Home

Ze zijn overal, nepobaby’s, maar die in de politiek zijn het hardnekkigst

In een recensie van het boek Mijn vader en ik van filosoof Maarten Doorman schreef ik onlangs dat vaders voor de meeste zonen als een ruit zijn waar de zon op staat: iedere keer als ze naar hem kijken, zien ze ook hun eigen weerspiegeling. Dat is een groot genot voor zonen van leuke vaders, maar voor zonen wier vader toevallig een vrouwenhatende islamitische dictator is, die in zijn vrije tijd onschuldige Iraniërs laat opknopen, ligt dat vermoedelijk anders.

Die kinderen werden namelijk al op jonge leeftijd op schoot genomen, alwaar hen met samenzweerderige tederheid werd ingefluisterd wie de ware duivels zijn. Zij werden als kleine kereltjes al geprogrammeerd het Westen tot in hun diepste vezels te haten, wat bijzonder slecht nieuws is voor de wereldvrede. Zoals Bert Wagendorp het namelijk ooit treffend omschreef, laat die programmering, anders dan bij computers het geval is, zich bij mensen nooit meer helemaal wissen.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ziedaar het grote probleem van koningshuizen, de adel en andersoortige overerfbare macht. En ziedaar eveneens het grote gevaar van Mojtaba Khamenei, zoon van de deze week vermoorde Ali Khamenei en mogelijk diens opvolger als opperste leider van Iran.

Even voor de duidelijkheid: soms kan het prachtig uitpakken als kinderen in de voetsporen treden van hun beroemde ouders. In Italië hebben ze zelfs een term voor dat fenomeen: figli d’arte (kinderen van de kunst). Vooral die in de sport zijn geliefd (Jos en Max Verstappen, Erben en Joep Wennemars) net als die in het bedrijfsleven (Enzo en Dino Ferrari, Anton en Frits Philips). Maar toch zijn die in de politiek het hardnekkigst.

Een rondje Europa levert bijvoorbeeld op: de (ex-)premiers Kaja Kallas van Estland en Kyrios Mitsotakis van Griekenland, de voormalige Belgische premiers Alexander De Croo en Charles Michel, de Franse Marine Le Pen; allemaal zijn het nepobaby’s van vaders die zelf ook ooit premier, minister of vooraanstaand partijleider waren.

In theorie kan zo’n bloedband natuurlijk een zegen zijn, bijvoorbeeld wanneer kinderen wijsheid en integriteit van papa overnemen. Maar in de praktijk geven machtige vaders liever iets lelijks door aan hun nageslacht, zoals haat, nijd, bloedwraak of een Habsburgse kin (die overigens ook van hun moeder afkomstig was, vandaar de opmerkelijke vorm ervan). Kijk alleen al naar Fred Trump, die Amerikaanse vastgoedontwikkelaar die in 1927 werd gearresteerd tijdens een bijeenkomst van de Ku Klux Klan, en wiens zoon duidelijk de verbittering van zijn vader heeft geërfd.

Overigens vormt Nederland een prettige uitzondering op de regel. Vroeger hadden we hier weliswaar Jan ‘de Kindermaker’ van Kleef, die met zijn vrouw Elisabeth van Bourgondië zes legitieme kinderen kreeg en daarnaast nog eens 63 buitenechtelijke kinderen verwekte, waardoor vermoedelijk driekwart van alle Noord-Brabantse bestuurders nog altijd zijn DNA in zich draagt (wat overigens een hoop zou verklaren, maar dat terzijde). Maar sinds het calvinisme hier zijn intrede deed, komen we qua ministeriële geslachten niet veel verder dan Jan en Jozias van Aartsen en Loek en Sophie Hermans.

Volgens mij is dat een zege, aangezien iedere politieke dynastie de neiging heeft compleet te ontsporen zodra de generaties vorderen. Kijk alleen al naar Kim Jong-un, Robert F. Kennedy of iedere willekeurige zoon van Muammar Kadhafi, die andere dictator wiens regering door een westers bombardement werd onthoofd waarna zijn land verviel in levensgevaarlijke chaos.

Laten we hopen dat Iran zo’n lot bespaard blijft. En vooral: laten we hopen dat daar binnenkort eindelijk wat ruimte komt voor alle moeders en dochters.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next