Op een verlaten pad langs metrolijn 54 tast een vrouw met roodwitte stok over de grond. Stapje voor stapje zoekt ze haar weg, langs bossages vol met afval en graffiti op de betonnen pijlers van een reusachtige fly-over die naar de Amsterdam Arena leidt.
Van het wandelclubje ziet Talita Keerveld haar als eerste en ze begint direct te zingen. „Maria, Maria, Mariiiiaaa. Hoor je wie ik ben?”
De vrouw met de stok draait zich om. „Talita!”
„We zijn vandaag met z’n zessen”, vervolgt Keerveld. „En er is ook een journalist mee! Wil je…” De vrouw wijst op haar telefoon: „Ik ben even aan het bellen”.
We lopen verder, langs de verlaten trainingsvelden van Ajax en Xtao Yue Tan (42) wijst haar zoontje Tuo Wu (8) op de ganzen in het riet. Keerveld (70), gekleed in de kleuren van de Surinaamse vlag, loopt voorop en één van wandelclubleden verlaat af en toe het pad om een blikje te rapen dat ze in een plastic tas stopt.
„Maria is een voorbeeld voor ons allemaal”, zegt Jolanda Nibte (62), achteraan lopend. „Ze wandelt hier elke dag en haar man is dj, die organiseert de leukste buurtfeestjes. Ze doet ook aan zwemmen, terwijl ze slechtziend is. Toen ik dat hoorde dacht ik: whaat?”
Misschien, bedenk ik me, kun je hier ook maar beter niet alles zien. Ik loop mee met de wandelclub van Talita Keerveld en ze toont me hoe haar buurt, Venserpolder in Amsterdam-Zuidoost, erbij ligt. Zwerfvuil, opgedregde fietsen, verweesde supermarktkarretjes, opengetrokken elektriciteitskasten – „al maanden”. En dan slaan we de tentenkampjes van daklozen – meestal vanaf het voorjaar – toch maar over.
Maar wie van het afval wegkijkt ervaart hier ook veel moois. Het gekwebbel in buurtkamer Multibron, waar bewoners elkaar trakteren op appeltaart. De moestuinen van Bloei en Groei, waar Xtao Yue Tan als nieuwe bewoner, de taal onmachtig, aansluiting vond met buurtgenoten. De opgewektheid van Talita Keerveld, die elke maandagochtend vanaf de Tanger Supermarkt tegenover haar flat de wandelclub begeleidt en onderweg overal een liedje voor heeft. De natuur, de natuur/is geen Vuilnisbak/Hou je rommel maar/in je zak.
Venserpolder is een levendige wijk, voor de veertigplusser. Maar voor kinderen, zegt Xtao Yue Tan, is het een ander verhaal. Want wie speelt er nog op straat? De kinderen van „de rijke witte Nederlanders in de grote huizen” verderop ziet ze nooit. „Die hebben, denk ik, clubjes waar ze heen gaan.” En in de wijk wonen veel alleenstaande moeders, die houden hun kinderen liever binnen. „Angstig dat er wat gebeurt.”
En ze begríjpt het wel, zegt Xtao Yue Tan. „Maar” – ze kijkt haar zoontje, vandaag mee vanwege studiedag, vragend aan: „hoe vind jij het buitenspelen hier?”
„Boring.”
Tan knikt. „Er is nooit iemand.”
Zelfs de binnentuinen, weet Jolanda Nibte, bewoner van het eerste uur, zijn uitgestorven. Terwijl, haar kinderen waren altijd op straat. En ja, er gebeurde wel eens wat. „Maar in je buurt moet je je jeugdherinneringen maken, toch?”
We houden even stil bij bloemen langs de weg – gedenkplaats voor de 17-jarige Lisa, vermoord. „Hier heb ik gezongen”, zegt Keerveld. Dat was in augustus vorig jaar en diezelfde maand zong ze ook in Holendrecht, waar de 17-jarige Rivaldo werd omgebracht, én in Ganzenhoef, waar een 15-jarige werd neergeschoten, „gewoon tijdens het voetballen”.
Ze zong, ook voor de daders. Hou het jonge leven rein/Laat daarin geen driften woeden/Laat jouw denken nuchter zijn.
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag.