Home

Er verandert nogal wat in de Formule 1 dit seizoen, en Verstappen is er niet blij mee. ‘Het is anti-racen’

Max Verstappen vindt de veranderingen dit seizoen in de Formule 1 maar niks. De aandrijving van de auto’s wordt voor een veel groter deel elektrisch. Gaat dat ten koste van de lol? Zondag moet het blijken, bij de Grand Prix in Melbourne.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.

Gek moeten de bazen van de Formule 1 van hem worden, het angstzweet breekt ze elke keer uit als Max Verstappen zijn mond opendoet. Terwijl zij reclame proberen te maken voor een nieuw spannend seizoen, een nieuw tijdperk zelfs, lijkt hun smaakmaker er juist alles aan te doen om het publiek weg te jagen. ‘Het is anti-racen’, zegt hij doodleuk. ‘Formule 1-onwaardig.’

Waarom zou iemand zondag – 05.00 uur Nederlandse tijd – eigenlijk nog gaan kijken naar de eerste Grand Prix van het seizoen, in Melbourne? Ramptoeristen misschien, want Verstappens chagrijn wordt gedeeld door veel andere coureurs. ‘Ik hoop dat het meevalt’, zei de Nederlander in een van zijn mildere buien.

Het jaar van Mercedes?

Het temperen van verwachtingen hoort er op zich bij aan de vooravond van een nieuw Formule 1-seizoen. Teams kruipen gretig in de underdogrol, wijzen allemaal een ander aan als favoriet. Het is de opwinding van het onbekende en onzekere: wie is het best uit de winter gekomen? Kan Verstappen het wereldkampioen Lando Norris net als vorig jaar weer moeilijk maken? Of wordt 2026, zoals veel kenners verwachten, toch echt het jaar van Mercedes?

Dit keer zijn daar nieuwe vragen en twijfels bij gekomen, omdat de regels volledig op de schop zijn gegaan. De auto’s zijn zo drastisch veranderd dat de eindstand van vorig jaar nauwelijks nog iets zegt. En vooral: veel coureurs vragen zich openlijk af of de Formule 1 op deze manier nog wel leuk is.

‘Belachelijk complex’, noemt zevenvoudig wereldkampioen Lewis Hamilton de nieuwe regels. Titelhouder Norris: ‘Is het net zo mooi om te rijden als vorig jaar? Zeker niet.’ Verstappen: ‘Voor mij is het gewoon minder leuk, want het is geen pure Formule 1 meer.’

Klimaatneutraal in 2030

De belangrijkste veranderingen hebben te maken met twee ontwikkelingen waarmee de hele wereld worstelt: de opwarming van de aarde en de schier onstuitbare commercialisering. Vaak genoeg botsen deze fenomenen, maar in de Formule 1 komen ze nu juist samen, in een combinatie waarvan veel coureurs vooralsnog ongelukkig worden.

Ook de Formule 1 komt niet onder energietransitie uit. Voor een sport die van zichzelf al vervuilend is en waarvan de 24 wedstrijden ook nog eens over de hele wereld plaatsvinden, is het een behoorlijke klus om de uitstoot terug te brengen. En toch heeft uitgerekend de Formule 1 een scherpe ambitie geformuleerd: de sport wil in 2030 klimaatneutraal zijn.

Over de haalbaarheid daarvan bestaan twijfels, maar de milieuplannen komen niet uit de lucht vallen, want zonder grote autofabrikanten kan de sport niet bestaan. Die gebruiken de Formule 1 als laboratorium, en het klimaatprobleem, en de bijbehorende wetgeving, dwingt ze al langer om elektrische technologie serieus te nemen.

‘Autofabrikanten willen de batterijtechniek maar wat graag ontwikkelen om hun straatauto’s zo duurzaam, zuinig en schoon mogelijk te maken’, legt Verstappens werkgever Red Bull enthousiast uit op de eigen site. ‘De Formule 1 is een uitstekend platform om in rap tempo grote stappen te maken.’

De auto’s zullen vanaf dit seizoen gebruikmaken van volledig hernieuwbare brandstoffen. Maar de grootste impact op het rijden heeft de nieuwe motor, en die roept de meeste weerstand op. De motor was al een tijd hybride – deels verbranding, deels elektrisch – maar het elektrische deel is dit jaar een stuk belangrijker geworden. Grofweg de helft van het maximale vermogen komt nu daaruit, waar dat tot nu toe 20 procent was.

Het probleem: om dat vermogen te kunnen verbruiken moet de accu voldoende zijn opgeladen en dat moet tijdens het rijden gebeuren. De coureurs moeten daar voortdurend rekening mee houden: relatief rustig rijden en op de rem trappen levert energie op. Een gewaagde inhaalactie trekt de accu leeg en dat kan ze later in de race opbreken.

‘Het is net als in het normale leven’, zegt voormalig Formule 1-coureur Jan Lammers. ‘Je kunt een nachtje overslaan, leuke dingen doen, allemaal hartstikke mooi, maar de volgende dag ben je gesloopt.’

Véél meer fans

Daar komt bij dat de sport aantrekkelijk moet blijven voor de kijkers, en dat zijn er de laatste jaren veel meer geworden. Volgens cijfers van Formula One Management is het aantal fans wereldwijd sinds 2018 meer dan verdubbeld, tot ruim 800 miljoen. Die groei komt vooral doordat veel meer vrouwen en jongeren kijken.

De gruwel van de Amerikaanse eigenaren – de commerciële rechten van de Formule 1 zijn in handen van mediabedrijf Liberty Media – is een saaie optocht met nauwelijks inhaalacties. Echte liefhebbers komen dan misschien nog wel aan hun trekken, om een miljoenenpubliek vast te houden zijn spectaculaire acties nodig, die kunnen worden gedeeld op sociale media.

De nieuwe regels bieden, in theorie althans, meer mogelijkheden. Met de overtake- en boost-modus kunnen de coureurs tijdelijk meer elektrisch vermogen gebruiken om in te halen (of juist om te verdedigen). Maar ook hier geldt: dit kan alleen als de accu vol is. Niet voor niets is er ook een recharge-modus waarmee tijdens het rijden sneller kan worden opgeladen, uiteraard ten koste van de snelheid van de auto.

‘Het ene moment rijden ze bij wijze van spreken met een Prius en het andere met een normale auto’, zegt Lammers. ‘Dat verhoogt de moeilijkheidsgraad. Het gaat tegen de natuur van een autocoureur in om bochten langzamer te rijden en het gas eerder los te laten. Ik snap wel dat ze daar niet enthousiast van worden. En onderschat ook niet hoe ingewikkeld het is, met al die verschillende knopjes die wel of niet moeten worden geactiveerd.’

Volgens Verstappen zal dit seizoen vooral draaien om het woord ‘management’. Hij is niet de Formule 1 in gegaan om zich voortdurend bezig te houden met de energiehuishouding. Het lijkt volgens de viervoudig wereldkampioen nu meer ‘Formule E op steroïden’.

Een dodelijkere omschrijving is voor authentieke Formule 1-fans bijna niet mogelijk. De auto’s in de Formule E zijn volledig elektrisch, en dat maakt de beleving totaal anders. Alleen al het geluid, niks ronkende motoren. Er wordt weliswaar geracet, maar het klinkt alsof er uit de kluiten gewassen robotstofzuigers over de circuits rijden.

Verstappen staat zeker niet alleen in zijn scepsis, al is hij het meest uitgesproken. En als verrassing kan zijn kritiek ook niet komen. Niet alleen waarschuwde hij al een paar jaar geleden voor deze koers, hij is sowieso vaak huiverig voor nieuwigheden.

Zo heeft hij weinig op met de sprintraces, die in 2021 werden geïntroduceerd om de raceweekenden aantrekkelijker te maken. Ook op de Netflix-hit Drive to Survive is hij kritisch. Die realityachtige documentaireserie geeft een kijkje achter de schermen, maar volgens Verstappen worden conflicten uitvergroot en is ‘veel nep’. ‘Ik begrijp dat het nodig is om de populariteit in Amerika te vergroten. Maar als coureur vind ik het niet leuk om er deel van uit te maken.’

‘Gewoon normaal rijden’

Dat conservatieve geluid klinkt ook door in zijn kritiek op de technische wijzigingen. ‘Ik wil gewoon normaal rijden, zoals het hoort.’

De vraag is of hij zich kan en wil aanpassen. Oud-coureur David Coulthard denkt dat de Nederlander, net als Lewis Hamilton en Fernando Alonso, het moeilijk gaat krijgen omdat hij op ‘instinct’ rijdt. ‘Nu moeten ze bijna mechanisch denken en constant aanpassingen maken’, zei hij in de podcast Up to Speed. ‘Dat beloont niet per se de beste pure rijder.’

Lammers verwacht zeker de eerste races ‘ongekende taferelen’. Niet alleen de coureurs zullen moeten wennen, ook het publiek zal vertrouwd moeten raken met nieuwe termen en strategieën. ‘Maar zonder verwarring worden we nooit wijzer.’

Voor Verstappen ziet hij het juist zonnig in. Racen heeft nooit alleen maar gedraaid om zo hard mogelijk rijden, coureurs hebben altijd rekening moeten houden met bijvoorbeeld slijtage van de banden, de remmen en de hoeveelheid benzine. Dit seizoen komt daar nog meer ‘management’ bovenop. De Nederlander mag dat misschien niet leuk vinden, hij is er wel goed in.

‘Hij heeft al zo vaak laten zien dat hij heel slim met verschillende situaties kan omgaan. En hij bereidt zich zo goed voor, hij denkt vaak al vier, vijf races vooruit. Ik denk dat die intelligente coureur zal komen bovendrijven.’

Plezier terugvinden

Maar gaat hij het ook leuk vinden? Verstappen gaat heus zijn best doen, bezweert hij. Er zijn dit seizoen ook positieve punten, zoals de nieuwe, eigen motor van Red Bull, die het tijdens testdagen goed leek te doen. Zijn team twijfelt er niet aan dat hij zijn contract, dat loopt tot 2028, gewoon uitdient, maar het enthousiasme spat er vooralsnog niet van af. ‘De huidige regels helpen niet om mijn carrière in de F1 te verlengen’, zegt Verstappen eerlijk.

Lammers, sportief directeur van de Grand Prix in Zandvoort, wijt de weerstand aan de onwennigheid. Als de coureurs hun auto’s eenmaal kennen, als ze de grenzen weer kunnen opzoeken, komt het plezier waarschijnlijk wel weer terug.

‘Ik hoop dat ze gedurende het jaar die mening een klein beetje gaan bijstellen. En dat ze het halverwege het seizoen allemaal weer leuk vinden.’

Precies op tijd voor de race in Zandvoort, die eind augustus wordt verreden. Voor het laatst, dat staat dit seizoen in ieder geval wel vast.

Kleinere en lichtere auto’s

De Formule 1-auto’s zijn in de loop der jaren groter en zwaarder geworden, en daarmee minder wendbaar. Ze zijn nu korter, smaller en lichter en ook de banden zijn compacter. Deze veranderingen worden door vrijwel iedereen toegejuicht, al waren veel coureurs liever nog een stap verder gegaan.

Actieve aerodynamica

De laatste jaren werden de auto’s door lange tunnels onder de vloer als het ware tegen het asfalt aan gezogen. Bij hogere snelheden was die neerwaartse druk (downforce) vaak zo groot dat de auto’s gingen stuiteren. Dit seizoen zijn de vloeren vlakker, waardoor de downforce is afgenomen.

Om de auto’s stabiel te houden, hebben ze bewegende voor- en achtervleugels (actieve aerodynamica). Die gaan dicht bij bochten om de neerwaartse druk te vergroten en open op lange rechte stukken om de luchtweerstand te verkleinen.

Tot vorig seizoen mochten coureurs de achtervleugel alleen openklappen als ze binnen 1 seconde van een voorganger waren. Dit Drag Reduction System (DRS) verdwijnt, maar daar komen andere opties voor in de plaats die inhalen makkelijker moeten maken.

Veranderingen motor

Formule 1-auto’s hebben al sinds 2014 een hybride motor, maar dit seizoen wordt het elektrische deel belangrijker en dat heeft grote invloed. Het vermogen van het verbrandingsdeel gaat zo’n 200pk omlaag. Dat van de elektrische eenheid verdriedubbelt juist: van 163pk naar 477pk. Maar om dat vermogen volop te kunnen gebruiken, moet de accu voldoende zijn opgeladen. De nieuwe motoren helpen daarbij, want ze winnen dubbel zoveel energie terug bij het remmen. Maar van het gas gaan doen coureurs uiteraard het liefst zo min mogelijk.

Met drie knoppen kunnen ze het elektrische vermogen managen.

De recharge-modus laadt de accu extra op (ten koste van snelheid).

De boost-modus geeft meer vermogen, handig voor een inhaalactie of juist om een aanval af te slaan.

De overtake-modus mag alleen worden gebruikt als een auto, op een bepaald meetpunt, binnen 1 seconde van een voorganger rijdt. De coureur kan dan één ronde lang zijn volledige elektrische vermogen gebruiken tot een snelheid van 337 kilometer per uur (mits zijn accu is opgeladen).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next