Collectieve woningbouw In Amsterdam wordt geëxperimenteerd met woningbouw die gezamenlijkheid stimuleert. „In de gemeenschappelijke wasruimte raak je met elkaar aan de praat.”
Cornelis in Amsterdam Nieuw-West; een woongebouw voor gezinnen met 49 koopwoningen en 36 huurwoningen in de vrije sector. Het gebouw won onlangs de Zuiderkerkprijs voor het beste woningbouwproject van 2025.
„Wij gaan er als eerste af”, roepen Michael van Bergen en Jurgen van der Ploeg. En zoef – daar schieten de architecten van FARO en Van Bergen Architectura door de glijbaanbuis naar beneden. Een tel later krabbelen ze breed lachend op tussen de in het rond stuivende houtsnippers. We staan op de ‘traptuin’ van Cornelis in Amsterdam Nieuw-West, een woongebouw van groengrijze bakstenen dat zij ontworpen om gezinnen in de stad te houden.
Cornelis won onlangs de Zuiderkerkprijs voor het beste woningbouwproject van 2025. De jury roemde de speelse architectuur en de manier waarop is voorzien in collectiviteit. Een gedeelde huiskamer, een verhoogde tuin met glijbaan, en vele ontmoetingsplekken zoals een brede binnenstraat lopen als een ‘sociale ader’ door het gebouw. De Cornelis toont daarmee een bescheiden trend die met name in Amsterdam vorm krijgt: het verlangen om meer gemeenschappelijk samen te leven.
Dat in de huidige wooncrisis woningbouw verrijst die sociale cohesie stimuleert, is opvallend. Volgens de logica van de markt moet immers elke vierkante meter renderen. „Ontmoetingsruimtes, zoals grote entrees met bankjes waar mensen even kunnen zitten, worden nu als eerste wegbezuinigd door ontwikkelaars”, vertelt architect Sanne van Manen, oprichter van Platform Woonopgave, een alliantie die alternatieve oplossingen voor de wooncrisis onderzoekt. In haar tijd bij architectenbureau MVRDV werkte ze mee aan een ontwerpstudie over co-living. „Daarmee verlies je de sociale meerwaarde die goede architectuur biedt.”
Het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt al decennialang. In de steden zijn de meeste alleenwonenden en eenoudergezinnen te vinden, met Amsterdam steevast in de kopgroep. In 2025 was van de Nederlandse huishoudens met thuiswonende kinderen 24 procent een eenoudergezin. Voor Amsterdam was dat ruim 35 procent. 30 procent van de Amsterdammers woonde in dat jaar alleen, waarmee ze ruim boven het landelijke gemiddelde van 19 procent uitkomen. Onderzoeken laten zien dat mensen steeds meer eenzaamheid ervaren. Wonen op een plek waar je het gevoel hebt ergens bij te horen, is gewild. Van Bergen en Van der Ploeg stellen dat gemeenten hierin een sleutelrol moeten spelen. „Die kunnen eisen stellen aan de aanbesteding en zo beïnvloeden wat en voor wie er wordt gebouwd.”
De aanbesteding voor woongebouw Cornelis schreef koop- en huurwoningen in de vrije sector voor. Stadsveteraan 020, gelegen in het Amstelkwartier, een relatief nieuwe wijk in Oost, is exclusief voor 55-plussers; mensen die liever niet in een zorginstelling ouder worden en sociaal contact prettig vinden. Door een hechte gemeenschap te vormen wonen bewoners langer zelfstandig, is het idee. Het maakt ze minder eenzaam, en dat scheelt ook nog eens zorgkosten schreef Floor Milikowski afgelopen weekend in deze krant.
SOME Architects ontwierp Stadsveteraan, een woongebouw met 117 sociale huurwoningen in vier aan elkaar verbonden bouwdelen. Ieder bouwdeel heeft een eigen entree, wat het gemeenschapsgevoel versterkt. „Je kan nooit honderd mensen bij naam kennen, maar wel twintig of dertig”, zegt SOME-architect Sjuul Cluitmans daarover. Op iedere verdieping verbinden ‘binnenstraatjes’ de woningen met diverse collectieve ruimtes, zoals de kookstudio, het atelier, het dakterras, de klusruimte, de tuinkamer met uitzicht op de Amstel, en de wasruimte. Deze ‘wasbar’ werkt als de keuken op een huisfeestje – altijd bomvol gezelligheid. „Bewoners raken er met elkaar aan de praat en zijn dan zo twee uur verder.”
De Nieuwe Meent.
De meest verregaande vormen van collectief wonen vind je búíten de sociale woningbouw en commerciële huur- en koopsector: in wooncoöperaties. De Nieuwe Meent in Watergraafsmeer, ontworpen door bureau Time To Access in samenwerking met Roel van Zeeuw Architects, is het nieuwste resultaat van dit woonmodel. Tussen rijtjeshuizen en Station Sciencepark is dit rood-roze gebouw een vrolijke verschijning. Op iedere verdieping huist een woongroep met een gedeelde huiskamer en keuken. Vanaf mintgroene balkons kijken bewoners uit op een gemeenschappelijke binnenplaats.
Betaalbaar wonen is een belangrijk motief voor wooncoöperaties zoals De Nieuwe Meent. Alle inwoners zijn – als leden – collectief eigenaar van het gebouw. Ze huren in feite van zichzelf, meestal voor sociale- of middenhuurprijzen. Het gebouw kan nooit worden verkocht. „Daarmee garandeer je een blijvende voorraad betaalbare woningen”, legt Sanne van Manen van Platform Woonopgave uit. Maar een wooncoöperatie biedt nog een ander voordeel: zeggenschap. Met elkaar bepalen leden hoe ze willen samenleven en hoe het gebouw eruit komt te zien. Er komt geen ontwikkelaar aan te pas. „Burgers zijn zelf verantwoordelijk, wat de wooncoöperatie in wezen een liberale organisatievorm maakt. Dat zou de nieuwe regering toch moeten aanspreken.”
Ook gemeenschapszin is een terugkerend motief voor wooncoöperaties. „In Amsterdam zijn mensen veel te individualistisch”, verzucht Mo Achahbar (45). Hij woonde eerder op tien-hoog op Zeeburg. „Ik had een fantastisch uitzicht, maar als ik mensen begroette op de galerij, keken ze weg.” Achahbar sloot zich aan bij De Bundel: een wooncoöperatie die op dit terrein een L-vormig complex laat bouwen naar ontwerp van Time To Access. Samenleven, betaalbaar wonen en verbinding met de buurt staan er centraal. Achahbar is een alleenstaande ouder, en ziet zichzelf straks zorgen voor zijn eigen ouders om de hoek, terwijl zijn kinderen veilig spelen met die van andere ‘Bundelaars’ in de openbare binnentuin.
Voor de rijkdom in de architectuur zijn wooncoöperaties goed nieuws, vindt Van Manen. „In Nederland bouwen we doorgaans een soort ‘woonmachines’. De typologie staat vast, alles is hetzelfde. Daar zit een stevige bouwlobby achter die profiteert van het verhaal dat industriële productie en standaardisatie dé oplossing voor de wooncrisis biedt.” Door het formuleren van een visie over hoe men wil samenleven en doordat niet de markt, maar de leden bepalen hoe ze wonen, dragen wooncoöperaties bij aan een meer gevarieerde woningbouwarchitectuur. Een die op maat gesneden is.
Architect Mira Nekova van Time To Access benadrukt dat wooncoöperaties géén niche zijn – ondanks het imago van losbandige communes dat er voor sommigen aan kleeft. Haar bureau werkt nu aan een woongebouw speciaal voor zorgmedewerkers van ziekenhuis OLVG, verenigd in wooncoöperatie De Walvis. „Wij zijn in de basis sociale dieren”, zegt Nekova. „Vroeger leefde je in een dorp of had je de kerkgemeenschap. In Amsterdam zie je veel individualisme. Maar de behoefte aan samenzijn is nooit verdwenen.”
Bakstayn
Bakstayn op IJburg is een woongebouw met achttien woningen en gedeelde ruimtes, gemaakt in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Hierbij zijn toekomstige bewoners gezamenlijk opdrachtgever voor een woongebouw, zonder ontwikkelaar. Na oplevering gaat een wooncoöperatie dan op in een reguliere vereniging van eigenaren. De bewoners van Bakstayn wilden betaalbaarheid, spontane ontmoetingen en nabuurschap in hun gebouw samenbrengen. Time To Access vertaalde die visie met een grote gemeenschappelijke huiskamer, die dwars door het gebouw loopt, van de straatkant naar de binnentuin. De galerijen zijn extra breed, waardoor bewoners deze kunnen gebruiken als terras en elkaar terloops tegenkomen. De dakterrassen zijn aaneengesloten zonder schotjes, en liggen tegen een ‘kroon’ van golvende geglazuurde tegels. Het gebouw is geïnspireerd op de Amsterdamse School-architectuur uit de Spaarndammerbuurt, waar initiatiefnemer Lucía Sanou eerder woonde. „Buurtbewoners ontmoeten elkaar daar veel op straat. Die dynamiek wilden we ook in Bakstayn.”
De Bundel
De Bundel is met 132 woningen de grootste wooncoöperatie van Nederland. Time To Access ontwierp voor de leden een L-vormig woongebouw in Nieuw-West met veel collectieve ruimtes. Zoals een grote binnentuin met fruitbomen en speeltoestellen, die via twee doorgangen bereikbaar wordt voor de hele buurt. Onderin komt een grote gemeenschappelijke woonkamer met keuken. Daar komt ook een aantal ouderenwoningen. Ook verhuurt de coöperatie winkel- en kantoorruimte aan ‘maatschappelijke organisaties’ en kleine buurtondernemingen, zoals een kringloopwinkel. De Bundel is ontstaan uit protest tegen gentrificatie en de wooncrisis. Mensen die al generaties in Nieuw-West woonden, werden gedwongen te verhuizen vanwege sloop en te hoge huur- en koopprijzen. Daarom is bepaald dat de helft van de leden van De Bundel uit Nieuw-West afkomstig moet zijn. Op die manier wil de wooncoöperatie de sociale cohesie van de gehele buurt versterken.
Cornelis.
Cornelis in Nieuw-West is een woongebouw voor gezinnen met 49 koopwoningen en 36 huurwoningen in de vrije sector. FARO en Van Bergen Architectura ontwierpen een route door het gebouw met veel terloopse ontmoetingsruimtes. De hoge entreehal verbindt de voor- en achterzijde van het gebouw. Op de eerste verdieping zit de gemeenschappelijke huiskamer, waar bewoners zelf activiteiten kunnen organiseren. Daarna kom je op de brede ‘binnenstraat’ met aan weerszijden appartementen. Deze is geïnspireerd op de binnenstraat van Le Corbusiers iconische Unité d’habitation in Marseille uit 1952, waar zich straten met winkels en bankjes binnenin het gebouw bevinden. In de Cornelis kunnen kinderen zo in het gebouw spelen alsof ze op straat zijn. De voordeurraampjes en keukenramen zitten op kinderhoogte. „Kinderen kunnen zo zien waar licht brandt en wie van hun vriendjes thuis is”, aldus architect Van Bergen. Boven de collectieve ‘traptuin’ hangt een houten balkongalerij. Slimme uitsparingen hierin zorgen dat bewoners van verschillende verdiepingen elkaar kunnen zien. Dit bevordert sociaal contact, zonder het af te dwingen. Onderin, aan het pleintje, komt een kinderdagverblijf, BSO en horeca.
Eureka.
Wooncoöperatie Eureka! bouwt in de Kolenkitbuurt 100 middenhuurwoningen, naar ontwerp van het eveneens coöperatieve bureau XOOMlab. Iedere verdieping heeft een eigen huiskamer. De drie meter brede galerijen met tuintjes werken als ontmoetingsplekken. Op de begane grond zitten meerdere gemeenschappelijke ruimten, die uitlopen in het ‘collectieve hart’: een grote entree en een brede steiger aan het water. Daar zit ook een jongerencentrum en een wijkgebouw, waardoor het gebouw een buurtfunctie krijgt. Het complex wordt omringd door gemeenschappelijk groen. De plattegrond van Eureka! is binnenstebuiten gekeerd: de appartementen liggen rug aan rug met de brede galerij eromheen. Bewoners kunnen de indeling van hun woning zelf bepalen. „Er worden vaak gemiddelde woningen gebouwd, maar er bestaan helemaal geen gemiddelde mensen”, aldus Joost Vorstenbosch, Dirk Jan van Wieringhen Borski en Harvey Otten van XOOMlab. Daarmee bouwt het bureau voort op architect John Habraken, die vanaf de jaren zestig bewoners hun casco huis zelf lieten invullen.
De Stadsveteraan.
In het Amstelkwartier ligt Stadsveteraan 020, een wooncomplex met sociale huurwoningen speciaal voor 55-plussers, ontworpen door SOME Architects. Het gebouw biedt ruimte aan 114 appartementen, waarvan 23 ‘friendswoningen’. Hier leven bewoners als de vrienden uit de serie Friends: ze delen een woonkamer en keuken, maar hebben ieder hun eigen kamer, badkamer en keukenblok. De opzet van vier aan elkaar verbonden bouwdelen, zorgt dat er kleine buurtjes ontstaan binnen het gebouw. „Schaal doet ertoe in het creëren van geborgenheid en buurtgevoel”, aldus architect Sjuul Cluitmans. De acht gemeenschappelijke ruimtes zitten door het hele gebouw verspreid. Sociaal contact wordt zo op iedere verdieping gestimuleerd. De architecten vonden in Huize Lydia op het Roelof Hartplein een inspiratiebron. Dit buurthuis wordt gerund door de bewoners van alle leeftijden, die er de eenpersoonsappartementen betrekken.
De initiatiefwet Bevordering Wooncoöperaties en het Fonds Coöperatief Wonen van ruim 60 miljoen euro geven coöperaties komende jaren juridische en financiële slagkracht. Wooncoöperaties krijgen een duidelijke juridische definitie en kunnen bij het Rijk een lening aanvragen, waarvan de terugbetaling weer terugvloeit in het fonds. Met vijftien kavels voor wooncoöperaties op de teller – goed voor 789 woningen – loopt de gemeente Amsterdam voorop, aldus Clemens Mol van Stichting !WOON.
Ook in Nijmegen, Utrecht, Groningen en Delft zijn enkele wooncoöperaties gerealiseerd of nog in ontwikkeling. In Rotterdam is er een grote vraag naar grond: minstens zes initiatieven zijn op zoek naar een kavel. Deze lente komt volgens Mol de eerste kavel beschikbaar voor de bouw van één wooncoöperatie.
Sinds 2024 spant RoCoCo, de Rotterdamse Coalitie voor Coöperatief Wonen, zich in voor wooncoöperaties in de stad. In Amsterdam is recent een evenknie opgericht: het Platform Wooncoöperaties Amsterdam.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen