is econoom en publicist.
Rechts is toch in de meerderheid in de Tweede Kamer? We zijn toch een rechts land (geworden)? Waarom stuiten de keurige rechtse economische voorstellen uit het coalitieakkoord dat D66, CDA en VVD sloten dan op zo veel weerstand? Die vraag stelde ik me na afloop van het debat over de regeringsverklaring van het kabinet-Jetten, eind vorige week. En inmiddels weet ik het antwoord.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Nederland is geen rechts land. Nederland is een links land, althans waar het (een aantal) economische thema’s betreft. De centrumrechtse plannen botsten vorige week met deze linkse Kamermeerderheid.
Eerst: hoezo zeggen we steeds dat Nederland een rechts land is (geworden)? Het Montesquieu Instituut, het kenniscentrum voor parlementaire democratie, geeft een zetelverdeling van de Tweede Kamer in linkse en rechtse zetels sinds de verkiezingen van 1963. Links heeft sindsdien nooit een meerderheid gehaald, een gelijkspel met rechts – elk 75 zetels – was de beste prestatie, in 1998. Vaak heeft rechts, volgens deze data, ruime meerderheden, van 104 zetels bij de voorlaatste verkiezingen tot 94 zetels de afgelopen keer. Maar wat is rechts? Het instituut is de eerste om te zeggen dat dit soms onduidelijk is en dat ‘terughoudendheid is geboden’.
Vruchtbaarder is het om het politieke landschap te tekenen langs twee dimensies. Een culturele as waarop partijen kunnen worden gerangschikt van progressief naar conservatief; en een economische as waarop (gemakshalve) links en rechts worden aangegeven. Links wil in deze zeggen: vóór herverdeling, vóór de verzorgingsstaat, vóór overheidsingrijpen in de economie. Rechts gruwt van herverdelen, is kritisch op de verzorgingsstaat, en wil de markt z’n werk laten doen.
Partijen kunnen economisch rechts combineren met conservatisme. Denk aan JA21. Of aan de VVD. Economisch links kan gecombineerd worden met progressiviteit, zoals bij GroenLinks-PvdA. Economisch links combineren met conservatisme kan ook. Misschien is de ChristenUnie hiervan wel het beste voorbeeld. Maar in praktische zin het belangrijkste is de combinatie cultureel conservatief en economisch links. Belangrijkste voorbeeld: de PVV, en naar we aannemen geldt dit ook voor de recente afsplitsing, de Groep Markuszower.
Ga je zo tellen, dan is de huidige Tweede Kamer een links economisch bolwerk. Economisch links: D66 (26 zetels), GroenLinks-PvdA (20), PVV (19), Denk (3), Partij voor de Dieren (3), ChristenUnie (3), SP (3), 50Plus (2), Volt (1), Groep Markuszower (7). Totaal: 87 zetels. Maar D66 zit toch in de coalitie? Zeker, en vriend en vijand zijn het erover eens dat op het coalitieakkoord een zwaar VVD-stempel drukt. Dat is de premiersmalus van Rob Jetten; het links-liberalisme van D66 zit even ondergronds.
In het licht van de linkse Kamermeerderheid – of zonder D66 een grote minderheid – is het logisch dat de weerstand groot is als de coalitie voorstelt de AOW-leeftijd sneller te verhogen, het eigen risico in de zorgkostenverzekering op te schroeven en te korten op de WW. Vooral omdat de coalitie de koopkracht ongelijk verdeelt, de armoede laat oplopen en rijke huishoudens minder ‘vrijheidsbijdrage’ laat betalen dan arme. Dat is allemaal onversneden rechts economisch beleid, dat zich keert tegen de verzorgingsstaat en tegen de herverdeling van rijk naar arm.
Probleem opgelost. Althans, het raadsel waarom rechtse voorstellen in het rechtse Nederland zo veel weerstand oproepen is opgelost. Economisch is de Kamer niet rechts maar links.
Het echte probleem – hoe maakt het kabinet hier chocolade van – is natuurlijk nog lang niet opgelost. Dat ligt juist levensgroot op tafel.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant