Home

Koud douchen, cv uit: hoe is het om twee maanden lang zo min mogelijk uit te stoten?

Maximaal duurzaam, zo dacht wetenschapsjournalist Nathan Lont zijn leven te hebben ingericht. Een voetafdruktest deed dat geloof wankelen. Hij besloot te proberen zijn uitstoot nog veel verder omlaag te krijgen.

Ik zit voorovergebukt in de stervenskoude woonkamer. Onder mijn trui draag ik een T-shirt én een thermoshirt. In een teiltje op de grond liggen meer kleren, allemaal kletsnat, net als de vloer.

Mijn huisgenoot, die net zijn eigen kleding in de wasmachine heeft gestopt, huppelt de woonkamer binnen. ‘Is het weer zover?’ ‘Ja’, antwoord ik, met gezicht op standje existentiële crisis.

Tegelijkertijd stel ik me aan, vind ik: een groot deel van de wereldbevolking doet op deze manier de was. Maar in mijn hoofd zag mijn CO2-dieet er anders uit.

Twee maanden eerder stuitte ik per toeval op de CO2-voetafdruktest van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. Daarop scoorde ik, zoals verwacht, een stuk lager dan de doorsnee-Nederlander, die jaarlijks 7.900 kilogram CO2-equivalenten uitstoot.

Vliegen en vlees eten deed ik jaren geleden al in de ban en een auto heb ik nooit gehad.

Maar toch: mijn klimaatimpact is nog altijd 3.900 kilogram CO2-equivalenten per jaar. Kan dat niet nog lager? Zo ja, hoe radicaal moet ik mijn leven daarvoor omgooien? En fundamenteler: in hoeverre is klimaatverandering überhaupt terug te leiden tot de consumptie van één individu?

Ten behoeve van de wetenschap

Eerst wat feiten en cijfers. Het gemiddelde Nederlandse huishouden stoot 16.500 kilogram CO2-equivalenten uit, stelt Milieu Centraal. Met die eenheid drukken wetenschappers de uitstoot van verschillende broeikasgassen – naast CO2 bijvoorbeeld ook methaan – uit in kilogrammen CO2. Transport (35 procent), energieverbruik thuis (17 procent), voedselconsumptie (16 procent) en aangeschafte spullen (13 procent) nemen het merendeel voor hun rekening.

Mijn kansen liggen bij die laatste drie categorieën. Dat constateert ook hoogleraar industriële ecologie Arnold Tukker (Universiteit Leiden), aan wie ik mijn impactbeteugelplan per telefoon voorleg. ‘Als je stopt met stoken, je stroomverbruik vermindert of vergroent, zuivel uit je dieet gooit en zo min mogelijk spullen koopt, kun je een heel eind komen.’

De spelregels: twee maanden zo min mogelijk uitstoten. In december en januari, om de moeilijkheidsgraad wat op te schroeven.

Eerst licht ik mijn huisgenoten in, vijf vrienden met wie ik een 19de-eeuws, matig geïsoleerd huurhuis deel. Ze reageren niet erg enthousiast op mijn klimaatambities. ‘Had je dat van tevoren niet even kunnen overleggen?’, vraagt de redelijk kougevoelige en vaak thuiswerkende Merlijn zich af.

Daar heeft hij een punt: twee maanden niet stoken zal ook op hen een zware wissel trekken – hierover later meer. Toch gaan ze alle vijf, ten behoeve van de wetenschap, schoorvoetend akkoord. Hier de stappen die ik nam – en welke offers we brachten – van klein naar groot.

Machineloos wassen: 30 kilogram CO2-equivalenten winst per jaar

Onder andere door de vele thuiswerkers is ons stroomverbruik fors: ongeveer 500 kWh per maand.

Bij gebrek aan zonnepanelen zijn we op het elektriciteitsnet aangewezen. Meevaller is dat onze energieleverancier ‘100% Nederlandse groene stroom’ levert, opgewekt met zonnepanelen en windmolens.

Goed nieuws, stelt hoogleraar Tukker. ‘Zulke leveranciers kopen groene stroom in, wat investeringen in duurzame elektriciteitsopwekking stimuleert. Maar let wel: uit je stopcontact komt gewoon de standaard Nederlandse elektriciteitsmix, deels afkomstig uit kolen- en gascentrales.’

Daarom zullen we ons stroomverbruik, dat ‘gewoon’ tot een klimaatlast van 122 kilogram CO2-equivalenten leidt, moeten drukken. Ik begin met klein bier: apparaten, stekkerblokken en lampen waar mogelijk uitschakelen, mijn digitale mediaconsumptie beteugelen – vooral op dagen met veel voetbal op tv een behoorlijke kluif –, en spaarzaam omspringen met telefoon- en laptopbatterij.

Meer winst is te behalen bij ‘grote energieslurpers’ (dixit Milieu Centraal). Bij ons zijn dat de elektrische kookplaat, de vaatwasser, het aquarium, de wasmachine en de droger. Die eerste twee bieden weinig kansen: we moeten nu eenmaal eten en de vaatwasser afzweren zien mijn huisgenoten niet zitten. Wat de vissen betreft: hun zuurstofpomp blijft draaien, de tl-lamp gaat overdag uit.

Die maatregelen lijken weinig effectief, want ons gezamenlijke stroomverbruik daalt niet. Waarschijnlijk doet de relatief hoge bezettingsgraad in huis ze teniet, misschien speelt het fonkelnieuwe elektrische kacheltje op de kamer van één huisgenoot een rol.

Blijft over: de was. Na een paar keer proberen weet ik die zonder wasmachine of droger schoon te krijgen. De methode behelst twee teiltjes met lauwwarm water, een grote opvangbak om de boel in uit te wringen, en een uitlekhanddoek.

Het valt me zwaar. Bij gebrek aan een wasbord – een rondgang langs kringloopwinkels levert niks op – wrijf ik kleding over mijn polsen, bijna tot bloedens toe. Bovendien vergt een wasbeurt nu twee uur aan intensieve arbeid en, mede door de lage kamertemperatuur, een kleine week aan het droogrek. Lering: zet de wasmachine op 30 graden. Dat bespaart iets minder stroom, maar een hoop frustratie.

Klimaatwinst machineloos wassen: 5 kilogram CO2-equivalenten na twee maanden, 30 kilogram op jaarbasis – vergelijkbaar met 150 kilometer in een benzineauto

Alles tweedehands kopen: 200 kilogram CO2-equivalenten winst per jaar

De eerste potentieel écht grote uitstootbom wacht tijdens kerst, dankzij de tientallen cadeautjes die jaarlijks bij de familie van mijn vriendin onder de kerstboom liggen.

Volgens Milieu Centraal is 13 procent van de CO2-voetafdruk van een doorsneehuishouden aan gekochte spullen toe te schrijven. Dat komt vooral door de productie van kleding, meubels, huishoudelijke apparaten, laptops en mobiele telefoons.

Nieuwe spullen koop ik daarom niet meer. Heb ik echt iets nodig, dan zoek ik een tweedehandsalternatief. Helemaal uitstootvrij is dat overigens niet, benadrukt milieulastonderzoeker Levon Amatuni (Universiteit Leiden): ‘Een tweedehandssmartphone, bijvoorbeeld, heeft slechts 33 procent minder klimaatimpact dan een nieuw exemplaar.’

De gevreesde uitstootexplosie tijdens kerst blijft in elk geval uit, mede door een uitgebreide briefing vooraf. Een greep uit de cadeauscore: een bordspel uit 2006, een vintage petje en een via het WNF ‘geadopteerde’ zeeschildpad. Andersom krijgt mijn vriendin een tweedehandsomatrui.

Klimaatwinst: na twee maanden lastig te zeggen, op jaarbasis 200 kilogram CO2-equivalenten – vergelijkbaar met 7,5 kilo rundvlees

Koud douchen en verwarming uit (en daarna op 17 graden): 210 kilogram CO2-equivalenten winst per jaar

Dan gasverbruik, in de regel de energiebron die thuis de meeste uitstoot veroorzaakt. Ook bij ons draait de cv-ketel ’s winters overuren: de glas-in-loodramen boven in de erker geven de woonkamer weliswaar karakter, maar zijn doorzeefd met tochtgaten. Over betere isolatie peinst de huisbaas niet, laat staan over een warmtepomp.

De verwarming gaat in eerste instantie uit. In theorie levert dat een flinke klimaatwinst op. Een normale decembermaand kost ons 168 kubieke meter aardgas en 360 kilogram CO2-equivalenten – één retourtje Amsterdam-Boedapest per vliegtuig.

De praktijk blijkt weerbarstiger. Een week of twee houdt het verwarmingsregime redelijk stand. Alleen in de ochtend wordt er even gestookt, of als ik niet thuis ben. Maar als de buitentemperatuur rond de jaarwisseling het nulpunt nadert, bezwijkt de discipline. Er komt een kat-en-muisspel op gang: ik draai de verwarming omlaag, een van mijn koulijdende huisgenoten zet haar hoger.

Als Merlijn droomt dat een verwarmingsruzie onze vriendschap fataal wordt, besluit ik de teugels te laten vieren. Als compromis gaat de thermostaat op 17 graden, vlak voor het uitzonderlijk winterse weer dat ons land in januari treft. Bijvangst: we voorkomen eventuele schimmelproblemen, die vaak ontstaan in koude, vochtige huizen.

Zelf ruil ik mijn gebruikelijke warme, tien minuten durende douche in voor een – significant minder prettige – ijskoude variant. Dat voorkomt 0,5 kilogram CO2-equivalenten aan uitstoot per keer.

Uiteindelijk slinkt het totale gasverbruik met zo’n 15 procent. Prima, maar niet baanbrekend, aangezien we bepakt met dikke truien, thermoshirts en soms zelfs met mutsen en sjaals in huis rondlopen.

Klimaatwinst: na twee maanden 46 kilogram CO2-equivalenten, op jaarbasis 210 kilogram – vergelijkbaar met drie nieuwe smartphones

Dierlijke producten in de ban: 220 kilogram CO2-equivalenten winst per jaar

Aan mijn nieuwbakken dieet heb ik een minder zware dobber. Vooraf win ik advies in bij Oliver Taherzadeh, die aan de Universiteit Leiden de milieulast van voeding onderzoekt. Zijn boodschap is duidelijk: ‘Naast vlees is zuivel wat uitstoot betreft de grote boosdoener.’ Met collega’s becijferde hij dat vlees, vis, zuivel en ei samen zo’n 59 procent van de uitstoot van het gemiddelde Nederlandse eetpatroon vormen.

Een volledig plantaardig dieet kan de klimaatlast van voeding met 30 tot 50 procent verminderen, stelt Taherzadeh. ‘Daarnaast kun je nog ingevlogen of in kassen verbouwde groente en fruit mijden, maar dat is relatief klein bier.’

Als vegetariër is zuivel mijn achilleshiel en dan vooral kaas. Taherzadeh drukt me met de neus op de feiten: ‘Kaasproductie genereert veel uitstoot, want voor 100 gram kaas is een liter melk nodig.’

Dierlijke producten gaan dus in de ban. Dat vergt wat aanpassingsvermogen, ook van mijn omgeving. Mijn huisgenoten, met wie ik doorgaans samen eet, slagen echter met verve. Niet eenmaal belandt er per ongeluk roomboter, ei of kaas op mijn bord. Eiwitten halen we uit bonen, linzen, kikkererwten, vleesvervangers en – vooral – tofu.

Aan de kerstdis verschijnen culinaire hoogstandjes als gefrituurde bakbanaan en chocolademousse met kikkererwtensap. (En 2 kilo lamsvlees – klimaatlast: zo’n 65 kilogram CO2-equivalenten – voor de overige gasten.) Mijn dagelijkse impact slinkt met 0,6 kilogram CO2-equivalenten door mijn nieuwe eetpatroon, blijkt uit onderzoek van het Voedingscentrum en de Vrije Universiteit.

Klimaatwinst: na twee maanden 37 kilogram CO2-equivalenten, op jaarbasis 220 kilogram – vergelijkbaar met 1.100 kilometer in een benzineauto

Eindresultaat: ‘Belastingdienst, ik stop met belasting betalen’

Na twee maanden zwoegen is het tijd om de balans op te maken. Hoeveel lager is mijn kersverse CO2-voetafdruk?

Kanttekening: sommige lasten blijven buiten schot – denk aan elektriciteitsverbruik bij mijn vriendin thuis of de bouw van infrastructuur die ik dagelijks gebruik.

Maar houd ik deze levensstijl een jaar vol, dan slinkt mijn klimaatimpact volgens de voetafdruktest van Milieu Centraal tot 3.200 kilogram CO2-equivalenten per jaar. Langetermijninvesteringen, bijvoorbeeld in energiezuinige apparaten, kunnen de winst verder opschroeven.

Toch stemt het resultaat mij een beetje moedeloos. Al die moeite, voor een reductie van 700 kilogram CO2-equivalenten op jaarbasis – teniet te doen met één retourvlucht naar Turkije?

Industrieel ecoloog Tukker praat me uit de put. ‘Elke uitstootreductie, hoe klein ook, helpt klimaatverandering tegen te gaan. Bovendien was je voetafdruk al heel laag.’ Het ‘onze invloed is onmeetbaar weinig’-geluid dat de Ronald Plasterks van deze wereld bezigen, vindt hij flauwekul.

‘Ik zeg toch ook niet: ach, Belastingdienst, op die staatsbegroting van 450 miljard maakt de belastingbijdrage van Arnold Tukker niets uit, dus ik stop met belasting betalen.’

Voetafdruktesten, zegt de hoogleraar, zijn zonder meer nuttig. Wel is er een keerzijde: ze belichten klimaatverandering niet als systeemfalen, maar als individueel probleem. Berucht zijn de ‘verlaag je voetafdruk’-posters die fossielgigant BP begin deze eeuw in Amerikaanse steden hing, volgens velen een poging om klimaatschuld op de consument af te schuiven.

‘Uiteindelijk moet systeemverandering het tij keren, via harde beleidskeuzen. Tot die tijd is het onmogelijk je volledig aan het systeem te onttrekken. Maar er zijn ook dingen waarop je wel veel invloed hebt, zoals hoe vaak je de auto pakt en naar de zon vliegt, of hoeveel vlees en zuivel je eet.’

Dat neem ik ter harte. Na afloop van het experiment blijf ik kaas mijden. Maar een lange, warme douche kan ik niet weerstaan.

De in dit artikel getoonde klimaatimpactcijfers zijn ruwe schattingen. Alle jaarlijkse cijfers zijn op de tientallen afgerond.

Totale voetafdrukken

De bepaling van de CO2-voetafdruk van de gemiddelde Nederlander is afkomstig van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. Cijfers voor een gemiddeld huishouden zijn gedeeld door de omvang van een gemiddeld huishouden (2,1). De 7.900 kilogram CO2-equivalenten per Nederlander komt ongeveer overeen met cijfers van de Britse non-profitorganisatie Our World in Data.

De CO2-voetafdrukcijfers vooraf (3.900 kilogram CO2-equivalenten) en na de twee maanden (3.200 kilogram CO2-equivalenten) zijn afgeleid uit de CO2-voetafdruktool van Milieu Centraal. Ze beslaan het volledige huishouden op jaarbasis: de test is ingevuld met een één jaar durend experiment in gedachten. Ze zijn door het aantal huisgenoten (zes) gedeeld en op honderdtallen afgerond.

Daar zijn de gemiddelde getallen voor de categorieën collectieve voorzieningen (700), recreatie, sport en cultuur (500) en woning (300) bij opgeteld – laat de voetafdruktool achterwege, maar zijn wel deel van de voetafdruk.

Stroomverbruik

Het ‘gebruikelijke’ maandelijkse stroomverbruik van 500 kWh is afgeleid uit meterstanden en de ‘gebruikelijke’ maandelijkse klimaatimpact van 122 kilogram CO2-equivalenten, na vermenigvuldiging met de emissiefactor van de Nederlandse elektriciteitsmix (0,244 kilogram CO2-equivalenten per kWh).

De wasmachine verbruikt 152 kWh stroom per 220 wasbeurten, dus een was vergt 0,69 kWh aan elektriciteit. De droger vergt 4,82 kWh per cyclus.

Uitgaande van het voorkomen van tien wasbeurten en drie droogbeurten is 21,36 kWh aan elektriciteit en 5,21 kilogram CO2-equivalenten aan uitstoot bespaard na twee maanden – 31,3 kilogram op jaarbasis.

Koopgedrag

De impactbesparing door koopgedrag is afgeleid van de voor- en achteraf ingevulde voetafdruktesten van Milieu Centraal, door de cijfers voor de categorieën spullen en kleding te vergelijken.

Gasverbruik

In referentiemaand december 2024 werd 168 m3 aardgas verstookt. Vermenigvuldigd met de emissiefactor van aardgasverbranding (2,134 kilogram CO2-equivalenten per Nm3) leidt dat tot 358,5 kilogram CO2-equivalenten klimaatlast. Voor januari 2025 zijn geen cijfers beschikbaar, dus is een verbruik van 168 m3 aangenomen.

Het gasverbruik in december 2025 was 116 m3 en in januari 2026 170 m3. Het verschil tussen het gebruikelijke gasverbruik (336 m3) en het gasverbruik tijdens het experiment (286 m3) is 50 m3 (15 procent).

De douche verbruikt per 10 minuten 60 liter water, wat 0,24 m3 aardgas vergt. Per maand is dit 7,44 m3 aardgas (15,88 kilogram CO2-equivalenten aan uitstoot), per jaar 87,6 m3 (186,94 kilogram CO2-equivalenten).

Ongeveer driekwart van de douchebeurten vindt thuis plaats. Daarom is aangenomen dat 11,16 m3 van de tweemaandelijkse daling van 50 m3 aan koud douchen toe te schrijven is. De verwarmingsbesparing die overblijft is daarmee 38,84 m3. Uitgaande van vier volle maanden per jaar verwarmen is de mogelijke verwarmingsbesparing op jaarbasis is 77,68 m3 aardgas en 165,77 kilogram CO2-equivalenten uitstoot – 27,63 kilogram CO2-equivalenten per persoon.

De tweemaandelijkse douchebesparing (tweemaal 15,88 kilogram CO2-equivalenten) en de tweemaandelijkse verwarmingsbesparing (13,8 kilogram CO2-equivalenten), leiden tot een persoonlijke uitstootbesparing van 46 kilogram CO2-equivalenten na twee wintermaanden.

De douchebesparing op jaarbasis (186,94 kilogram CO2-equivalenten) en de verwarmingsbesparing op jaarbasis (27,63 kilogram CO2-equivalenten) leiden tot een afgeronde uitstootbesparing door verminderd gasverbruik van 210 kilogram CO2-equivalenten per jaar.

Dieet

De klimaatlastvermindering van een gemiddeld veganistisch versus vegetarisch dieet volgt uit onderzoek van het Voedingscentrum en de Vrije Universiteit en is 0,6 kilogram CO2-equivalenten per dag.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next