MAGA in de literatuur In romans proberen Amerikaanse schrijvers in het hoofd te kruipen van landgenoten die in de ban zijn geraakt van Trumpiaans populisme. Daarbij komt een somber, verongelijkt en agressief wereldbeeld soms verontrustend dichtbij.
In Washington bestormden op 6 januari 2021 Trump-aanhangers en extreemrechtse betogers het Capitool.
Jess Walter: So Far Gone. Harper, 268 blz. €17,99
Anika Jade Levy: Flat Earth. Catapult, 224 blz. € 23,-
Wie is tegenwoordig de verslaggever die radicaal rechts volgt, vraagt de gepensioneerde journalist Rhys Kinnick aan een voormalige collega van de lokale krant waar hij ooit werkte in Spokane, in de staat Washington. De collega lacht; eh, bedoel je de redacteur ‘overheid’ misschien? Kinnick moet even schakelen voordat het kwartje valt. Radicaal rechts is in het Amerika van nu geen marginaal fenomeen meer, maar de zittende macht.
Kinnick is hoofdpersoon van de roman So Far Gone van Jess Walter. Ooit was Kinnick een idealistische milieujournalist. Na een uit de hand gelopen ruzie met zijn schoonzoon, die liefhebber is van complottheorieën, trekt hij zich terug in een vervallen hutje in een diep bos, ver van alles, zoals dat alleen in Amerika kan. De wereld is naar de knoppen, alleen in zijn zelfgekozen isolement vindt hij nog iets van zuiverheid. Hij leeft zelfvoorzienend en gooit zijn telefoon weg. Waar hij is neergestreken, heeft hij toch geen bereik. Daar komt pas verandering in als zeven jaar later zijn kleinkinderen worden gekidnapt door de radicaal-christelijke militiegroep van zijn schoonzoon. Rhys kruipt uit zijn exil.
De wereld blijkt totaal veranderd. Mensen die vroeger zouden worden gelabeld als extremist, haatzaaier of aanhanger van complot-theorieën, blijken nu wetgevers, sheriffs en commissarissen te zijn in Spokane. Er is een sheriff die de ganse dag de bibliotheek uitpluist op boeken die hij kan confisqueren. En in de heuvels heeft een christelijke gemeenschap zich teruggetrokken ter voorbereidend op de terugkeer van Christus. „Bizarroland”, noemt de ex-collega het land waar ze inmiddels wonen.
Rhys’ verwarring is niet alleen een moment van comic relief. Uit So Far Gone lijkt een breed gedeeld levensgevoel te spreken: de wereld is zo snel veranderd dat het brein het bijna niet bijhoudt. Radicaal rechts, lange tijd een marginaal fenomeen – het extreme gedachtegoed van een paar wappies op het internet en ketamine-verslaafde tech-miljardairs – staat plots in het centrum van de macht. De rechts-populistische MAGA-beweging (‘Make America Great Again’) lijkt de VS in de greep te hebben.
MAGA heeft geen consistente, duidelijk herkenbare ideologie, maar is eerder een bondgenootschap van uiteenlopende groepen en denkstromingen; de één extremer dan de andere, die elkaar lijken te willen overtroeven in antiliberale en anti-democratische opvattingen. MAGA is de wereld van kapitoolbestormers, Andrew Tate, eindtijd-evangelisten, anti-vaxers, anti-lhbt’ers en drill baby drill.
De rechtse revolutie is pas sinds een jaar echt doorgebroken, met Trumps tweede ambtstermijn. Zijn er niettemin al goede romans te vinden die de MAGA-wereld beschrijven en haar van diepere betekenis voorzien? De snelle omwenteling van de wereldorde doet snakken naar empathische inzichten uit de literatuur. Niet om aan de wereld te ontsnappen, maar om haar beter te begrijpen.
Ten tijde van Trumps eerste ambtstermijn verscheen er al een eerste golf van MAGA-romans met een paar literaire hoogtepunten, zoals Ben Lerners Leerjaren in Topeka (2019) en Hari Kunzru’s Red Pill (2020). Beide romans waarin een schrijver een reis maakt – naar Texas in Lerners roman, naar Berlijn in die van Kunzru – in de aanloop naar de verkiezing van Trump in 2016. MAGA is enkel nog een dreiging, een onderstroom op internet; het zijn de hoogtijdagen van ‘woke’. Toch raken beide personages in deze romans onder de invloed van die onderstroom, al verzetten ze zich hevig. Ze raken gefascineerd door het blufpoker spelende type mannelijkheid dat door MAGA wordt gevierd, en zijn in de ban van het angstige gevoel dat Amerika op de rand van de afgrond staat – het sentiment waar fascisme feilloos op inspeelt.
Hoewel Trump II veel ingrijpender veranderingen te weeg brengt dan in die eerste periode, leggen die schrijvers daarin al de vinger op een sluimerende cultuuromslag waarvan de zaadjes vroeg zijn geplant. Deze cultuuromslag wordt in deze romans vooral verbeeld als grimmig, getekend door een verlangen naar rauw geweld en overheersing.
De literaire oogst van Trump II is voorlopig nog beperkt. Het is ook niet zonder risico om openlijk kritisch te zijn op Trump of de MAGA-wereld. Vanaf de eerste dag heeft Trump II de aanval geopend op universiteiten, bibliotheken en media. Veel bekende schrijvers zijn dan ook opvallend stil – niet alleen in hun werk, maar ook in de publieke sfeer.
Toch zijn er uitzonderingen. Voor Jess Walter lijkt de opkomst van MAGA een wake up call te zijn voor Amerikanen om het isolement van het huidige individualisme te doorbreken en nieuwe, sterkere gemeenschappen te smeden. De roman is een strak op het plot geschreven tragikomedie over een familie die in het Amerika van nu aan stukken wordt gescheurd.
Om zijn kleinkinderen uit de klauwen te vissen van de griezelige conservatief-christelijke guerrillagroep Army of the Lord belandt Rhys in een wilde achtervolging die het hele boek beslaat, waarin talloze nogal platte bijfiguren worden betrokken – de goedhartige maar grofgebekte native American, de manische ex-politieagent die bijklust als privédetective, de tot de tanden bewapende christenfundamentalist met een geitensik, de born again verslaafde.
Ondanks de platheid van dit soort typetjes geeft Walters een rijk, soms bijna ontroerend portret van de huidige geestesgesteldheid van Amerikanen. Behendig zet hij in op de conventies van de comedy of errors, hij ontwapent zowel de personages als de lezer, net wanneer die het niet verwacht. Voorbij dat kluchtige schetst de auteur echter een somber tijdsbeeld, de kleine levens van zijn personages in Spokane staan symbool voor de hedendaagse gespletenheid in de VS als geheel. MAGA-land is een zowel op links als rechts geradicaliseerde gemeenschap waarin geweld regeert, aangezwengeld door de drugsepidemie, neerwaartse economische mobiliteit en polariserende media.
Walter slaagt er in – met zijn alwetende verteller – om de lezer wat minder weerzin te laten voelen tegen schoonzoon Shane, wiens angsten net zo universeel blijken als die van iedere burger. Shanes ruk naar religieus fundamentalisme komt voort uit zijn sluimerende angst en onzekerheid in een land dat in een diepe spirituele en sociale crisis verkeert. Rhys’ zelfverbanning blijkt een reactie te zijn op dezelfde angsten: een symbool voor „de donkere, verzuurde afslag die het hele land had genomen.” Zowel zijn schoonzoon als Rhys zelf, begrijpt hij uiteindelijk, zoeken naar een goed en betekenisvol leven in een verzuurde wereld. (En allebei zijn ze eikels.)
Aan het slot valt er een dode, een ander verliest zijn arm. Dit is het Wilde Westen. Wanneer de rook optrekt, werkt Walters toe naar een zalvende, maar niet misplaatste conclusie. In zijn isolement kan Rhys de wereld niet redden, dat kan alleen door zijn bitterheid in te slikken en er voor zijn familie en vrienden te staan. Zo krijgt So Far Gone haast een feel good-einde, als er niet zo’n slagveld achterbleef. Walter schreef daarmee een klassieke roman die via empathie met de slechterik laat zien dat we allemaal mens zijn; dat goed en slecht misschien niet eens bestaan, dat er alleen overlevingspogingen zijn die wel of niet goed kunnen uitpakken.
Die psychologische wending was al een terugkerend thema in de eerste golf MAGA-romans. In de boeken van Lerner en Kunzru begrijpt de hoofdpersoon zichzelf aanvankelijk als iemand die volledig aan de goede kant van de geschiedenis staat, die de vrijheid verdedigt, deelneemt aan anti-ICE-protesten en op Democraten stemt. Maar gevaarlijke ideeën zoals de omvolkingstheorie, eugenetica, wit suprematisme of complottheorieën blijken toch een toenemende aantrekkingskracht op de personages uit te oefenen. Wat begint als een negatieve obsessie – ontstaan uit afkeer – leidt na een crisis tot het inzicht dat de goedbedoelende liberale hoofdpersoon ook niet immuun is voor de aantrekkingskracht van geweld of de kwade krachten die zijn land nu in de ban houden.
De categorie MAGA-romans, waarin een personage afdaalt in de wereld die hij vreest, doet denken aan de reis naar de onderwereld uit de literatuur van de antieke oudheid. In de MAGA-roman is het een reis naar het achterland, naar flyover country; weg van de grote stad en haar progressieve bubble. Dat is niet onproblematisch. De MAGA-huisfilosofen portretteren Amerika óók graag als een land op de rand van de Apocalyps, een grimmige fantasie die voortdurend actief wordt gevoed. Omdat Amerika dreigt in te storten, heeft het land volgens zulke MAGA-aanhangers sterke, autoritaire leiders nodig, en geen democratie of pluraliteit. De oplossing verschilt van de progressieve romans à la Walter, Lerner en Kunzru, maar de diagnose is dezelfde. Ook voor dat trio staat Amerika op de rand van de afgrond. Deze romans tappen uit hetzelfde vaatje van sluimerende, existentiële angst, en in plaats van die te ontkrachten, laten ze juist zien dat het nog veel erger is dan we denken. Het is precies die angst die mensen recht in de armen van Trump doet rennen.
Ook in het pas verschenen Flat Earth van de jonge schrijver Anika Jade Levy wordt de MAGA-wereld aanvankelijk met een reis naar het achterland bereikt. De reiziger naar de onderwereld is nu geen oudere man met een schoon geweten, want haar hoofdpersonen zijn twee nihilistische, aantrekkelijke twintigers. Frances, de beste vriendin van verteller Avery, maakt een experimentele documentaire over „rurale isolatie en rechtse complottheorieën”, en de bewonderende Avery trekt een zomer lang met haar het land door. Avery wil eigenlijk aan een eigen cultuurkritisch boek werken, maar een landelijk Adderall-tekort (een ADHD-medicijn) maakt dat ze zich nergens op kan concentreren.
Echt geïnteresseerd lijkt Frances niet in haar medeburgers. Ze is een rijkeluiskind dat de rechts-populistische wending vooral als een esthetisch project benadert. De beelden van postindustriële stadjes „verwoest door QAnon en synthetische opioïden en dode fabrieken, opgetrokken uit daklozenkampen en bloeiende cannabisvelden in de Rust Belt”, zijn prachtig. Frances en Avery spreken met incels, flat earthers, covid-ontkenners en mensen die de eindtijd elk moment verwachten. Ze gaan naar purity balls (formele dansfeesten die seksueel puriteinse waarden voor meisjes promoten) en wapenconferenties. Zulk materiaal is fotogeniek, maar ook een clichébeeld van MAGA. Je zou Flat Earth als een kritiek kunnen lezen op de eerder besproken MAGA-romans en films die de rechtse revolutie haast romantisch portretteren, als de sublieme, gruwelijke achtergrond waartegen een personage tot inzicht komt.
De film wordt een voorspelbaar succes in de kunstwereld. Frances’ ster stijgt, terwijl die van Avery daalt. Zij heeft geen rijke ouders, en om haar collegegeld te kunnen betalen gaat ze op zoek naar mannen die haar willen betalen voor seks. Ze vindt een baantje bij een nieuwe dating app voor conservatieven, ‘Patriarchy’, waarbij op dit moment vooral mannen zich willen aansluiten (heel gek).
Dan kantelt het perspectief in vergelijking met de eerder besproken romans: niet alleen het achterland, maar ook het New York waar Avery rusteloos doorheen dwaalt blijkt in de roman te transformeren tot MAGA-land. Avery noteert voor haar toekomstige boek: „Rechtse voedingstrends raakten in de mode: een stijging in rundvlees, ongepasteuriseerde melkproducten, scepticisme jegens zaadolie, vaccinatie-twijfel. Rokken werden weer langer.”
De mannen met wie Avery op date gaat doceren over hoe vrouwen getemd willen worden door een man, die zo haar vader moet vervangen. Er hangt een grimmige sfeer in de stad. Vrienden van Avery gaan plots dood, iedereen doet drugs, en iedereen lijkt erop uit de ander omlaag te halen. Het enige wat Avery als voordeel heeft in die wereld is haar jeugdige aantrekkelijkheid, maar die is niet lang houdbaar, zoals haar moeder haar herhaaldelijk vertelt. Als jonge vrouw zonder geld (en zonder Adderall) is ze inwisselbaar, ze is valuta. Niet alleen de Rust Belt, het hele land is in de ban van paranoia. Er is geen afdaling in de onderwereld voor nodig.
Flat Earth is door sommige critici afgebrand, omdat Levy met haar afgestompte personage en afgestompte stijl een te cynisch wereldbeeld zou promoten. Misschien is ook die reactie een symptoom dat Levy juist een gevoelige snaar raakt. Avery beschrijft de wereld die ze kent; zij heeft niet de luxe die Rhys had om zich eraan te onttrekken in gelukzalige onwetendheid. Er is geen veilige omgeving, geen bubbel. Moet een roman per se een opbeurende boodschap hebben om als hoogwaardig te worden gezien? Ik denk van niet. MAGA is niet alleen te vinden in het achterland, in de bossen, in de krochten van internet. MAGA is de wereld van nu.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet