Zijn fiets kraakt als een oud tuinhekje en de versnellingen hebben het al lang geleden begeven. Maar de groene Batavus brengt hem naar waar hij moet zijn: onder de A10 door, langs het water van de Sloterplas, bij de brandweerkazerne rechtsaf. Richting het sportpark en de voormalige Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Daar waar al zeven jaar een tijdelijk azc zit.
Het duurt even voordat de bewaker opkijkt.„Ik heb een afspraak met Helen.”„Helen?”„Helen Berthe.”„Van welke organisatie bent u?”„Ik ben dokter, maar…”
Ah, daar zal je haar hebben. Dikke rode sokken in badslippers, twee uitgestoken armen, brede lach. „Doctor Co! You made it!”
Co van Melle (91) wist al vroeg dat hij geen dokter zou worden met een mahoniehouten bureau en een wachtkamer vol tijdschriften. Daarvoor was hij veel te vrijgevochten: het type dat protesteerde tegen kernwapens en dat soort rommel, dat eens een half jaar de cel in moest nadat hij met een bijl straaljagers onschadelijk had gemaakt. Hij merkte dat hij het beste functioneerde waar het systeem ophield. Hij sloot zich aan bij De Witte Jas, een club artsen die zo goed en zo kwaad als dat ging onverzekerden hielp.
Op 76-jarige leeftijd vond hij een nieuw specialisme. Het was de zomer van 2012, Van Melle was inmiddels gepensioneerd en repareerde fietsen in de kelder van de Amsterdamse Protestantse Diaconie. Op een dag lag er een man voor de deur die uit een asielzoekerscentrum was gezet. „Kom maar even schuilen”, zei Van Melle. Hij zette een tent op, het nieuws verspreidde zich en twee weken later sliepen in de diaconietuin dertig jonge mannen. Uitgeprocedeerd. Hun asielaanvragen waren afgewezen, maar terug naar hun land van herkomst konden of durfden ze niet.
De groep zou nog veel groter worden en jaren door de stad zwerven. Ze kraakten een kerk, een garage, een school en een flat. Ze zouden een naam krijgen: Wij Zijn Hier. Dokter Co zou ze overal volgen, op de fiets, met een rugzak vol pleisters, antibiotica en pijnstillers. Hij verzorgde ze in hun donkere schuilplaatsen. „Je kunt iets niet bewegen? Waar zit die spier precies? Oké, ik kom wel even.”
Iedereen, gelooft Co van Melle, heeft op aarde een taakje te volbrengen. Het zijne is het helpen van mensen die nergens meer op de radar staan – zo simpel is het. Natuurlijk waren er ook kwalen die hij niet kon verhelpen: de trauma’s, de uitzichtloosheid waardoor de mannen het op een zuipen zetten en elkaar of zichzelf soms te lijf gingen. Maar om te overleven in de stad had hij altijd wel een hulpmiddel paraat. Een krant om Nederlands te leren. Een afgedankte fiets.
„Deze kant op, doctor.” Helen Berthe loopt tussen de barakken door en houdt stil bij een lichtgrijze Gazelle. Van Melle zwiept hem ondersteboven en zakt door zijn knieën. Na onderzoek met een teiltje water is zijn diagnose als volgt: „Je hebt een nieuwe binnenband nodig, deze is helemaal versleten. Ik zal er volgende week een voor je meenemen.”
Anne-Martijn van der Kaaden vervangt deze week Sheila Kamerman.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen