Home

Kabinet schrapt groot deel zzp-wet, nieuw voorstel moet zzp’ers meer zekerheid bieden

Het kabinet zet een streep door een groot deel van de wetgeving waarmee vorige kabinetten schijnzelfstandigheid wilden aanpakken. Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen (VVD) komt met alternatieve wetgeving die zzp’ers in zijn ogen ‘meer zekerheid’ zal bieden.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.

Het is een volgende stap in een jarenlange discussie over het aanpakken van zogenoemde schijnzelfstandigheid, waarbij zzp’ers werk doen dat eigenlijk alleen in loondienst kan. Volgens opeenvolgende kabinetten was dat een probleem omdat schijnzelfstandigheid gepaard kan gaan met uitbuiting, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook zou de snelle groei aan zzp’ers het fundament onder het sociale stelsel verzwakken omdat zij niet meebetalen aan werknemersverzekeringen.

Al sinds 2016 is er een wet die dat moet tegengaan, maar onder druk van opdrachtgevers en zzp’ers werd handhaving daarvan uitgesteld. Pas vorig jaar werd daarmee begonnen, al wisten tegenstanders een ‘zachte landing’ af te dwingen omdat de wetgeving omgeven zou zijn met onduidelijkheid: er werden geen boetes uitgedeeld bij overtreding van de wet.

Op de achtergrond werd gewerkt aan een wet die een einde moest maken aan de onduidelijkheid: het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, ook wel Vbar. Het voorstel stelt specifieke eisen aan de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en zzp’er. Als iemand werk doet dat is ‘ingebed’ in een organisatie kan dat een indicatie zijn van schijnzelfstandigheid.

Alternatieve wetgeving

Afgelopen zomer werd het voorstel door toenmalig minister van Sociale Zaken Eddy van Hijum ingediend, maar parallel daaraan waren kritische politieke partijen al begonnen aan alternatieve wetgeving. VVD, D66, CDA en SGP vonden Van Hijums aanpak te rigide. Met de Vbar zou te weinig ruimte worden geboden aan ondernemers. Ze wezen ook op de onrust onder zzp’ers en opdrachtgevers die bang waren niet meer door te kunnen.

Hun Zelfstandigenwet is in zekere zin het tegenovergestelde van Van Hijums wetsvoorstel. In plaats van te kijken naar wat de aard van het werk van een zzp’er is, willen de partijen naar de arbeidsrelatie tussen de zelfstandige en de opdrachtgever kijken. Daarbij telt niet zozeer mee of iemand werk doet dat is ingebed in de organisatie, maar meer in hoeverre in iemand investeert in eigen bedrijfsmiddelen, hoeveel opdrachten diegene heeft en of iemand uit vrije wil zelfstandige is.

Aartsen, die als VVD-Kamerlid een van de bedenkers was de Zelfstandigenwet, gaat nu als minister door met die aanpak. Het grootste deel van de Vbar belandt daarmee in de prullenbak. Slechts een deel blijft overeind. Aartsen houdt wel vast aan het deel van de wet dat de positie van laagbetaalde zzp’ers moest verbeteren. Verdienen zij minder dan 38 euro per uur, dan moeten opdrachtgevers bewijzen dat zij terecht als zzp’er werken. Lukt dat niet, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid.

Opnieuw uitstel

De komende tijd moet Aartsen aan de slag met het uitwerken van de wetgeving. Het kan nog even duren voor het voorstel daadwerkelijk aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd.

Dat was ook een van de kritiekpunten van partijen die wél wat zagen in het pakket dat al door Van Hijum werd voorgelegd. GroenLinks-PvdA wees er eerder al op dat het introduceren van een nieuw wetsvoorstel juist leidt tot meer en langdurige onzekerheid bij zzp’ers en opdrachtgevers.

Bovendien vindt met name het linkerdeel van de Kamer het wel degelijk terecht dat er strenger wordt gekeken naar zzp-schap. Volgens GroenLinks-PvdA-Kamerlid Mariëtte Patijn is door jarenlang uitstel van handhaving juist onduidelijkheid ontstaan, waardoor mensen als zzp’er aan het werk gingen terwijl zij eigenlijk in loondienst moesten. Patijn noemde het ‘zorgwekkend’ dat veel mensen daardoor bijvoorbeeld niet standaard pensioen opbouwen of recht hebben op bepaalde uitkeringen als ze hun werk verliezen.

Maar volgens Aartsen biedt de Zelfstandigenwet juist duidelijkheid en rust voor de ondernemers. Ook kan die in zijn ogen ‘onrust op de markt’ en het ‘onnodig wegvallen van opdrachten’ voorkomen.

In hoeverre dat klopt, is moeilijk in te schatten. Voordat de Belastingdienst in 2025 weer begon met het handhaven op schijnzelfstandigheid, werd ook gevreesd dat zzp’ers massaal ander werk gingen doen. Onder meer in de zorg en het onderwijs, waar veel zelfstandigen werken, werd gevreesd voor een rampscenario. Maar uit onderzoek van de Volkskrant eind vorig jaar bleek dat mee te vallen: 94 procent van de zzp’ers bleef zzp’er.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next