Home

Szczepan Twardoch laat je in zijn roman doodsbang laveren door het anarchistische Duitsland van na 1918

Szczepan Twardoch De nieuwe roman van deze gelauwerde Poolse schrijver is een knap gereconstrueerd historisch verhaal. Hoofdpersoon is een Silezische mijnwerkerszoon, die van gruwel naar gruwel springt.

Straatgevechten in Berlijn tussen regeringstroepen en Spartakisten onmiddellijk na de Duitse nederlaag in 1918.

‘Los, Männer, los, los, looos!” Zo klonk het in de Eerste Wereldoorlog in de Duitse loopgraven als daar het signaal werd gegeven om de aanval in te zetten. „Los, Männer, los!” roept ook luitenant Alojzy Pokora, de hoofdpersoon uit de roman Deemoed van de Poolse schrijver Szczepan Twardoch (Knúrow, 1979). Het is 1918. De oorlog is nog net niet voorbij. Samen met zijn manschappen staat Pokora, wiens naam ‘nederigheid’ of ‘deemoed’ betekent, doodsangsten uit voor wat komen gaat, omdat ze weten dat velen de aanval niet zullen overleven. Zijn levenskracht ontleent de jonge officier hoogstens nog aan zijn liefde voor de mooie, maar grillige Agnes. Als gymnasiast woonde hij in Opper-Silezië bij haar ouders in huis en verloor hij zijn hart aan haar. Op het slagveld in Vlaanderen ziet hij haar voortdurend voor zich, terwijl zij inmiddels met een ander getrouwd is en hij haar pas drie jaar later zal terugzien. Tot die tijd vertelt hij haar in gedachten over zijn leven, waardoor heden en verleden op een knappe manier met elkaar verweven raken.

Szczepan Twardoch: Deemoed. (Pokora) Vert. Charlotte Pothuizen. Pegasus, 336 blz. € 29,90

Als de aanval op de vijand wordt ingezet, raast de dood over het slagveld. Pokora krijgt een granaatscherf tegen zijn helm en raakt bewusteloos, veel manschappen uit zijn peloton hebben minder geluk en sneuvelen. Hij belandt nu in een Berlijns hospitaal, waar het eigenlijke verhaal begint.

Twardoch laat in Deemoed vooral zien wat er tussen 1918 en 1922 in Duitsland en Opper-Silezië gebeurt en hoe een gewoon iemand als Pokora een speelbal van die gebeurtenissen wordt. Hij doet dat op zo’n meeslepende manier, dat je zijn boek in een ruk uit wilt lezen. Menigeen had dat ook bij zijn eveneens door Charlotte Pothuizen voortreffelijk vertaalde romans De koning (2019) en Het zwarte koninkrijk (2021), die zich afspelen in de Joodse onderwereld van Warschau in de jaren dertig.

Pokora komt uit een groot Pools mijnwerkersgezin uit Opper-Silezië. Dat gebied hoorde voor de Eerste Wereldoorlog bij Duitsland en had een gemengde bevolking van zowel Polen als Duitsers. Die laatsten vormden de maatschappelijke bovenlaag, de Polen deden het vuile werk in de zware industrie en op het platteland. Twardoch beschrijft de armoede van de familie Pokora in geuren en kleuren. Een hoofdrol is daarbij weggelegd voor de cynische, norse vader, wiens enige geluk nog lijkt te bestaan in het verwekken van zoveel mogelijk kinderen. Pokora is de enige van hen die de kans krijgt naar het gymnasium in Gleiwitz te gaan, dankzij de hulp van een welwillende pastoor. Hij belandt er tussen de telgen uit de burgerij en de adel, die hem pesten en vernederen. Het stimuleert hem echter om de beste leerling van de klas te worden en na zijn eindexamen in Breslau filosofie te gaan studeren. De Poolse Alojzy wordt daar de Duitse Bildungsburger Alois.

Pokora is een sociale klimmer bij uitstek met een mooie toekomst voor de boeg, al blijft zijn nederige afkomst hem in de weg zitten. Hij zal zich altijd de mindere voelen en niet weten bij wie en wat hij hoort. En precies daar lijkt het Twardoch in zijn roman om te doen.

Zodra in 1914 de oorlog uitbreekt, is er even geen tijd meer om te sikkeneuren over onbenulligheden als je komaf of toekomst en tellen alleen je daden. Pokora meldt zich nu uit overtuiging bij het keizerlijke leger, waarop zijn vader, die in de Frans-Duitse oorlog van 1870 vocht, reageert met: „Zo geleerd, en toch zo dom.”

Chaos en anarchie

Als Pokora in 1918 met het IJzeren Kruis 1ste klasse op zak het ziekenhuis verlaat, stapt hij het Berlijn van de revolutionaire arbeiders- en soldatenraden van de Spartakisten binnen, die er kort na de vlucht van keizer Wilhelm II naar Nederland de macht hebben overgenomen. Overal heerst chaos en anarchie. Op straat wordt geschoten, rondrijdende communistische brigades arresteren en executeren officieren uit het keizerlijke leger. Pokora, een politieke onbenul, sluit zich uit solidariteit met de arbeidersklasse bij die communisten aan en bezoekt bijeenkomsten van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht. Ook wordt hij opgenomen in een groep revolutionaire travestieten, die hun hoofdkwartier in een nachtclub hebben. Als die club wordt overvallen door leden van een reactionair nationalistisch vrijkorps, die voor niemand genade tonen. Maar anders dan zijn queer-vrienden ontsnapt hij aan de dood, omdat hij op de valreep wordt herkend door een van de officieren van dat vrijkorps, een adellijke oud-klasgenoot van het gymnasium.

Deze officier, die toen ook al voor hem opkwam, neemt Pokora mee naar een landgoed, waar een orgie wordt gehouden van reactionaire homoseksuele officieren, die het oude Duitsland willen herstellen. Zijn redder blijkt verliefd op hem te zijn en probeert seks met hem te hebben. Pokora wijst hem af en voelt ineens de macht die hij over zijn adellijke vriend heeft. Eindelijk is hij eens niet nederig. Zijn vriend laat hem echter gaan. Hij geeft Pokora zelfs een warme officiersjas, een pistool en een paard mee, zodat hij veilig terug kan keren naar zijn ouders in Opper-Silezië.

Twardoch geeft de sfeer van zowel het roerige, hectische Berlijn als de decadente seksuele mores van die tijd levensecht weer. Soms is het zelfs alsof hij je meeneemt in een surrealistisch schilderij, zo levensecht zijn de ideologische gesprekken die zijn personages met elkaar voeren. Daardoor doet Twardoch je extra beseffen hoe in die chaos een völkische charlatan als Hitler met hulp van die reactionaire officieren aan de macht kon komen.

Poolse partizanen

Als Twardoch Pokora laat terugkeren naar zijn geboortegrond in Opper-Silezië, bereikt de roman een nieuw hoogtepunt. Daar is inmiddels een strijd losgebarsten tussen Duitse vrijkorpsen en Poolse partizanen, die naar aansluiting van Opper-Silezië bij Polen streven. Het verbaast je dan ook niet dat Pokora in zijn Duitse officiersjas allesbehalve welkom is bij zijn familie. Zijn broers zien hem zelfs als de vijand. Bovendien haten ze hem omdat hij door heeft mogen leren en in tegenstelling tot twee van hun broers de oorlog heeft overleefd.

Pokora weet opnieuw niet bij wie hij hoort. Anders dan tijdens de oorlog, toen alles duidelijk leek, kan hij niet kiezen tussen beide partijen en laveert hij tussen beide kampen. Door zijn oorlogservaringen is hij zo getraumatiseerd dat hij elke vorm van geweld heeft afgezworen en nooit meer een wapen ter hand wil nemen. Het liefst zou hij terugkeren naar zijn leven van voor 1914. Daarom kiest hij voor een kleinburgerlijk, goed betaald leven als boekhouder op de fabriek van een Duitse nationalist, die hem voor de Duitse zaak weet te winnen.

Tegelijkertijd dwingt zijn worsteling met zijn afkomst hem ertoe de Poolse nationalisten te helpen met de aanschaf van wapens. Om zijn veilige leventje te bekronen trouwt hij met een eenvoudige vrouw, Emma, met wie hij een gezin sticht en in de avonduren boeken leest. In bed koestert zij hem in haar armen, omdat hij moet huilen door zijn oorlogservaringen. Hij had zijn brave leven op die manier tot het einde toe kunnen voortzetten, als zijn vroegere geliefde Agnes niet was opgedoken en ook zijn verborgen verleden als communist niet was onthuld. De catharsis die Twardoch dan schetst, is zo indringend dat alleen die zijn roman al de moeite waard maakt. Aan het einde weet je niet of Pokora het leven laat of opnieuw weet te ontkomen. Gezien zijn verleden als drievoudig ontsnappingskunstenaar hoop je op het laatste.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next