Met zijn willekeurige aanvallen op landen in de regio heeft het Iraanse regime menigeen in het anti-Iraanse kamp gejaagd. Zo creëert de Amerikaans-Israëlische aanval zijn eigen legitimering.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Europa (en menig burger in Europa) blijft ook na één week oorlog worstelen. Enerzijds is het onbesuisde avontuur van operatie Epic Fury een evidente inbreuk op het internationaal recht. Anderzijds is er de noodzaak iets te doen tegen een kwaadaardig regime dat zijn bevolking neermaait, een kernwapen dreigt te ontwikkelen en de afgelopen dagen eens te meer heeft bewezen een bedreiging te vormen voor zijn buurlanden.
Intussen breidt de oorlog zich uit. Bijna alle Arabische staten in de regio worden door Iran bestookt met raketten en drones, in Libanon gaat het Israëlische leger los, Iraanse Koerden in buurland Irak worden bewapend door de Verenigde Staten en het afsluiten van de Straat van Hormuz creëert wereldwijd economische paniek. Alom in de regio, maar ook in Europa, wordt gevreesd voor een vluchtelingenstroom uit Iran, een land met 93 miljoen inwoners.
Zelfs Turkije en het (net als Iran) sjiitische Azerbeidzjan dreigen door Iran te worden meegezogen. Turkije heeft al gezegd te zullen reageren op ‘elke vijandelijke actie, van welke kant ook’, waarbij met die ‘kant’ uiteraard wordt gedoeld op Iran. Let wel, Turkije heeft op grond van artikel 5 van het Navo-handvest bij een aanval recht op bijstand van alle andere Navo-lidstaten.
‘De crisis heeft zich razendsnel verspreid, met het risico op grote economische en ecologische gevolgen wereldwijd’, stelt VN-mensenrechtenchef Volker Türk in een vrijdag uitgegeven verklaring. ‘In plaats van dringende maatregelen om deze brand te blussen, zien we alleen maar meer bombardementen, vernietiging, doden, escalatie en opruiende, oorlogszuchtige retoriek.’
In één opzicht is wat nu gebeurt vergelijkbaar met de aanval van de Navo op Servië in 1999 vanwege Kosovo. Ook die ging in tegen de kernregels van het internationaal recht: van zelfverdediging noch van toestemming van de Veiligheidsraad was sprake. Eigenlijk is het ondermijnen van het internationaal geweldsverbod, dat inmiddels zo’n hoge vlucht heeft genomen, toen begonnen. Zeker leverde het Rusland inspiratie op voor het bezetten van de Krim in 2014.
Nadat de eerste bommen op de hoofdstad Belgrado waren gevallen, bracht de Servische president Slobodan Milosevic doelbewust een enorme vluchtelingenstroom op gang in de provincie Kosovo. Een misdrijf tegen de menselijkheid, dat de Navo in staat stelde de operatie te verkopen als een ‘humanitaire interventie’ – en dus wettig. Zo creëerde de Kosovo-oorlog zijn eigen legitimering.
Misschien zien we nu wel iets dergelijks gebeuren. Niet in de zin van humanitair ingrijpen. Met die juridische sluiproute uit de grabbelton van het internationaal recht kan Donald Trump niet serieus aankomen (en toegegeven, dat doet hij ook niet), anders had hij het meteen na 8 en 9 januari moeten doen, toen misschien wel twintigduizend Iraniërs op bevel van de Iraanse leiders waren vermoord.
Wel in de zin van een oorlog die door zijn eigen gevolgen wordt gelegitimeerd. De uitzinnige (hoewel ongetwijfeld koelbloedig overwogen) reactie van het regime in doodsnood trekt steeds meer landen het conflict in, te weten naar de anti-Iraanse kant.
De Golfstaten met name hadden ingezet op bemiddeling en hoopten – letterlijk – buiten schot te blijven. Inmiddels zitten ze midden in de ellende en nemen dat niet Israël en de VS kwalijk (wat de strategen in Teheran hadden gehoopt), maar Iran. ‘Er is in het Golfgebied veel boosheid tegen Iran’, zegt Yasmine Farouk van de International Crisis Group in een podcast van de denktank. ‘De Golfstaten hadden geïnvesteerd in ontspanning, om te merken dat Iran hen slechts ziet als platform voor de oorlog met Israël en de VS.’
De buitenlandchef van de Europese Unie, Kaja Kallas, zei donderdag dat Iran ‘voor zijn eigen ondergang zorgt’ als het de regio in brand steekt. De EU-ministers van Buitenlandse Zaken en de Golfstaten bespraken die dag hoe de Golfstaten kunnen worden geholpen bij de verdediging tegen Iraanse aanvallen en het beveiligen van de Straat van Hormuz.
Zo zoekt Europa geleidelijk een meer assertieve rol. Het besef lijkt te zijn ingedaald dat alleen maar zorgen uitspreken – om maar te zwijgen van volstaan met afkeuren van een inbreuk op het internationaal recht – zou getuigen van passieve wereldvreemdheid. Men wil méér doen, al is niet meteen duidelijk hoe.
Andere landen gingen de Europese twijfelaars voor. De Canadese premier Mark Carney zei de aanvallen op Iran ‘met enige spijt’ te steunen; de spijt omdat ze bevestigen hoe ontwricht de wereldorde is en omdat ze in strijd lijken met het internationaal recht. Tegelijkertijd benadrukte hij, samen met zijn Australische collega Anthony Albanese, dat Iran nooit over een kernwapen mag beschikken. Carney zei ‘niet te kunnen uitsluiten’ dat Canadese militairen op zeker moment zullen deelnemen aan het conflict.
Hoewel hij zó ver zeker niet gaat, wekt vooral de Franse president Emmanuel Macron de indruk niet aan de kant te willen blijven staan. Zo stuurde hij het vliegdekschip Charles de Gaulle richting Rode Zee en Rafale-jachtvliegtuigen richting Dubai. Weliswaar om puur defensieve redenen, maar toch.
Zeker kan Europa een rol spelen als – wat dreigt – het Iraanse regime er na het zwijgen van de kanonnen gewoon nog zit. De Iraanse bevolking kan dan niet in de steek worden gelaten. Aïda Tavakoli, medeoprichter van We Are Iranian Students, betoogde op de zender France 24 op eloquente wijze dat het concept van de seculiere democratie de ziel van Europa raakt. ‘Europa heeft hier een plicht en een kans.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant