Cees Nooteboom was niet voor de luiaard. Hij verwachtte van de lezer dat die bereid was na te denken. De keuze van het Boekenweekgeschenk dit jaar, bekendgemaakt op zijn sterfdatum, had hem dan ook niet kunnen bekoren.
is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.
Op de dag dat Cees Nooteboom overleed, stonden de aandelen Philips 26,65. De slotkoers van de AEX was 1008,96, en de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) maakte bekend dat het Boekenweekgeschenk dit jaar zal worden geschreven door Hendrik Groen.
Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil. Wat we onthouden is: Cees Nooteboom, 92 jaar oud, gestorven op Menorca. Hendrik Groen, auteur van zijn bestsellende bejaardendagboek, schrijft het Boekenweekgeschenk.
In de rubriek ‘Reputaties’ kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert.
Cees Nooteboom was de zoon van een vader die omkwam bij het vergissingsbombardement op Den Haag, in maart 1945. Hendrik Groen is niemands zoon, want hij bestaat niet. Hij is een gimmick.
Even tussendoor, voordat we terugkeren naar de aandelenkoers. Begin jaren tachtig werd Cees Nooteboom door de CPNB gevraagd het Boekenweekgeschenk te schrijven. Hij ging aan de slag, leverde een tekst en werd vervolgens aan de kant geschoven. De tekst, zo ging het gerucht, was te literair voor het CPNB, te moeilijk, en bovendien was cabaretier Wim Kan bereid gevonden een moppenboekje te maken.
Dat boekje van Kan werd een flop, en jaren later schreef Nooteboom alsnog het geschenk.
Het lijkt uitgesloten dat Hendrik Groen een te literaire tekst heeft ingeleverd. De CPNB kijkt wel uit. Stel je voor.
Telkens als een schrijver sterft, is er een behoefte het werk in een of twee titels te vangen. Het leven wordt teruggebracht tot een Slimste mens-vraag. Wat weet je van Cees Nooteboom?
Bij Nooteboom is Rituelen (1980) dan het voorgestelde antwoord als beste roman en daar valt weinig tegen in te brengen. Het behoort tot dat handjevol puntgave Nederlandse romans (De aanslag, De wetten, Mystiek lichaam) dat op een wonderlijke wijze meer stijl, poëzie, filosofie en diepte met zich mee lijkt te dragen dan je op zo weinig pagina’s voor mogelijk zou houden.
Hoofdpersoon is Inni Wintrop. Het type van alles een beetje: beurshandelaar die de dagen uit elkaar houdt aan de hand van de koers van zijn aandelen, horoscoopschrijver, kunsthandelaar, verlaten geliefde. Zijn zelfmoordpoging mislukt, en daarna sjokt hij door het leven.
‘Zijn leven had bestaan uit gebeurtenissen, en die gebeurtenissen hadden geen samenhang in een of ander idee over zijn leven. Er was geen centrale gedachte, zoals een carrière, een ambitie. Hij was er gewoon, een zoon zonder vader en een vader zonder zoon, en er gebeurden dingen.’
De roman gaat over twee ontmoetingen. Met Arnold Taads, en later met diens vervreemde zoon, Philip Taads. De Taadsen. Hoe moet je ze duiden? Ze zijn geen voorbeelden voor Inni. Hij is niet doelgericht genoeg om een voorbeeld te hebben. Het is eerder alsof hij twee natuurkrachten tegen het lijf loopt, verschijnselen gemaakt van wilskracht.
In 1953 wordt de jonge Inni door een tante meegenomen naar Arnold Taads (‘Ergens in de grijze melknevel van de vroege jaren vijftig waarin de krachtige witte bloei van de Koreaanse oorlog nog steeds zichtbaar was…’ Cees Nooteboom, dames en heren!). Taads schenkt een glas whisky in, Inni’s eerste ooit, en vraagt hem heel precies te beschrijven wat hij proeft. ‘Bij elk belangrijk moment in je leven, dacht hij later, zou je een Arnold Taads moeten hebben, iemand die je vraagt exact te beschrijven wat je voelt, ruikt, proeft, denkt…’
Rook en hazelnoot, zegt Inni.
De Taadsen zijn de eenzaamste mensen die Inni in zijn leven heeft ontmoet, denkt hij later. Ze zijn solisten, ze willen niemand nodig hebben, willen leven en vooral sterven volgens de wetten van hun eigen autonomie.
Nooteboom had de reputatie moeilijk te zijn. En inderdaad, hij kon je vanaf de achterflap aankijken als een bankdirecteur op vakantie, die vond dat de stewardess niet opschoot met zijn bloody mary. In het memoriam van de NOS werd ronduit gesproken, alsof het een feit was, dat hij verbitterd was, omdat Nederland hem – in tegenstelling tot andere landen, zoals Duitsland waar hij immens populair was – slecht begreep.
Ik sprak Nooteboom maar een paar keer, maar ontdekte dat achter die frons iemand zat met wie je behoorlijk kon lachen.
Maar hij kon teleurgesteld zijn, inderdaad. In Nederland, in de tijd waarin we leven, in de vervlakking van een literaire cultuur. In een interview zei NRC-journalist Rinskje Koelewijn eens dat ze drie woorden in zijn nieuwste boek had moeten opzoeken. Meticuleus, acribisch en lapidair.
De irritatie sloeg direct toe: ‘Er zijn van die sites waarop je kunt lezen wat mensen van je werk vinden. Staat er een bericht van een meisje, ik denk middelbare scholiere, die Rituelen las. Gadverdamme, stond er. Vijf keer moest ze een woord opzoeken. Zelfs een woord als kazuifel kende ze niet. Dat je het niet kent, is één. Maar dat je er ook nog boos om wordt.’
Ik las het en googelde en kwam het bericht op scholieren.com tegen.
Op zijn beste dagen was Nooteboom als de Taadsen: autonoom, solistisch in zijn schrijven, in de zin dat hij niet voor de luie lezer was. Hij verwachtte dat de lezer bereid was zich als een Taads op te stellen, namelijk: dat je iets leest, niet als consumptiegoed, maar als een eerste glas whisky. Wat lees je, wat voel je, wat proef je, wat denk je?
Dit maakt literatuur geen huiswerkopdracht, maar onderdeel van het leven zelf. Want wat is er nou leuker dan denken? Het is wat het leven betekenis geeft.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant