is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Ajax-voetballer Sherida Spitse kwam in diepe problemen door een gokverslaving. Ex-international Daryl Janmaat raakte zwaar verslaafd aan cocaïne.
Topsporters hebben een manier gevonden om na hun carrière geld te blijven verdienen. Ze verkopen in boeken en documentaires de manier waarop zij zichzelf na hun carrière, en soms zelfs tijdens, in de vernieling hielpen.
Geen glitter en glamour, maar kommer en kwel. Het is commercieel lucratief, want mensen lezen graag over de narigheid van mensen die ze eerst op een voetstuk hebben gezet.
De helden spinnen er garen bij. Het levert geld en naamsbekendheid op. En het opent deuren naar nieuwe uitdagingen, want de omroepen snakken naar gefnuikte BN’ers voor het vullen van de spelshows.
Deze week waren er twee die naar buiten traden met hun verhaal over de keerzijde van succes. Spitse heeft een boek gepubliceerd onder de titel Sherida. Open kaart. Janmaat, de held van de WK-selectie van Louis van Gaal in 2014, trad naar buiten in de documentaire Echte mannen huilen niet, die in première ging in Tuschinski in Amsterdam.
Dat topvoetballers en andere sportsterren na hun carrière in een zwart gat belanden, is allang bekend. In het verre verleden verdienden voetballers te weinig geld om na hun dertigste te rentenieren. Ze moesten verder buffelen in de spreekwoordelijke sigarenzaak. Er waren uitzonderingen, zoals de legendarische Braziliaanse pingelaar Garrincha (ster van de WK’s van 1958 en 1962) die al vroeg aan de drank raakte. Garrincha stierf op 49-jarige leeftijd aan levercirrose.
Wie toen in de goot belandde, liep daar niet mee te koop. Daar werd schande van gesproken. Beroemd of niet, iedereen moest in het zweet des aanschijns zijn of haar brood verdienen.
De eerste die daar geen zin in had, was eind jaren zestig George Best, de Noord-Ierse ster van Manchester United. Die koketteerde met zijn drankgebruik en overspel. Hij zei bijna al zijn geld uit te geven aan drank, vrouwen en snelle auto’s. ‘En wat er overbleef gooide ik over de balk’.
Zijn levensverhaal George Best, The Autobiography werd een wereldwijde bestseller. Best werd een veelgevraagd voetbalanalist. En ook na een levertransplantatie bleef hij tot zijn overlijden in 2005 drinken.
Sinds die tijd worden persoonlijke drama’s gedeeld in ruil voor media-aandacht, boekcontracten, optredens in realityshows of als influencer op sociale media. Wat door psychologen als narcisme wordt gezien, aandacht vragen voor persoonlijke sores, is een verdienmodel geworden waarbij privacy en andere ethische vragen niet gelden.
Ook Nederlandse topsporters hebben ontdekt dat in de zelfkant van het leven geld en roem schuilt. De bekendste is Wim Kieft, wiens levensverhaal onder de titel Kieft in 2014 werd opgeschreven door Michel van Egmond. Kieft bekende achttien tot twintig jaar lang verslaafd te zijn geweest aan cocaïne en alcohol.
Twee jaar later volgde Andy van der Meijde met zijn bekentenissen in het boek Geen Genade. Zowel Kieft als Van der Meijde liepen binnen en vergrootten hun marktwaarde als televisiepersoonlijkheden.
Tegenwoordig verdient een modale eredivisievoetballer in tien jaar tijd voldoende om stil te gaan leven. Maar daarna moet er een ander levensdoel worden gevonden.
Wie het slim aanpakt, raakt aan de drank en drugs.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant