrouw vertrok uit Broese, maar kwam gewoon weer naar een volgende signeersessie. Olde Heuvelt: ‘En toen was er het moment dat ze naast me stond en zei: ‘Ik wil niet stalkerig overkomen, maar ik heb in het kadaster gekeken. Weet je dat jullie huis niet op jullie naam staat?’ Olde Heuvelt antwoordde dat ze huurden. ‘Op dat moment vertelde ik gewoon de waarheid’, zegt de horrorschrijver. ‘Maar daarna besefte ik wat ze daar zei: ze wist waar we woonden.’

II De schrijver als product

Elk jaar komen er duizenden nieuwe boektitels op de markt. Volgens de laatste cijfers van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB) waren het er in 2023 zo’n 14 duizend. Achter elk boek zit een schrijver die zijn inspanning hoopt terug te verdienen met de verkoop en daar lezers voor nodig heeft.

‘De concurrentie is enorm’, zegt Hilde van den Bulck, professor communicatie in populaire cultuur aan de Drexel University telefonisch vanuit New York. ‘Waarom zou je een boek lezen als je ook een podcast kunt luisteren? Het wordt moeilijker voor uitgevers om aandacht te genereren voor de boeken die ze op de markt brengen. Vroeger was het het verhaal waar lezers geïnteresseerd in moesten raken, het boek was het product dat verkocht moest worden. Van de schrijver hoorde je, uitzonderingen daargelaten, weinig. Nu is er meer interesse in de persoon achter het boek, wordt de schrijver het product, omdat alles in deze wereld een product aan het worden is. We noemen dat commodification. Om de schrijver te verkopen, kijkt men: is er een persoonlijke link met het boek waarover je kunt vertellen?’

Zo is er in interviews met schrijvers steeds meer aandacht voor de persoon gekomen en steeds minder voor het boek. Ook aanwezigheid op sociale media speelt volgens professor Van den Bulck een rol: ‘Daar is een auteur direct benaderbaar en altijd te zien.’ Het heeft effect op de manier van werken van een uitgever. ‘Die kan, naast het manuscript, ook meenemen hoe een schrijver zich op sociale media laat zien, hoeveel volgers iemand heeft, mensen die mogelijk een boek willen kopen. Is iemand al een merk?’

Hendrik Beerda, van het naar hemzelf vernoemde merkadviesbureau, stelt dat de kracht van een merk – ‘of het nu om Coca-Cola of een schrijver gaat’ – uit drie elementen bestaat: bekendheid, waardering en binding. Beerda meet sinds 2010 onder zo’n 1.250 respondenten die 18 jaar of ouder zijn, welke schrijvers het populairst zijn en komt al tien jaar op ongeveer hetzelfde lijstje uit: Carry Slee staat bovenaan, gevolgd door namen als Paul van Loon, Saskia Noort, Heleen van Royen, Adriaan van Dis, Kluun, Maarten ’t Hart en Herman Koch.

Wat Beerda zelf opvalt aan die lijst is dat de gemiddelde leeftijd van deze auteurs 65 jaar is. ‘Er zit geen verjonging in’, zegt hij. ‘Als ik over tien jaar dit onderzoek doe, is er dan nog iemand over om op die lijst te plaatsen?’ Wat hem betreft loopt de boekensector achter ten opzichte van andere sectoren in het vestigen van nieuwe ‘merknamen’ die het stokje van de oudere generatie kunnen overnemen. Daarvoor moet een schrijver anders naar zichzelf gaan kijken, stelt hij. ‘Je bent als auteur een eenmansbedrijf en daarbinnen moet je verschillende functies vervullen: je hebt de productieafdeling, maar ook de marketingafdeling.’

Boekmarketeer Denise Hulst lanceerde in november haar Boekmarketingbijbel, waarin ze laat zien dat lezers moeten worden omgetoverd tot fans en daarna tot ambassadeurs van het werk van de schrijver. Zij geloven in wie die schrijver is, wat die maakt en zij verspreiden dat online. ‘Je wilt eigenlijk niet afhankelijk zijn van die ene toevalstreffer dat een krant of tijdschrift aandacht aan je besteedt’, zegt Hulst. ‘Je wilt dat voor zijn door je eigen publiek op te bouwen.’ Om van een schrijverschap een succes te kunnen maken, is zichtbaarheid op sociale media belangrijk, net als het versturen van een nieuwsbrief om de grillige algoritmen te omzeilen en fans direct te benaderen. Schrijvers moeten volgens Hulst all over the place zijn. ‘Bij sommige auteurs komt dat als van nature, maar zo niet, dan zul je het toch moeten proberen op te brengen, anders raak je ondergesneeuwd en word je weggedrukt door degenen die het wél doen.’

Thomas Olde Heuvelt, vindt Hulst, is een schoolvoorbeeld van een auteur die dat tot in de puntjes beheerst.

III De wake-upcall

Op zijn 11de stond Thomas Olde Heuvelt in een boekhandel in Nijmegen, waar alle pockets van Stephen King in de ‘spanning’-sectie op een rij stonden. ‘Daar heb ik me voorgenomen: dat wil ik later ook doen’, zegt Olde Heuvelt. ‘Ik wil enge boeken schrijven en die over de hele wereld uitbrengen. Vanaf die dag heb ik stapje voor stapje aan een masterplan gewerkt om dat voor elkaar te krijgen.’

Op zijn 18de voltooide hij zijn eerste boek, De onvoorziene (2002). ‘Ik dacht: dit wordt een megabestseller, ik word beroemd! Ik gaf een boekpresentatie, nodigde al mijn familie, vrienden en docenten uit. Er waren zo’n honderd man. De boekhandel verkocht mijn boek, maar omdat toevallig ook het nieuwe boek van Donna Tartt was uitgekomen, was ik niet het meest verkochte boek in de winkel. Ik baalde als een stekker: ik wilde de beste zijn.

‘De week erna was ik in Hengelo voor een signeersessie. Er waren drie mensen en dat was een wake-upcall: ik leerde dat dit niet vanzelf zou gaan. Ik heb tegen mezelf gezegd: ik ga me met ieder boek verbeteren. Ik ga leren van de groten. Ik ben letterlijk bladzijden gaan overschrijven, niet alleen van Stephen King, maar van zo’n beetje alle boeken uit mijn moeders kast om me allerlei stijlen aan te meten. Veel schrijvers die een tegenvallend verkoopaantal hebben, zeggen ‘de wereld is nog niet klaar voor mijn boek’. Maar ik dacht: ik ben nog niet klaar voor het moment. Het enige waar ik controle op heb, is mijn ontwikkeling. En controle voelde goed. In een verhaal heb je controle. In het leven niet. In het leven gaan mensen dood.’

Op zijn 3de verloor Olde Heuvelt zijn vader. Zijn oom bracht hem de liefde voor verhalen bij. ‘Hij zat op de rand van mijn bed en vertelde me een verhaal. Hij was een silhouet tegen het licht van de gang. Ik hoorde zijn stem en werd meegevoerd naar een andere wereld. Voor mij werd het verhaal echt. Later realiseerde ik me: je maakt verhalen samen. Een verhaal komt tot leven in het hoofd van de lezer, daar wordt het afgemaakt. Dat is wat ik met lezers wil doen. Op de rand van hun bed zitten en ze meevoeren.’

Maar om lezers te vinden die zijn verhaal ‘af’ konden maken, was er aandacht nodig. ‘Er zijn geen Nederlandse schrijvers die zich met horror bezighouden en serieus genomen worden’, zegt Olde Heuvelt. ‘Die groot worden besproken in de kranten. Het wordt weggezet als fantasy, alsof dat geen echte literatuur kan zijn. Dat betekent dat ik zelf op zoek moest naar lezers. Ik dacht: ik ga overal voorlezen. Van stad naar stad, de wereld veroveren.

‘Ik ging naar fantasyfestivals, naar Comic Cons, daar waar de liefhebbers van dit soort verhalen samenkomen. Ik huurde een standje, nam mijn boeken mee, verkocht ze aan lezers. Ik begon evenementen te organiseren: barbecues op het strand, verhaalsessies rondom het kampvuur. Op een gegeven moment heb ik in de woonkamer van een vriend van me uit Den Haag een rock-’n-rollfeestje georganiseerd – ik speelde gitaar en zong in een band – en heb dat huis helemaal volgepakt. Om erbij te zijn, moest je twee exemplaren van het boek HEX (2013) afnemen: een voor jezelf en een om cadeau te doen. Van de inkomsten konden we de drank voor het feest bekostigen.’

Olde Heuvelt werd ook zeer actief op sociale media: ‘Facebook opende de wereld. Op elk bericht gaf ik antwoord. Op alle fanmail die binnenkwam, schreef ik uitgebreid terug. Ik werd zo heel close met mijn lezers. Gezellig, alsof het vrienden zijn. Al werd de verhouding ook wel scheef. Ik kon niet alles van iedereen bijhouden. Aan echt fangedrag moest ik wennen. Dat ze je echt gaan aanbidden. Maar die fans wil je ook hebben, want dat zijn de beste ambassadeurs van je werk. Als je genoeg lezers hebt die dat doen, krijg je een sneeuwbaleffect.’

Zijn aanpak werkte, de groep lezers groeide, ook in de Verenigde Staten waar zijn boek HEX in 2016 uitkwam. Stephen King bleek een exemplaar gelezen te hebben en schreef op Twitter dat het ‘briljant en volstrekt origineel’ was. Dat was het moment waarop alles waar Olde Heuvelt naartoe had gewerkt, samenkwam. Tv-programma De wereld draait door nodigde hem uit, NRC plaatste een groot interview, de Volkskrant gaf een vijfsterrenrecensie en het verkoopsucces lachte hem toe: er gingen honderdduizenden exemplaren over de toonbank en er volgde een veelvoud aan vertalingen. Olde Heuvelt reisde de wereld over om het boek te promoten. ‘In Brazilië hadden fans Katharina, de heks uit HEX, met haar dichtgenaaide ogen en mond, op hun arm getatoeëerd.’

Opvolgers Echo (2019), Orakel (2021) en November (2022) stonden ook wekenlang in de bestsellerlijst. Verfilmingen zijn in de maak. Olde Heuvelt: ‘Ik mag er niet te veel over zeggen, maar de filmrechten van Echo zijn pas verkocht en November wordt een serie.’

Masterplan geslaagd.

Er bleek een keerzijde aan het succes te zitten. Die had met enkele fans te maken die niet alleen aandacht gaven, maar ook veel aandacht van Olde Heuvelt terugvroegen.

IV Het voeden van de relatie

Volgens popcultuurprofessor Hilde van den Bulck is er naast commodification ook een ander modern fenomeen gaande: de celebrification van allerlei vakken. ‘Je ziet dat de celebritycultuur, waarbij mensen meer willen weten over het privéleven, zich uitbreidt’, zegt ze. ‘Je hebt celebritydokters en celebrityadvocaten die in talkshows uitleg komen geven. Schrijvers kunnen daar ook onder vallen en worden bekend bij het grote publiek.’

Dat kan fans opleveren. ‘Fans zijn emotioneel geïnvesteerde consumenten’, zegt fancultuur-onderzoeker Nicolle Lamerichs. Volgens Lamerichs investeren fans, aangemoedigd door socialemediaplatforms en algoritmen, veel in beroemdheden en identificeren zij zich met hen. ‘Fans ontwikkelen vaak ‘parasociale relaties’ met idolen, ofwel ongelijke, eenzijdige relaties waarbij de fan zich erg identificeert met het idool in kwestie, maar dat andersom niet het geval is.’

Professor Van den Bulck sluit zich daarbij aan. ‘Neem Stephen King. Veel mensen voelen dat ze een soort parasociale relatie met hem hebben: zij weten veel over hem, lezen zijn boeken, zoeken alles over hem op, denken te weten wie hij is. Maar King weet niets over hen. Voor hem zijn de mensen die hem volgen nummers: hoeveel boeken zijn er verkocht?’

Om de aandacht van de fan vast te houden en zichtbaar te blijven, moet de parasociale relatie volgens Van den Bulck gevoed worden, ‘bijvoorbeeld door iets over je privéleven te delen’.

Op sociale media komen sociale en parasociale relaties bij elkaar. ‘Eerst zie ik wat mijn broer zegt, dan zie ik wat een celebrity en wat de nieuwsmedia mij vertellen, gevolgd door weer een familielid’, zegt Van den Bulck. ‘Dat krijgt allemaal zo’n beetje dezelfde waarde. Ze worden onderdeel van het leven van de fan. De meeste mensen, ook al zijn ze grote fan, reageren daar niet ziekelijk op. Maar soms loopt dat uit de hand.’

V Ze sneed zich voor mij

Het begon met een man. ‘Hij kwam naar meerdere signeersessies en kocht zo vier of vijf boeken’, zegt Olde Heuvelt. ‘De commerciële kant van mij vond dat leuk. Hij verspreidde het vuur en wist nieuwe lezers voor me te vinden. Ik had het ook financieel nodig: van de boekverkoop moet ik leven. Er zijn dus allemaal argumenten om dat te stimuleren.’

Die man begon cadeautjes mee te nemen. ‘Een fles champagne’, zegt Olde Heuvelt. ‘En een duur boekwerk over de geschiedenis van het christendom nadat ik in een blog had geschreven dat ik werkte aan een verhaal dat #Messias heette. Hij begon brieven naar me te schrijven en toen ik niet meer reageerde, schreef hij dat hij het betreurde dat onze vriendschap veranderd was. Hij schreef dat ik in een droom aan hem was verschenen: ik was een engel. En Orlando Bloom was dat ook. Van een andere lezer hoorde ik dat hij om de zoveel tijd naar Frankrijk ging om met een groep in de natuur te zingen voor de engelen, en dus ook voor mij. Je raakt als schrijver of bekendheid verstrikt in de wanen van zo’n persoon. Ik heb ze daar ook in gevoed door het eerste contact dat we hadden, maar dat het doorslaat, is natuurlijk niet mijn bedoeling.’

Een andere fan deed haar intrede en begon elke drie dagen een e-mail te schrijven. ‘Ook aan haar schreef ik terug’, zegt Olde Heuvelt. ‘Maar toen de mails steeds duisterder werden, ben ik ermee gestopt. Ze dacht dat we een relatie hadden. Ze schreef dat ze zichzelf sneed. Ze deed dat alleen voor mij. De mails waren ondertekend met haar naam. Bij een signeersessie vraag ik altijd hoe iemand heet, zodat ik het boek aan hen op kan dragen. Er stond iemand voor me die die naam zei en ik wist direct: fuck, dit is zíj. Het enige wat ik kon bedenken, ging totaal tegen mijn natuur in en tegen hoe ik met mensen wil omgaan: ik pakte haar boek aan zonder op te kijken, signeerde het en gaf het terug. ‘Next’.’ Daarna hield de stroom e-mails op.’

Ten slotte was er dus de vrouw die Olde Heuvelt vertelde dat ze in het kadaster had gekeken en liet doorschemeren dat ze wist waar hij woonde. ‘Dat veranderde alles’, zegt de horrorschrijver. ‘In 98 procent van de gevallen vind ik het contact met mijn fans superleuk, maar dit werd eng. Vooral mijn partner had het er moeilijk mee.’

‘Ik stond ernaast toen ze dat zei over het kadaster’, herinnert partner David Samwel zich. ‘Terug in de auto kregen we ruzie: ik wil dit niet, ik wil gewoon veilig thuis kunnen komen. We doen veel voor lezers. Het is leuk bedoeld, maar er is een grens. Ik heb ook gewoon mijn privéleven.’

Olde Heuvelt en Samwel woonden in een huis in het bos dat uit veel glas bestaat. ‘Overal hadden we ramen, prachtig, zo midden in de natuur’, zegt Samwel. Maar als het donker is en je binnen het licht aan hebt, dan zie je jezelf in het raam weerspiegeld en niet zo goed wat daarachter, buiten plaatsvindt. Ik begon dat steeds enger te vinden. Ik kan ook niet zo goed tegen horror, dat kruipt bij mij snel onder de huid. Ik dacht: straks staat ze een keer ’s avonds aan de poort te rammelen of... staat ze zo voor het raam?’

Samwel voelde zich bespied. ‘Ik begon dingen voor de ramen te hangen om de inkijk tegen te gaan.’ Dat was niet afdoende. ‘Ik durfde niet meer naakt door het huis te lopen, voortaan ging ik aangekleed naar de badkamer en kleedde me voor de douche pas uit’, zegt hij.

Olde Heuvelt en Samwel deden geen aangifte. ‘Ze had niets strafbaars gedaan’, zegt Olde Heuvelt. ‘We willen bovendien respectvol met iedereen omgaan’, zegt Samwel. ‘Er was duidelijk een geestelijk probleem, dus daar moet je ook rekening mee houden. We hebben informatie ingewonnen, hulp gezocht bij psychologen. We hoorden dat het beste wat je kunt doen, is het te negeren: niets doen om de waan te voeden en hopen dat het overgaat. Ik heb wel gezegd: als ze hier echt aan de poort staat, dan bel ik de politie, stuur een brief van een advocaat of wat dan ook, om duidelijk te maken waar de grens ligt.’

VI Het laatste verhaal van Jamie Gunn

23 januari 2026. ‘Tanden laten zien’, zegt een als ork verklede suppoost aan de ingang van de zaal waar Thomas Olde Heuvelt geïnterviewd gaat worden. Na inspectie van het gebit mogen de soms als ridders en heksen verklede bezoekers van het festival Epic & Enchanted: A Forum Fantasy Night in cultureel centrum Forum te Groningen, naar binnen. Olde Heuvelt is hier ter promotie van zijn nieuwste boek Het laatste verhaal van Jamie Gunn (2025).

Anders dan andere slachtoffers van stalking heeft een schrijver een mogelijkheid tot zijn beschikking om er iets mee te doen: er literatuur van maken. In Het laatste verhaal van Jamie Gunn onderzoekt Olde Heuvelt de relatie tot zijn lezers. ‘Het idee was een meer bovennatuurlijke variant op Stephen Kings stalkerboek Misery’, zegt hij. ‘Ik wilde een verhaal maken over een schrijver die gestalkt wordt, waarbij die stalker voor zijn ogen zelfmoord pleegt. Na haar dood gaat ze door met stalken. Tijdens het schrijven vroeg ik me af: wie is zij? Wat maakt haar zo geobsedeerd? En ik wilde weten wie die schrijver was: wat maakt dat hij zo close is met zijn lezers? Algauw kwam ik erachter: ik zit hier mijn eigen verhaal te vertellen.’

In het boek verliest Jamie Gunn op jonge leeftijd zijn vader en leert door middel van verhalen met de dood om te gaan. De wording van een schrijver, de drang om gelezen te worden, de moeite die hij doet om lezers en fans te vinden die, in sommige gevallen, doorslaan, komen aan de orde in een verhaal dat je volgens het plot doodt als je de laatste bladzijde leest. Het is een verhaal in een verhaal waarin ook de vraag wordt gesteld wat nu echt is, en wat zich in de verbeelding van de schrijver of het hoofd van de lezer afspeelt.

Een van de personages in het boek heet Amanda Price. Ze is gebaseerd op Jamie Gunns fans uit de derde categorie, zoals ze in het boek worden ingedeeld: ‘De plakkers. De intenselingen. De mensen uit de marge. Zij zenden alleen maar, terwijl ze tegelijkertijd alle energie uit een ruimte slurpen.’ In dat personage komen elementen van Olde Heuvelts ervaringen met obsessieve fans samen.

In de jaren dat hij aan dit boek werkte, was de stroom berichten van de vrouw die in het kadaster had gekeken, wat afgenomen. Hij was bang dat ze dit boek zou lezen en dat het dan weer van voor af aan zou beginnen. ‘Maar vooralsnog lijkt dat gelukkig niet zo’, zegt Olde Heuvelt. Veel angst voor haar mogelijke aanwezigheid in Groningen hadden Olde Heuvelt en Samwel niet. ‘We kwamen erachter dat ze vooral in de Randstad kwam opdagen, dus dit is denk ik te ver weg voor haar’, zegt Olde Heuvelt.

Dat zij desondanks altijd een factor is waar hij en Samwel rekening mee houden, is een feit. Eigenlijk zou hij helemaal niets over zijn obsessieve fans moeten zeggen om ervoor te zorgen dat er geen parasociale relaties worden gevoed, maar nu is er dit boek. En nu hij horror heeft geschreven met een autobiografisch tintje, is er wél over praten een aanleiding om aandacht voor dat boek te generen.

‘Ik ben Jamie Gunn’, schrijft hij in een van zijn nieuwsbrieven. En ook tijdens het publieke interview in Groningen zegt hij dat ‘Jamie en ik eigenlijk inwisselbaar zijn’. Hij vertelt aan de interviewer over de keerzijde van de relatie die hij met zijn lezers heeft opgebouwd. Hoe leuk dat contact is, maar dat ‘als je jezelf zo benaderbaar opstelt […] dan lijken sommige mensen de grens tussen wat nou werkelijkheid en fantasie is, een beetje uit het oog te verliezen. Ik heb dat meermaals meegemaakt. […] Ben je daar verantwoordelijk voor als schrijver? Een beetje natuurlijk wel, maar je kunt als maker niet verantwoordelijk zijn als mensen de grens tussen fantasie en werkelijkheid uit het oog gaan verliezen.’

De volgende dag is Olde Heuvelt naar het zuiden van het land afgereisd voor een boekenclub met zo’n vijftien fans in een zaaltje van het treinstation van het Limburgse Weert. Ook hier zal hij zeggen dat hij met Jamie Gunn verweven is en openhartig antwoord geven op vragen over zijn schrijfproces en schrijverschap.

Zowel de fans in Groningen als in Weert krijgen zijn volledige aandacht. Hij praat tijdens het signeren uitgebreid met ze. Als ze een drankje hebben, proost hij met ze. Hij vraagt ze wat ze gelezen hebben, wat hun favoriete scènes zijn en gaat op de foto.

Anno 2026 hebben Olde Heuvelt en Samwel hun leven aangepast. Ze zijn naar Zuid-Frankrijk verhuisd. ‘Het geeft rust om afstand in te bouwen’, zegt Samwel. Dat hebben ze ook op sociale media gedaan. ‘Ik ben er zelf eerst helemaal van afgegaan,’ zegt Samwel. ‘En we delen nu geen al te persoonlijke dingen meer. Alleen nog content die gerelateerd is aan het schrijverschap.’ Ook hebben ze iemand ingehuurd die voortaan de agenda, de sociale media, de tourplanning en alle projecten in de gaten houdt. ‘Ik heb anders een dagtaak aan randzaken’, zegt Olde Heuvelt. ‘Zo kan ik me meer op het schrijven toeleggen.’

Maar de zoektocht naar nieuwe ambassadeurs blijft voortgaan. Aan het eind van zowel het publieke interview in Groningen als de boekenclub in Weert wijst Olde Heuvelt op de nieuwsbrief waar de aanwezigen zich via zijn site voor kunnen opgeven. Én hij teaset dat hij met iets nieuws bezig, iets exclusiefs, voor trouwe fans.

Epiloog

Het is zondag 25 januari en vijftien fans van Thomas Olde Heuvelt lopen geblinddoekt een grote studio binnen nabij molen Zeldenrust te Overasselt. Ze hebben zich opgegeven voor een unieke immersive experience, een spel dat Olde Heuvelt met vrienden heeft bedacht en dat hij hier wil testen om te bepalen of het iets is om ‘commercieel verder te ontwikkelen’.

Voordat ze naar deze uithoek van Nederland zijn afgereisd, hebben de deelnemers per mail instructies gekregen over wat er gaat gebeuren (die blinddoeken) en wat ze moeten doen als het hen te veel wordt (hun hand opsteken). Olde Heuvelt loopt om hen heen terwijl ze de donkere ruimte in worden geleid en leest het begin van een verhaal voor, waarna ze op een stoel worden geplaatst. In de ruimte klinken naast geluiden van bladzijden die verwoed worden omgeslagen, ook bloedstollende kreten, gillen en het geknip van een heggenschaar.

In vier rondes, gebaseerd op Olde Heuvelts bestsellers, strijden de fans tegen het verhaal. Ze krijgen morele vragen voorgelegd en moeten aan de hand van elkaars antwoorden zien te achterhalen wie van hen ‘een lezer’ is en wie van hen ‘kwaadwillend’ is. Aan het einde van een ronde moeten ze in overleg iemand in de groep vermoorden, bij voorkeur een kwaadwillende.

Gaandeweg het spel verandert de dynamiek tussen de geblinddoekte fans en Olde Heuvelt, de spelleider, en beginnen de deelnemers zich hardop af te vragen: wie bepaalt hier eigenlijk de regels? Is dat de schrijver, of zijn dat de lezers?

Dit is een verhaal uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next