is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Dat Frankrijk op het gebied van nucleaire afschrikking gaat samenwerken met enkele niet-nucleaire Europese bondgenoten, is een belangrijke en welkome stap.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Enigszins versluierd door het oorlogsgeweld in het Midden-Oosten werd maandag opnieuw een omwenteling in het Europese veiligheidsdenken zichtbaar. De aankondiging van president Emmanuel Macron dat zijn land het kernwapenarsenaal gaat uitbreiden en de afschrikwekkende werking ervan gaat vergroten door samenwerking met andere Europese landen, is een belangrijke stap voor de Europese veiligheid.
Nog maar vijf jaar geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat van oudsher trouwe Navo-bondgenoten als Duitsland, Polen, Nederland en Denemarken positief hadden gereageerd op dergelijke samenwerking buiten de Navo. Dat ze dat nu wel doen, toont hoezeer de oude Europese ordening verbrijzeld is door Ruslands agressie tegen Oekraïne én de grotere afstand tussen Amerika en Europa.
Nederland en andere landen die nu met Frankrijk in zee gaan om samen te oefenen en om mogelijkerwijs Franse jachtvliegtuigen uitgerust met kernwapens over hun grondgebied te laten patrouilleren, doen dit om weloverwogen redenen: de combinatie van een agressief, revanchistisch Rusland dat de grootste oorlog op het continent in tachtig jaar begon én de toenemende vraagtekens bij de Amerikaanse belofte, vervat in het Navo-verdrag, dat het bijstand zal verlenen bij een externe aanval.
Hoewel ook de regering-Trump onverkort vasthoudt aan de nucleaire afschrikking van mogelijke tegenstanders van de Navo, hebben de uitingen en gedragingen van deze regering de betrouwbaarheid van de Amerikaanse veiligheidsgarantie aangetast, inclusief het vertrouwen in de Amerikaanse nucleaire paraplu. Niettemin blijft deze nucleaire paraplu een cruciale rol vervullen als ultieme nucleaire garantie van de bondgenoten – en als cruciaal element voor de afschrikking van een land als Rusland, dat naast zijn grote arsenaal strategische kernwapens die de VS kunnen raken ook beschikt over meer dan duizend ‘tactische’ (niet-strategische) kernwapens.
Het Franse initiatief is dus louter ‘aanvullend’ van karakter, zoals alle betrokkenen ook onderstrepen. Toch is het revolutionair, omdat in dit initiatief de contouren herkenbaar zijn van een zich vormende Europese veiligheidsstructuur waarin – mochten de VS onverhoopt tóch geen zin of tijd hebben om voor de Europeanen in de bres te springen, of verwikkeld zijn in een grote oorlog in Oost-Azië – de Europeanen niet helemaal met lege handen staan tegenover externe agressors.
Opvallend is dat Frankrijk en Duitsland in hun begeleidende verklaring van het nieuwe initiatief expliciet verwijzen naar de ambitie ook escalatie onder de nucleaire drempel te kunnen beteugelen – door versterking van vroege waarschuwing over binnenkomende raketten, luchtverdediging en het vermogen diep in vijandelijk gebied toe te slaan. En op dat vlak is het Duitsland dat de grootste bijdrage zal leveren aan de bredere Europese veiligheid, alleen al omdat het als enige Europese land zal beschikken over het Israëlische Arrow-3 luchtverdedigingssysteem waarmee ballistische raketten buiten de dampkring kunnen worden uitgeschakeld.
Na de gezamenlijke verklaring vorig jaar van de Fransen en Britten in de Northwood Declaration dat er ‘geen extreme dreiging tegen Europa kan zijn die geen antwoord zal krijgen van onze beide naties’, is de geleidelijke verbreding van de onafhankelijke Franse nucleaire afschrikking naar Europese bondgenoten – in al zijn politieke en militaire beperkingen – een wenselijke nieuwe bouwsteen voor een Europese ordening waarin vrije landen hun lotsverbondenheid ook uitdrukken in militaire arrangementen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant