Cabaret Met haar tweede voorstelling won Lisa Ostermann een Poelifinario. In haar derde voorstelling ‘De Baas’ kijkt ze door een bril die ze – totaal onverwacht – niet meer af krijgt: de bril van de kinderwens.
Cabaretier Lisa Ostermann leerde dat je pas de baas over iemand kan zijn als je de baas over jezelf bent.
Lisa Ostermann – De Baas. Gezien: 5/3, De Kleine Komedie, Amsterdam.
Tournee tot en met 16 maart 2027. Info: lisaostermann.nl
Cabaretier Lisa Ostermann (34) heeft een nogal onweerstaanbaar soort energie. Op een podium resulteert dat in het vermogen om publiek aangenaam dwingend haar leven in te trekken. Het leverde haar winst van het Leids Cabaret Festival en veel lof voor haar eerste twee voorstellingen op. Haar tweede voorstelling Makkelijk in de omgang won de Poelifinario.
Nu is er De Baas, haar derde voorstelling. Het werkt goed dat ze haar onderwerpen opnieuw zo dicht mogelijk bij huis zoekt. Ze vertelt over wat haar op dit moment het meest bezighoudt.
Stuwende kracht achter wat Ostermann in deze levensfase bezighoudt, is de plotselinge gedachte dat ze misschien toch wel een kind wil. Tóch, want tot dit moment had ze die wens nooit gevoeld. Het had nooit een goed idee geleken om er iemand bij te bouwen die alle ellende in de wereld „live kon gaan zitten bekijken”. En: als je zelf geen controle over je leven ervaart, hoe kan je een kind dan wel die controle meegeven?
De abrupt verschenen „irrationele” kinderambitie is als een bril die Ostermann momenteel niet van haar hoofd krijgt. Het is een verstandige keus (en opluchting) dat Ostermann er niet voor heeft gekozen het over die bril zelf te hebben. Een sterke cabaretvoorstelling is geen shownieuws, en of er nou uiteindelijk wel of geen, en zo ja, wanneer/hoeveel kinderen komen is niet interessant. In De Baas draait het om wat Ostermann ziet door die bril die opeens op haar neus blijkt te zitten.
Het voelt volkomen logisch hoe dit Ostermanns blik doet richten op verschillende anekdotes uit verschillende levensfases. Grappig vertelt ze hoe haar zevenjarige-zelf als een soort Maarten van Rossem dagelijks tijdens het avondeten een „symposium” over haar dag hield. Toen er na een scheiding een heetgebakerde stiefvader arriveerde, bleek deze hier niet van gecharmeerd. Er volgde een incident en „het eerstvolgende symposium vond vervolgens pas plaats toen ik vijfentwintig was en voor het eerst cabaret deed”. Met zo’n slotzin schetst Ostermann treffend en tragisch hoeveel invloed een ouder kan hebben op een kind.
Over haar biologische vader vertelt Ostermann mooi en liefdevol: „Hij was vroeger zó cool.” We horen over een Amsterdamse taxichauffeur met een grote liefde voor literatuur en excentriek taalgebruik. Iemand die de tweejarige Lisa leerde om, wanneer er bezoek was, vanuit de wc te roepen: „Mijn derrière behoeft assistentie!” In een ontroerend lied horen we waarom hij vooral een coole vader wás. „Elk jaar minder jij”, zingt Ostermann over haar vader, die wat maatschappelijke opvattingen betreft steeds verder van zijn dochter af kwam te staan.
Het kost geen enkele moeite om mee te gaan in dergelijke reflecties van Ostermann op haar eigen kind-zijn. Een van haar grote kwaliteiten is dat ze volstrekt natuurlijk, ongeremd en levendig op een podium praat en beweegt. Een enkele keer wil Ostermann iets té ongeremd en levendig vertellen en bewegen. Natuurlijk wordt het dan plots onnatuurlijker, iets wat je meteen aanvoelt.
Cabaretier Lisa Ostermann.
Niet fijn om naar te kijken is ook Ostermanns demonstratie van hoe ze vroeger nare of grote emoties in haar hoofd vormgaf als musical. Dat was een prettige strategie, een gezelligere uiting van ongezellige gedachten. Het werkt niet goed dat Ostermann voor deze demonstratie publiek op het podium nodig heeft. Dit publiek heeft geen functie en functioneert daardoor vooral als pop, dat door het overige publiek hoogstens een beetje kan worden uitgelachen. Een lach van het tragische en onaangename soort.
Gelukkig is dit slechts een intermezzo in een fraaie en sterke voorstelling. Middels grappige en goed vertelde anekdotes uit Ostermanns leven tussen jong, onbezonnen en verstandig volwassen in, leren we hoe Ostermann de afgelopen jaren steeds wat minder zwaar op de hand is geworden. In een geweldig lied zingt ze hoe het in haar hoofd steeds sneller weer licht wordt: „Ik lig niet meer overdag in bed met de gordijnen dicht/ het lukt om op te staan.”
Tijdens uitvoering van een tamelijk belachelijke opdracht op de toneelschool had Ostermann geleerd: „Je kan pas de baas over iemand zijn als je de baas over jezelf bent.” Nu dat laatste steeds beter lijkt te lukken, blijkt die kinderwens aan het einde van de voorstelling toch niet zó irrationeel meer.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden