Home

Hoe een omstreden patent van 150 jaar oud de wereld heeft verkleind

Het is 150 jaar geleden dat het patent op de uitvinding van de telefoon werd uitgegeven. Over de uitvinding zelf is nog steeds het laatste woord niet gesproken, maar de naam van Alexander Graham Bell belandde in de geschiedenisboeken.

"Is het niet geweldig?", vraagt het personage Warren Sheffield in de film Meet Me in St. Louis (1944) door de hoorn van een telefoon. "Ik ben hier in New York en jij bent in St. Louis. Toch lijkt het alsof je in de kamer hiernaast zit."

"Wat zeg je?", zegt Rose Smith aan de andere kant van de lijn. Waarop Sheffield roept: "Het lijkt alsof je in de kamer hiernaast zit!"

De geluidskwaliteit was destijds (de film speelt zich af rond 1900) een stuk korreliger dan we inmiddels gewend zijn. Dat bellen op afstand de illusie zou wekken alsof je bij een ander in huis was, werd door de makers van de film dus op de hak genomen.

Toch is de uitspraak niet zo gek, want de belofte bij de uitvinding van de telefoon was het verkleinen van de wereld. En die belofte werd wel degelijk ingelost. Plotseling konden mensen een praatje maken met mensen in een andere stad.

Het patent op de eerste telefoon werd op 7 maart 1876 toegekend aan de in Schotland geboren Bell. Daarin beschreef hij een manier om via een draad menselijk stemgeluid van de ene naar de andere plek te geleiden. Via trillingen van het geluid, omgezet in elektrische signalen, kon iemand aan de andere kant van de lijn horen wat er werd gezegd.

Drie dagen nadat Bell het patent in handen kreeg, lukte het hem daadwerkelijk om voor het eerst iemand over korte afstand te bellen. Zijn assistent Thomas Watson nam de telefoon op en hoorde Bell zeggen: "Mr. Watson, come here, I want to see you." ("Meneer Watson, kom hier. Ik wil u zien.")

Voordat de telefoon er kwam, was het al mogelijk om gecodeerde berichten over lange afstanden door te seinen via een telegraaf. Bellen zoals we dat nu kennen was nog niet mogelijk, al hing de uitvinding van de telefoon in de lucht. Meerdere mensen waren met de techniek bezig. Aan het begin van 1876 was tussen uitvinders zelfs een heuse strijd om het patent gaande.

Bell was concurrent Elisha Gray slechts een paar uur voor met het indienen van zijn patent. Maar zelfs na 150 jaar wordt nog betwist wie de telefoon nu écht heeft uitgevonden. De Schot zou er namelijk een handje van hebben gehad ideeën van anderen te gebruiken voor zijn eigen uitvinding.

Hij voerde daarover in de loop der jaren honderden rechtszaken, die hij allemaal won. Concurrent Gray was een van degenen die naar de rechter waren gestapt. Hij vond dat het ontwerp van Bell wel héél erg leek op dat van hem.

Ook de Italiaan Antonio Meucci wordt veel genoemd als de échte uitvinder van de telefoon. Hij zou in 1860 al een demonstratie hebben gegeven van zijn 'teletrofono'. Maar door financiële problemen lukte het hem niet zijn uitvinding in een patent vast te leggen. Bell, die toegang had tot het lab en materialen van Meucci, zou daarvan hebben geprofiteerd.

Meucci kreeg in 2002 overigens alsnog erkenning voor zijn werk in het Amerikaanse Congres. Al blijft het patent van Bell staan. Niemand zal ooit weten of de telefoon ook zo'n succes zou zijn geworden als Meucci het patent had verkregen.

Bell was een zakenman met gevoel voor commercie. Hij richtte in 1877 de Bell Telephone Company op. Later zou dat AT&T worden, nog steeds een van de grootste telecombedrijven ter wereld.

In Nederland werd het eerste openbare telefoonnetwerk op 1 juni 1881 in gebruik genomen. Het is onbekend hoe het eerste gesprek precies ging. Wel weten we dat de woorden "Ik verbind u door" zijn gevallen. Vanaf de zolder van sociëteit De Groote Club verbond een Amsterdamse telefoniste van de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij (NBTM) de 49 aangesloten abonnees met elkaar.

In de afgelopen 150 jaar is er natuurlijk veel veranderd rondom de telefoon. We bellen nog steeds, maar minder vaak via de vaste lijn. In Nederland zijn er nog zo'n 3,7 miljoen vaste telefonieaansluitingen. Dat aantal daalt ieder jaar met een paar procent.

Toch kunnen we nog altijd niet helemaal zonder de lijnen van het telefoonnetwerk. Ook niet als je mobiel belt. Dan gaat een radiosignaal naar de dichtstbijzijnde zendmast en van daaruit loopt het signaal via kabels naar de zendmast in de buurt van de ander.

Bell had waarschijnlijk niet kunnen bevroeden dat de telefoon voor meer gebruikt zou worden dan alleen bellen. Dat je elkaar nu ook kan zien en dat dankzij het internet alle informatie aan je voeten ligt, heeft de wereld wéér een stukje kleiner gemaakt.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next