Toeslagengedupeerde Yasmin Molleman moet het beslag dat zij had laten leggen op een groot beeld in de voortuin van twee Haagse ministeries per direct opheffen. Dit oordeelde de rechter vrijdag in een kort geding dat de staat tegen haar had aangespannen.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.
Voordat Yasmin Molleman (37) vrijdagochtend met een vastberaden pas richting de ingang van de Haagse rechtbank loopt, krijgt ze nog een ferme knuffel van toeslagengedupeerde Kristie Rongen. Rongen is gekomen om haar lotgenoot een hart onder de riem te steken. Want deze ochtend dient een beladen kort geding dat de Nederlandse staat tegen Molleman heeft aangespannen. ‘Succes, meid’, zegt Rongen.
De staat wil dat Molleman het beslag opheft dat zij heeft laten leggen op een bronzen sculptuur in de voortuin van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Volgens de toeslagengedupeerde kon zij niet anders, omdat de staat weigert om 15 duizend euro aan dwangsommen te betalen, die haar, vindt ze, toekomen.
De zaak gaat ondertussen over veel meer dan om de dreigende veiling van het zes meter hoge kunstwerk De Monoliet van de Deense kunstenaar Per Kirkeby (1938-2018). De opmerkelijke actie trok veel aandacht in de media en de zaak is uitgemond in een keiharde publiciteitsstrijd tussen twee partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan. Molleman deed de afgelopen weken haar kant van het verhaal in kranten en op radiozenders.
Maar volgens de landsadvocaat is Molleman al buitengewoon ruimhartig gecompenseerd voor de schade die zij heeft geleden door de onterechte terugvorderingen van kinderopvangtoeslag. Ze heeft al meer dan 200 duizend euro ontvangen en bovendien een vaststellingsovereenkomst voor haar aanvullende schade getekend. Daarmee heeft ze volgens de staat een streep onder haar dossier gezet. Als de staat deze zaak laat gaan, kunnen straks alle ouders hun vaststellingsovereenkomst openbreken en om meer geld gaan vragen.
‘Heftig dat de staat zo met modder gooit door allerlei gegevens over mij openbaar te maken’, zegt Molleman. Ze slaapt er slecht van, zegt ze. Maar het is voor haar, net als voor de staat, een principekwestie geworden. Molleman vindt niet dat zij is overgecompenseerd voor de schade. Ze is, zegt ze, juist tekort gedaan in de hersteloperatie.
Dat gevoel leeft breder onder een aanzienlijk deel van de zo’n 44 duizend erkende gedupeerden. Daarom ontvangt ze uit die hoek veel steun. En ook van voormalig Kamerlid Pieter Omtzigt (NSC). ‘Het vonnis van de rechter om de dwangsommen uit te betalen moet gewoon worden uitgevoerd’, zei hij eerder.
Inmiddels is duidelijk dat de onterechte terugvorderingen van de Belastingdienst veel levens hebben verwoest. Veel gedupeerden kampen met gezondheidsproblemen door de toeslagenaffaire, zijn hun huis kwijtgeraakt of hun kinderen. Het uitgekeerde geld kan de schade niet herstellen en dat erkent de overheid ook. Alle 44 duizend erkend gedupeerden hebben inmiddels het destijds ten onrechte teruggevorderde bedrag teruggekregen. De staat heeft inmiddels in totaal bijna 4 miljard euro uitgekeerd.
Aan de andere kant zijn er, door de inrichting van de hersteloperatie, ook ouders van wie destijds een relatief bescheiden bedrag is teruggevorderd, die in de beleving van de overheid zijn overgecompenseerd. Alle erkend gedupeerden kregen immers 30 duizend euro toegekend, ongeacht de hoogte van de terugvordering van kinderopvangtoeslag. En zij kunnen vervolgens ook om extra compensatie van hun aanvullende schade vragen.
Uit het betoog van de landsadvocaat tijdens het kort geding blijkt dat de overheid Molleman als zo’n ouder ziet, die het onderste uit de kan probeert te halen. Dat het aan haar toegekende bedrag zo hoog uitvalt, komt onder meer doordat Molleman behoorde tot de eerste lichting gedupeerden die via de methode-Laurentien haar aanvullende schade berekend kreeg.
In die eerste fase werden volgens het ministerie van Financiën te hoge bedragen uitgekeerd. Daarop liet het ministerie deze herstelroute in juni 2024 stilleggen. Sinds de methode een paar maanden later weer werd hervat, vallen de uitgekeerde bedragen gemiddeld aanmerkelijk lager uit.
‘Mijn schade door de toeslagenaffaire is nog veel groter dan wat ik heb gekregen’, vindt Molleman daarentegen. ‘Ik heb in de schuldsanering gezeten. We moesten noodgedwongen verhuizen. Mijn kinderen hebben veel schade geleden door de hele toestand.’
Maar voor de rechter deze vrijdag in het kort geding gaat het hier helemaal niet om. Hij concentreert zich op de vraag of Molleman nog recht heeft op de door een andere rechter toegekende dwangsommen nadat zij al een vaststellingsovereenkomst heeft getekend. ‘Wij doen altijd ons best om niet tegenover een toeslagenouder te komen staan in de rechtbank’, zegt de landsadvocaat, ‘maar soms kan het niet anders.’
Molleman voert zelf het woord, in haar werk als jeugdbeschermer heeft ze al vaker rechtszaken meegemaakt. Ze heeft nog een nieuwtje. ‘Ik heb de deurwaarder gevraagd het hele circus rond de veiling van het beeld even te pauzeren.’
Na een korte schorsing doet de rechter meteen uitspraak. Hij stelt de staat in het gelijk. ‘Het klopt dat een andere rechter in februari vorig jaar heeft geoordeeld dat de staat Molleman de dwangsommen moest uitbetalen’, redeneert de rechter. ‘Zo’n uitspraak kun je niet wegdenken. Maar toen had Molleman al een vaststellingsovereenkomst getekend. Als zij na de ondertekening daarvan toch verder gaat met juridische procedures, maakt ze misbruik van bevoegdheden.’
Yasmin Molleman reageert teleurgesteld op het vonnis. ‘Ik voel onmacht’, zegt ze na afloop tegen een haag van camera’s en schrijvende journalisten, ‘net zoals veel andere gedupeerden die tegen dezelfde problemen aanlopen.’ Ze overweegt in hoger beroep te gaan. ‘Het valt niet mee om tegen zo’n machtige overheid te strijden.’
Source: Volkskrant