Migratie In de uitzichtloze situatie van veel arbeidsmigranten in Nederland kan een zwangerschap een ramp zijn. Soms zien vrouwen geen andere oplossing dan hun kind af te staan voor adoptie. „Mijn vriend en ik praatten er elke dag over. Het deed pijn, heel veel pijn.”
Haar zoon houdt van dieren en speelt graag met water. Hij is niet vaak ziek. Hij heeft een zusje waar hij dol op is. Hij ontwikkelt zich goed, niet anders dan andere vierjarigen. Maar hoe zijn vriendjes op school heten, of welke kledingmaat hij nu heeft, dat weet de Poolse Jagoda (27) niet. Ze heeft geen contact met haar zoon. Alles wat ze weet, hoort ze bij een halfjaarlijkse update van het Nederlandse gezin dat hem adopteerde.
Toen ze zwanger bleek te zijn, was Jagoda net met haar vriend uit Polen vertrokken en in Nederland aan het werk gegaan. Ze besloten hun zoon af te staan omdat ze onmogelijk voor hem konden zorgen. Inmiddels wonen ze weer in Polen, waar niemand weet van hun zoon. NRC sprak Jagoda via een videogesprek met behulp van een tolk. Jagoda is haar tweede voornaam, haar volledige naam is bij de redactie bekend.
Het verhaal van Jagoda staat niet op zichzelf. Arbeidsmigranten die in Nederland ongewenst zwanger raken, zien zich vaker gedwongen om hun kind af te staan ter adoptie. „Wij zien dat zij eigenlijk geen afstand willen doen, maar dat ze geen andere keuze meer hebben”, zegt hulpverlener Kalina Dobrowolski van Fiom, het expertisecentrum voor onbedoelde zwangerschappen. Jaarlijks melden zich bij het Fiom en andere instanties zo’n zestig vrouwen die overwegen hun kind af te staan ter adoptie, van wie ongeveer twintig dit uiteindelijk doorzetten. Steeds vaker maken arbeidsmigranten deel uit van deze groep.
Zwangere arbeidsmigranten raken nog sneller werkloos en dakloos dan andere arbeidsmigranten, ziet stichting Fair Work voor slachtoffers van arbeidsuitbuiting.
Sommige zwangere arbeidsmigranten komen zo in de problemen dat ze zich gedwongen zien hun baby af te staan ter adoptie. Dat ziet het Fiom, expertisecentrum voor onbedoelde zwangerschappen.
Jaarlijks melden zich bij Fiom en andere instanties in Nederland zo’n zestig vrouwen die overwegen hun kind te laten adopteren. Ongeveer twintig vrouwen staan hun pasgeboren kind uiteindelijk echt af. Steeds vaker maken arbeidsmigranten deel uit van deze groep.
„Wij zien dat zij eigenlijk geen afstand willen doen, maar dat ze geen andere keuze meer hebben”, zegt Fiom-hulpverlener Kalina Dobrowolski.
Zwangere arbeidsmigranten raken nog sneller dan andere arbeidsmigranten werkloos en dakloos, ziet Stichting FairWork voor slachtoffers van arbeidsuitbuiting. Werkgevers zitten niet op de zwangerschap te wachten en zijn vaak ook de huisbaas, zodat de vrouwen bij ontslag ook hun woning kwijt zijn.
Dobrowolski begeleidde tot nu toe vijf arbeidsmigranten in het keuzeproces bij het afstaan van hun baby ter adoptie. Vier van hen zetten de adoptie door. Een vrouw besloot met haar dochter terug te keren naar haar land van herkomst. Fiom begeleidde het afgelopen jaar in totaal zeven vrouwen in dit keuzeproces. „Er zijn misschien mensen die het niet alarmerend vinden omdat het niet om honderden vrouwen gaat. Maar elke vrouw die zoiets moet doorstaan is er één te veel”, zegt Dobrowolski.
Jagoda verhuist in mei 2020 met haar vriend naar Nederland, vertelt ze in het videogesprek. Door de coronapandemie zijn ze in Polen allebei hun baan verloren – hij werkte als pakketbezorger, zij als busconducteur. Ze woonden bij zijn ouders, in een appartement dat eigenlijk te klein was voor vier personen.
Via een uitzendbureau vinden ze werk bij een bloementeler in Noordwijkerhout, en huren ze een kamer in een groot wooncomplex met gemeenschappelijke keuken. Ze werken soms wel zestien uur per dag. Per week verdienen ze ongeveer 560 euro per persoon. Het is precies zoals ze het van te voren hadden verwacht: hard werken. Maar dat is prima, ze zijn gekomen om zoveel mogelijk geld te verdienen.
Twee weken nadat ze in Nederland zijn aangekomen, voelt Jagoda een stekende pijn in haar onderbuik als ze iets zwaars tilt op het werk. Op het toilet ziet ze dat ze bloedt. Ze maakt een afspraak met een gynaecoloog. Dat ze zwanger zou kunnen zijn, komt niet in haar op. Bij de gynaecoloog blijkt ze al 26 weken zwanger.
„Ik raakte in paniek toen ik dat hoorde”, zegt Jagoda. Een abortus is in Nederland toegestaan tot 24 weken. In Polen is een abortus alleen legaal bij onder meer verkrachting of incest. De enige optie die Jagoda heeft, is de zwangerschap uitdragen. Maar een kindje past helemaal niet bij hun leefomstandigheden, vinden zij en haar vriend. Ze hebben geen geld en slechts een tijdelijk arbeidscontract. Ze wonen in „een soort hotel” waar geen kinderen mogen wonen.
Jagoda draagt ruim vallende kleding als haar buik zichtbaar begint te worden. Zij en haar vriend hebben van collega’s gehoord over een vrouw die enige tijd eerder ontslagen is wegens haar zwangerschap. „Ik had het gevoel dat mijn collega’s constant naar mij keken en over me praatten, alsof ze iets vermoedden. Ik voelde me angstig en somber.” Soms denkt ze dat haar mentale toestand ook invloed heeft op haar lichaam. Ze is vaak duizelig.
Op een dag, vertelt Jagoda, voelt ze zich te duizelig om te werken en meldt zich ziek. Als ze naar de keuken loopt, komt ze haar leidinggevende tegen. Die vertelt haar dat ze via een anonieme tip over Jagoda’s zwangerschap gehoord heeft. „Ze zei dat ik mijn buik moest laten zien.” Jagoda houdt haar adem in en doet haar trui omhoog. De leidinggevende gelooft haar ontkenning, zegt ze. Tot ze Jagoda een maand later weer dwingt om haar buik te laten zien.
„Veel arbeidsmigranten proberen hun zwangerschap te verbergen”, ziet projectleider arbeidsmigranten Eline Willemsen van de stichting FairWork. „Vaak tevergeefs.” Het Bravis Ziekenhuis in Roosendaal kreeg in één jaar, 2022, te maken met vijf arbeidsmigranten die hun baby wilden afstaan. Bijna nooit was de werkgever op de hoogte.
„De vrouwen wilden afstand doen omdat hun huisvesting gekoppeld was aan het uitzendbureau waar ze voor werkten en het niet toegestaan was om daar met een kind te wonen”, zegt coördinator zwangerenzorg Brigitte Rovers van het ziekenhuis. „Ze wilden daarnaast hun familie in het land van herkomst niet belasten met een kindje. Soms was er überhaupt geen familie om op terug te vallen. Bij allemaal zag ik intens verdriet.”
De situatie van deze vrouwen is volgens Dobrowolski onvergelijkbaar met die van anderen die in Nederland onbedoeld zwanger raken. „Alleen al omdat zij vaak ergens wonen waar je sowieso geen kind kunt opvoeden, en geen sociaal netwerk of de nodige financiën hebben. Ze komen met hun rug tegen de muur te staan.”
Jagoda’s leidinggevende belooft haar in eerste instantie steun en stabiliteit. Ze zal haar bij het UWV aanmelden voor een uitkering tijdens het zwangerschapsverlof. Haar vriend hoeft zich over zijn baan geen zorgen te maken. Wel moeten ze op zoek naar andere woonruimte.
Een werknemer ontslaan vanwege een zwangerschap is in strijd met het recht op gelijke behandeling, zegt advocaat Maaike Cohen van Corten de Geer Vastgoedadvocaten. „Voor het uitzetten van een huurder op grond van een zwangerschap zou hetzelfde principe moeten gelden.” Wel kan een rechter volgens Cohen oordelen dat de woonsituatie niet geschikt is voor een kind – bijvoorbeeld omdat er veel andere bewoners zijn.
Met veel moeite vinden Jagoda en haar vriend een kleine zolderkamer, waarvoor je een steile trap op moet. „Het was beter dan niks”, zegt Jagoda. „Maar ook geen plek om te wonen met een baby. Die moet op z’n minst een eigen kamertje hebben.” Op de dag dat Jagoda’s zwangerschapsverlof begint, wordt haar vriend ontslagen. Ze ontdekken ook dat het uitzendbureau haar nooit bij het UWV heeft aangemeld. Ze ontvangt geen geld. Op hun bankrekening staat dan honderd euro. „We hadden niet eens geld voor luiers.”
De ouders van Jagoda’s vriend, waar ze eerder bij in woonden, kunnen hen niet helpen – het huis was voor hen vieren al te klein. Met haar eigen familie heeft Jagoda geen contact. „Mijn vriend en ik praatten er elke dag over. Het deed pijn, heel veel pijn.”
Via haar gynaecoloog, die toevallig ook Pools is, komt Jagoda in contact met het Fiom. Een hulpverlener bespreekt in verschillende gesprekken alle overgebleven opties met haar: zelf voor het kind zorgen, het laten opnemen in een pleeggezin of laten adopteren. „We besloten dat afstand doen het beste was voor onze baby. Dat iemand anders de baby een beter leven kon geven.” De Raad voor de Kinderbescherming gaat op zoek naar een gezin dat de baby van Jagoda en haar vriend wil adopteren.
Jagoda en haar vriend willen de adoptieouders niet ontmoeten. Foto’s van hen krijgen ze wel te zien. Tijdens de zwangerschap besluiten ze hoe hun baby zal heten. Om zijn privacy te beschermen staat zijn naam niet in dit verhaal.
Jagoda bevalt in het ziekenhuis van een gezonde jongen. Enkele uren na de bevalling bellen ze het Fiom. Niet lang daarna komt de hulpverlener langs in het ziekenhuis om de opties die er waren nog eens te bespreken. Wilden ze hun baby nog steeds afstaan ter adoptie, of toch zelf voor hem zorgen? Jagoda en haar vriend blijven bij hun besluit. Ze bezoeken hun baby nog een keer op de ziekenhuisafdeling voor pasgeborenen, voordat hij naar een tijdelijk pleeggezin wordt gebracht.
Dan beginnen de wettelijk vastgestelde drie maanden waarin ze zich nog kunnen bedenken. Ze mogen de baby in het tijdelijke pleeggezin bezoeken. Dat doen ze één keer, in het begin. „We hielden hem vast, raakten hem aan. We roken zijn geur.” Het bleef bij die ene keer. „Vaker vonden we te pijnlijk.”
In die drie maanden verandert er niets aan hun situatie. Ze hebben nog steeds geen inkomen, ze wonen in dezelfde kleine zolderkamer. Van het Fiom ontvangen ze per post de zogeheten afstandsverklaring. Als ze een keer met zijn tweeën thuis zijn, zetten ze hun handtekening eronder. Per post sturen ze het document terug naar het Fiom.
Langzaam gaat het beter met Jagoda en haar vriend. Ze vinden nieuw werk in de sierteelt en een wat ruimere kamer in een wooncomplex voor arbeidsmigranten. Ze weten beter hoe het werkt in Nederland, hebben meer zelfvertrouwen, kunnen wat sparen. „Het klinkt misschien wat gek, maar toen het wat beter ging, wilden we onszelf een beetje troosten. Troosten met een nieuwe baby die wel van ons blijft. Bewijzen dat we het nu wel kunnen.”
Najaar 2021 is Jagoda weer zwanger. Ze kopen babykleding, een ledikant. Ze vinden een appartement waar ze met z’n drieën kunnen gaan wonen. Het huurcontract ziet er goed uit, alles lijkt in orde. Op 29 juni 2022 wordt hun dochter geboren.
Het is de bedoeling dat ze op 1 juli naar hun nieuwe appartement kunnen verhuizen. Maar dan krijgt Jagoda’s vriend een mail van hun nieuwe huisbaas. Hij laat weten dat de verhuizing niet door kan gaan, omdat er asbest in de woning zit. Later blijkt dat niet waar te zijn. Ze bellen met het uitzendbureau en krijgen toestemming twee weken langer in hun kamer in het wooncomplex te blijven – waar baby’s eigenlijk niet zijn toegestaan. Het is onmogelijk om meteen andere woonruimte te vinden. Op de bank hebben ze 1.200 euro. Het ziekenhuis licht de kinderbescherming in.
Twee vrouwen komen langs. Ze praten met Jagoda en haar vriend via een tolk die telefonisch vertaalt. De vrouwen zeggen dat zij de baby mee moeten nemen als ze niet snel een vast woonadres vinden. „Niet weer, dacht ik„, zegt Jagoda. „Niet deze. We waren juist zo goed voorbereid.” Ze huilen. Ze vertellen over de zoon die ze al verloren. Jagoda’s vriend komt met een idee. Wat als ze terug naar Polen gaan? Mogen ze hun baby dan wel houden?
Binnen een paar dagen zitten ze in een busje naar Polen. Ze betalen voor vijf personen om al hun babyspullen mee te kunnen nemen. In de buurt van hun oude woonplaats huren ze een appartement voor een week.
„Het is makkelijk om tegen een zwangere arbeidsmigrant te zeggen: ‘ga terug naar je land van herkomst, waar je mogelijk wel familie of een netwerk hebt’”, zegt Fiom-hulpverlener Dobrowolski. „Dat bespreken we ook.” Maar vaak heeft iemand niet voor niets zijn land verlaten. En veel vrouwen schamen zich om hoogzwanger terug te keren naar hun familie. „Ik heb ook weleens een Bulgaarse vrouw begeleid die al een kind had achtergelaten bij haar moeder in Bulgarije, om in Nederland geld voor de familie te kunnen verdienen. De schaamte om met nog een baby en zonder geld terug te keren naar huis, terwijl ze al zo weinig hadden, was te groot.”
Jagoda en haar vriend zijn inmiddels verloofd en wonen met hun dochter in een appartement waar ze kunnen blijven zolang ze willen. Hij werkt bij een autodealer waar hij tweedehands auto’s verkoopt. Hun dochter gaat sinds september naar de kinderopvang.
Toch willen ze als het even kan ooit terug naar Nederland. Want als hun zoon achttien is en hij mogelijk met hen in contact wil komen, willen ze in de buurt zijn. Jagoda: „We willen niet ver hoeven reizen op het moment dat hij ons wil ontmoeten. We willen alle tijd voor hem hebben. Hem vertellen waarom het zo gelopen is. Dat we van hem houden, en dat altijd hebben gedaan. Dat hij nog een zusje heeft.”
Aan hun dochter willen ze laten zien dat Nederland ook een deel van haar leven is. „Dat we daar hebben besloten om haar te krijgen, dat ze daar geboren is en dat het de bedoeling was dat ze daar zou opgroeien.” En ze willen iets bewijzen. Aan zichzelf. Dat ze het wel kunnen redden in Nederland.
Enige tijd na het videogesprek appt Jagoda dat het haar heeft geholpen haar verhaal te vertellen. „Toen ik mijn zoon ter adoptie afstond, dacht ik dat ik mezelf dat mijn hele leven niet zou vergeven. Na verloop van tijd begon ik het op een andere manier te begrijpen. Ik kon hem niet geven wat hij nodig had. Hij kwam terecht bij een liefdevolle familie. Niet iedereen kan kinderen krijgen, en zijn komst bracht zijn adoptieouders vreugde en tevredenheid. Ik ben van mening dat ik niemand kwaad heb gedaan, maar mensen op een of andere manier heb kunnen helpen.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen