Home

Wittebroodsweken van Jetten zijn voorbij, VVD zet hem voor het blok

De wittebroodsweken van Rob Jetten hebben drie dagen geduurd. Woensdag verdedigde de premier nog welgemutst de minderheidscoalitie met een verwijzing naar het „iconische” brievenbustouwtje van zijn D66-voorganger Jan Terlouw. Zaterdag escaleerde de oorlog in het Midden-Oosten tot een climax met onvoorspelbare gevolgen.

Dat Jetten zo snel achter de feiten aanholt, is niet uniek. Ruud Lubbers overkwam hetzelfde. Op 7 november 1989 werd zijn CDA/PvdA-kabinet beëdigd. Twee dagen later viel de Muur in Berlijn. In zijn regeringsverklaring drie weken later was de premier, ondanks zeven jaar ervaring, nog niet verder dan dat de val „het einde van de onvrijheid in het andere deel van Europa symboliseert”. D66-leider Hans van Mierlo, die buiten de coalitie was gehouden zoals GroenLinks-PvdA nu, nam geen genoegen met clichés. „Het kabinet zat er koud of de Berlijnse Muur stortte in elkaar. Ondanks het vermoedelijk ontbreken van ieder causaal verband betrapte ik mij erop dat ik even dacht: zo mag ik het zien, nu de sociale vernieuwing nog [modewoord in Lubbers III – hs]. Wat voor een fantasieën al niet in je hoofd opkomen bij de komst van een centrum-links kabinet”, aldus Van Mierlo.

De parallel is onweerstaanbaar. Wederom is er een nieuwe coalitie die de verzorgingsstaat ingrijpend wil hervormen, terwijl er buitenslands „een kanjer van een internationaal vraagstuk zonder precedent” (Van Mierlo in 1989) opdoemt.

Toen ging het om de WAO, nu om WW en AOW. Toen kwam er vreedzaam een einde aan de Europese deling, maar wist de premier zich geen raad met de Duitse hereniging. Nu wordt de wereldorde gewelddadig herschikt, maar twittert de premier vooral over zijn eigen agenda (40 berichten op X sinds de beëdiging) en zijn de ministers van Defensie (25 postings met veel ‘ik’ en ‘mijn’) en Buitenlandse Zaken (50 soberder berichten) in een wedloop om aandacht op de sociale media verwikkeld.

De verschillen zijn niettemin groter dan de overeenkomsten. Na de Muur voerden optimisme en internationalisme de boventoon, al verstierde columnist J.L. Heldring dat even door in NRC Handelsblad „burgeroorlogachtige toestanden” te voorspellen. Nu bieden Oekraïne en het Midden-Oosten geen vredesdividend en moet de regering beleid voeren in een politiek klimaat waarin nationaal-populisme ons juist naar binnen keert.

Deze tijd heeft dus meer weg van de jaren vijftig/zestig toen het IJzeren Gordijn niet werd afgebroken maar opgebouwd. Die analogie zou Jetten te denken kunnen geven.

Tijdens de Koude Oorlog beseften de meeste partijen dat democratische weerbaarheid niet alleen gebaat is bij militaire verdediging maar ook bij maatschappelijk draagvlak. Ze handelden ook naar die notie. Tijdens de Korea-oorlog (1950-53) bereidden rechts, confessioneel én links de WW voor. In 1956, toen Sovjettroepen Hongarije binnenvielen, werd onder rooms-rode leiding de AOW van kracht. Na de Cubacrisis (1962) realiseerden centrumrechtse coalities ziekenfonds, kinderbijslag en bijstand, een reeks die met de WAO (1966) werd voltooid. Tegelijkertijd bleef de regering ook 2,5 tot 4 procent van het nationaal inkomen aan Defensie uitgeven.

Of Jetten het belang van die mix van militaire én sociale kracht onderkent, is onbekend. Helder is wel dat coalitiepartner VVD het anders ziet. De wens van de minister van Financiën om de nieuwe wet op de vermogensbelasting toch terug te draaien terwijl een echte fiscale hervorming op de langere baan wordt geschoven, illustreert dat de VVD minder boodschap heeft aan sociaal draagvlak dan ze had op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, zoals Hans Goslinga in Trouw opmerkte.

Premier Jetten doet er daarom goed aan de binnen- en buitenlandse lijnen snel naar zich toe te trekken. Inspiratie putten uit Terlouw is goed, te rade gaan bij Van Mierlo is beter.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief De Haagse Stemming

Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag

Politiek Den Haag

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next