Met grote overmacht is Femke Kok wereldkampioen sprint geworden. Ze kreeg op het podium gezelschap van Suzanne Schulting en Marrit Fledderus, een unicum.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
In de tunnel onder het ijs van Thialf breekt Femke Kok een broodje kroket, dat ze even ervoor op het middenterrein van Ireen Wüst gekregen heeft, in tweeën. De ene helft is voor de wereldsprintkampioene zelf, de andere helft geeft ze aan haar ploeggenoot en bronzenmedaillewinnaar Marrit Fledderus. Zo’n ongezonde snack mag wel, nu het schaatsseizoen erop zit. Een seizoen waarin de Nederlandse vrouwen de sprintnummers domineerden.
Op Kok stond in Thialf geen maat. Toen ze voor de slotafstand van het WK naar de startstreep gleed, verscheen er in de onderhoek van het scorebord een tijd van 1.17,90. Het was de ‘time to lead’, de tijd die ze ten minste nodig had om de wereldtitel te pakken. Zo’n trage tijd noteerde ze in Heerenveen voor het laatst toen ze als junior in oktober 2018 een trainingswedstrijd reed.
‘Ik was niet bezig met de verschillen. Ik wilde vooral voor mezelf nog echt een goede rit laten zien’, zei Kok. Dat was precies wat ze deed, met kalme slagen reed ze naar 1.13,38.
Ook al keek ze zelf niet naar de verschillen, de marge die ze na de complete sprintvierkamp had opgebouwd op Suzanne Schulting, die zilver veroverde, was indrukwekkend. Uitgedrukt in seconden op de 500 meter had ze een gat van 2,265 seconden. Het was de grootste voorsprong voor de winnares sinds de WK van 1995, toen Bonnie Blair met grote overmacht de wereldtitel greep.
Nadat Kok en Fledderus hun broodje kroket hebben verorberd en de mannenwedstrijd, met een indrukwekkende titel voor hun ploeggenoot Jenning de Boo is besloten, keren ze terug naar het middenterrein van Thialf. Daar krijgen ze bij de huldiging gezelschap van Schulting. Drie Nederlandse vrouwen in de top drie van het WK sprint is uniek.
Het compleet Nederlandse WK-podium past in deze tijd. Met Femke Kok als regerend wereldkampioen, olympisch kampioen en wereldrecordhouder op de 500 meter. En met in Thialf afwezige Jutta Leerdam als regerend olympisch 1.000-meterkampioen zijn de korte afstanden Nederlands jachtgebied geworden.
‘We zijn als Nederlanders gewoon megagoed als sprinters’, zegt Schulting. ‘Ik denk oprecht dat als je nog twee Nederlanders aan dit toernooi mee had laten doen, dat we dan één, twee, drie, vier en vijf waren geworden.’
Ze roept de uitslag van de 500 meter bij de wereldbeker in Calgary in herinnering, waar de complete top vijf uit Nederlandse vrouwen bestond. En toen deed Schulting zelf niet eens mee, maar tekenden Kok, Leerdam, Fledderus, Anna Boersma en Angel Daleman voor dit unicum.
Kok, die ervan genoot dat ze voor beide 500 meters werd aangekondigd als drievoudig wereldkampioen, wereldrecordhouder en olympisch kampioen, ziet dezelfde breedte aan sprinttalent. ‘Het niveau in Nederland is echt omhooggegaan de laatste jaren. Je ziet op dit toernooi dat we een sterk land zijn op de sprint en dat was vroeger natuurlijk wel anders.’
Heel lang telde het sprinten in Nederland niet mee. Hier was het allrounden een eeuw lang de heilige graal. Het WK sprint, in 1970 voor het eerste georganiseerd, gold als een bijnummer. En specialisatie op de 500 meter? Dat was voor zonderlingen als Jan Ykema, niet voor serieuze langebaanschaatsers, zo was tot eind 20ste eeuw de mening.
Bij de mannen kantelde dat beeld al eerder. Jan Bos, als ondermaatse allrounder naar de sprintkernploeg geschoven, werd wereldkampioen sprint in 1998. Later volgden Erben Wennemars (2004 en 2005), Stefan Groothuis (2012), Michel Mulder (2013 en 2014), Kai Verbij (2017) en Thomas Krol (2022). En natuurlijk De Boo, die in Thialf de vier sprintafstanden sneller aflegde dan ooit iemand had gedaan.
Maar bij de vrouwen duurde het langer voordat de Nederlandse schaatsers aanhaakten bij de mondiale sprinttop. Marianne Timmer was in 2004 de eerste wereldkampioen sprint en tot de zege van Kok wisten alleen Jorien ter Mors (2018) en Leerdam (2022) hetzelfde te bereiken.
Ook op de Spelen, waar Michel Mulder in 2014 al voor een Nederlandse gouden plak op de 500 meter zorgde, duurde het langer. Margot Boer was tot een maand geleden de enige Nederlandse met een olympische 500-metermedaille in huis. Zij haalde brons bij de Spelen van 2014 in Sotsji. In Milaan maakten Kok met goud en Leerdam met zilver een einde aan dit tekort aan olympisch sprintsucces.
De concurrentie tussen Kok en Leerdam is een reden achter de bredere ontwikkeling van het sprinten, denkt de wereldkampioen. ‘Jutta en ik hebben elkaar heel erg gepusht en alle mensen die daar omheen zitten, gaan daar ook in mee. Het is heel mooi dat ons nationaal niveau zo hoog is. Dat neem je mee naar het internationale circuit.’
Fledderus is een van die ‘mensen die daaromheen zitten’, traint elke dag met Kok bij Team Reggeborgh. ‘Ik ken haar niveau. En ik word ook beter door haar. Ik merk dat als zij goede tijden rijdt, dat ik er daardoor ook op gebrand ben om dat te doen. Femke steekt er nu heel erg bovenuit, maar het geeft me heel veel motivatie’, zegt Fledderus, en ze neemt een hap uit haar halve broodje kroket.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant