Home

Een zelfgebouwd vliegtuig en een gebroken arm – hoe kwam de verfilming van ‘Joe Speedboot’ tot stand?

Regisseur Sam de Jong zag meerdere uitdagingen in de verfilming van Tommy Wieringa’s roman Joe Speedboot: stunts, ‘een immobiele hoofdpersoon die niet kan praten’ en een stoet aan (bij)personages. Hoe dwongen de makers dit allemaal in één film?

is filmredacteur van de Volkskrant.

Daan Buringa streelt zijn derde hand. ‘Het is ook míjn hand’, zegt de acteur. Dat klopt: er is een latex afgietsel gemaakt van zijn rechterhandpalm en vingers, waaraan vervolgens een reusachtig gespierde onder- en bovenarm is bevestigd. Er zitten echte haartjes op, die special make-up artist Rob Hillenbrink zojuist nog even heeft bijgepunt, met een nagelschaartje. Ook zit er een metalen mechaniekje in verwerkt, waardoor de arm kan knappen en een stukje ‘bot’ uitsteekt onder de zachtrubberen huid.

Dit ten behoeve van de armworstelscène die zo dadelijk zal worden gedraaid: een sleutelmoment in de Nederlandse speelfilm Joe Speedboot. Maar voor nu bungelt het geheel aan een tuigje om het bovenlijf van Buringa, in ruststand.

Tommy Wieringa’s tragikomische bildungsroman uit 2005 mag dan vernoemd zijn naar de jongen met de zelfbedachte nautische naam die eigenhandig een vliegtuig bouwt, maar de dorpsgeschiedenis wordt opgetekend door diens leeftijdsgenoot Fransje Hermans, de rol van Buringa.

Fransje, de eigenlijke hoofdpersoon, is sinds zijn confrontatie met een cyclomaaier in het maaiveld veroordeeld tot een leven in de rolstoel. Niet in staat om te lopen of te praten, perst hij eindeloos briketten in het schuurtje naast de sloperij van zijn vader, met als resultaat de monsterformaat biceps. Tot zijn vriend en ‘verlosser’ Joe hem op sleeptouw neemt.

Dwarslaesie

Het is draaidag 26. Buringa heeft vandaag een eigen tentje op de set, waarin een bed staat. Ook is er Aziz, de persoonlijke verzorger die hem in het dagelijks leven bijstaat. Anders dan drievoudig Oscarwinnaar Daniel Day-Lewis, die maandenlang vrijwillig in een rolstoel doorbracht om zich in te leven voor zijn spel als motorisch beperkte man (My Left Foot, 1989), hoeft de 24-jarige Nederlander op dit vlak niet te doen alsof.

Al op jonge leeftijd liep hij een dwarslaesie op, tijdens een operatie aan zijn ruggengraat, die door een zeldzame erfelijke aandoening was kromgetrokken. Joe Speedboot biedt de eerste grote filmrol voor de toneelacademiestudent, die tussen de opnamen door ook schaaft aan zijn afstudeervoorstelling Daan Buringa bedankt, onder regie van Micha Wertheim.

Zijn tentje is opgezet naast de barruimte van de Zaanse evenementenhal Hemkade 48, waar vandaag het ‘Championnat d’Europe de bras de fer’ uit de film plaatsvindt. Oftewel: het Europees kampioenschap armpjedrukken. Op de statafels staan halfvolle bierglazen en plastic champagneflûtes. Overal zwerven flyers met foto’s van de gespierde deelnemers. Op een podium in het midden van de zaal, omringd door hordes op armomvang en ‘karaktervol’ uiterlijk geselecteerde figuranten, staat de wedstrijdtafel opgesteld, met rode kussentjes voor de ellebogen.

Armworsteltoernooi

De opnameleider, via de microfoon tot de menigte: ‘Jullie zijn bij de finale van het armworsteltoernooi, waar onze grote held Fransje het, als nieuweling, opneemt tegen Islam Mansour, de ongeslagen god van het armworstelen. Oké, iedereen die jarig is in januari tot en met juni moedigt Fransje aan. Juli tot en met december? Dan joel je voor Islam. Is dat duidelijk? Ja? Super.’

Issaka Sawadogo, met zijn imposante lijf en melancholische oogopslag al jaren een vaste waarde in de Europese cinema, is gisteren ingevlogen vanuit zijn woonplaats Ouagadougou, speciaal voor deze scène, als tegenstander Mansour. ‘You should be stoic’, instrueert Sam de Jong, ‘like a zen master.’

De 39-jarige regisseur, in blauwe hoodie, is er nog niet helemaal uit hoe Fransje/Daan de uitkomst van het duel moet beleven. ‘Het mooiste, denk ik, is als hij breekt als een kleine jongen. Dat hij gaat huilen. Maar schreeuwen kan ook, van de pijn.’

De Vlaamse cameraman Ruben Impens tuurt op zijn telefoon naar beelden van echte worstelbreuken, ter inspiratie. Er loopt een professioneel armworstelaar rond: Herman Feberwee bracht Buringa eerder al de kneepjes bij (‘hij pikte het snel op’), en waakt vandaag als expert over de opnamen. ‘Belangrijk: de pols moet altijd aan de binnenkant van de schouder blijven.’

Hij zag het ‘een keer of drie’ misgaan tijdens toernooien. ‘Ook een keer bij de dames. Zo’n breuk... Ik ben er geen fan van om het te zien.’

Propmaker Hillenbrink, tegen De Jong: ‘Toen ik ’m bij Daan omhing, deed het wel wat met hem. Hij zat zo te kijken... Heftig dingetje.’

De regisseur knikt. ‘Bizar, ja. Traumatisch.’

Dan rolt Buringa de zaal binnen, met zijn speciaal geprepareerde kunstarm.
Hij deed alles – en meer – wat je van een acteur kunt verwachten om zich voor te bereiden op deze lang uitgestelde opnamedag.

Rolstoelbeurs

Driekwart jaar eerder, op een mooie lentedag, ligt Buringa languit op bed in winterkleding. Dikke jas, trui, sjaal, rode ijsmuts en Lotto-gympen. De huiskamer van zijn aangepaste woning in Amsterdam staat vol kledingrekken met jarentachtigmode: vloekende kleuren, schreeuwerige opdrukken. Kostuumontwerper Minke Lunter, ook aanwezig, speurde de garderobe van de personages uit Joe Speedboot bijeen in kringloopwinkels. Nu zoekt ze setjes uit voor Buringa. ‘Aan het begin is het nog een beetje boerenland. Fransje draagt afdankertjes van z’n broer. Later, als Joe in zijn leven verschijnt, straalt zijn kleding meer zelfvertrouwen uit.’

‘Ik vind die bontjas en die skibril heel vet’, zegt de acteur. ‘En dat shirt met dolfijnen.’

De kledingdoorpas vindt plaats aan huis. Hier is alles gelijkvloers en hangt een beugel boven het bed, waaraan Buringa zich op kan trekken. Zijn bicepsen verraden dat hij al flink traint voor de rol. Op de eettafel ligt zijn kopie van het filmscript, vol annotaties over de gevoelens van zijn personage. ‘Ik lijk best wel op Fransje’, zegt hij. ‘Ik snap hem wel, of zo. Hij is een vechter – misschien een beetje raar om dat over mezelf te zeggen. Hij heeft wel wat meer schijt dan ik.’

Gisteren bezochten regisseur De Jong en Buringa een rolstoelbeurs, om de verschillende voor de film benodigde modellen te testen. Van een sober handaangedreven model tot een quadachtige scootmobiel waarmee je, afgaand op de brede banden, ook prima door de duinen kunt crossen. Het tweetal ontmoette elkaar al toen er pas nét sprake was van een verfilming, op aanraden van het castingbureau Post Castelijn.

De Jong: ‘We hadden de financiering voor de film nog niet rond, dus er was tijd. Maar eigenlijk wist ik al: Daan is het gewoon. Hij maakte zo’n verpletterende indruk.’

De hoofdrol laten spelen door een acteur die niet zelf in een rolstoel zit, heeft hij nooit overwogen. ‘Niet uit principe, het voelde gewoon logisch. Ook omdat we Daan al hadden ontmoet.’

Tegen Buringa: ‘Jij bent toch de eerste op de toneelschool met een rolstoel, of met een beperking?’

De acteur: ‘Sowieso de eerste met een rolstoel.’

Twee weken geleden ging Buringa hier thuis nog onderuit bij het douchen, vertelt hij zijn regisseur. ‘Twee voortanden gebroken. Niet de eerste keer hoor, ze waren al nep.’

Dan: ‘Ik zat net te denken aan die vechtscène in de bar. Als we op elkaar inbeuken, wil ik dat het eruitziet alsof het ook voor mij pijnlijk is.’

‘Kunnen we nog even naar kijken met de stuntcoördinator’, zegt De Jong. ‘Je moet die man in de bar in zijn knieholte rijden. En wurgen. Misschien kun je ook nog in zijn oor bijten?’

Buringa: ‘Oh, dat is wel tof!’

Tweede poging tot verfilming

Het is de tweede poging om Joe Speedboot te verfilmen. Bij de eerste, kort na de publicatie van het boek in 2005, ontstond een meningsverschil tussen Wieringa en het productiehuis IJswater Films, dat een optie op de roman had genomen. De schrijver zag niks in het toenmalige scenario, dat volgens hem een ‘vervelende puberale film’ zou opleveren. De rechtbank oordeelde dat een ‘optie’ nog geen definitief recht bood op een verfilming, waarmee het plan van de baan was.

Bijna twintig jaar later schreven Jan Eilander en Daniël Samkalden (de zwager van Wieringa) een nieuw scenario. Baldr Film van producent Frank Hoeve had de rechten verkregen van Wieringa, die plechtig schertsend beloofde zich ditmaal niet met de verdere totstandkoming te bemoeien.

Dat ze bij De Jong uitkwamen als de beoogde regisseur, is niet zo vreemd. Van alle Nederlandse filmmakers van onder 40 geldt hij wellicht als de meest getalenteerde. Prins, zijn speelfilmdebuut uit 2015 over een Noord-Amsterdams jochie op zoek naar zijn vader, vol flair en kleurrijke jongerencultuur, werd meteen geselecteerd voor het festival van Berlijn.

De regisseur las het boek als tiener. Wieringa situeerde zijn verhaal in het fictieve, Betuwse dorp Lomark, gelegen aan de rivier nabij de Duitse grens. Een oord waar nooit iets gebeurt, tot die Joe arriveert. ‘Maar in mijn fantasie speelde het zich af in Waterland (de Noord-Hollandse gemeente aan het Markermeer, red.), het landschap van mijn jeugd.’

Toen hij mogelijke filmlocaties bezocht, onder meer in Friesland, trof De Jong geregeld mensen die zeiden: O, Joe Speedboot, ja dat is hier, bij ons.
‘Het boek bezit iets universeels, iets heel Hollands.’

Wiebelig bouwsel

Obstakels zag hij wel. ‘Met die immobiele hoofdpersoon die niet kan praten als de meest voor de hand liggende.’ Voorts was er de stoet aan (bij)personages in de roman; hoe dwong je die allemaal in één film? ‘Toen ik belde met Jan Eilander, en hem daarnaar vroeg, had hij zulke goede antwoorden.’ Een slimme ingreep betrof de voice-over van PJ, het meisje uit het dorp op wie alle jongens verliefd zijn. In de film horen we haar (actrice Qiqi van Boheemen) als de vertelstem, voorlezend uit de schriftjes waarin Fransje Joe’s leven optekent.

Een meer praktisch probleem vormde het zelf te bouwen vliegtuig, dat Joe in elkaar knutselt met zijn vrienden. Bij de eerste test tuft het bouwsel wiebelig rondjes door een oude fabriekshal in Amsterdam-Noord; een metalen geraamte met zitje en houten propeller, nu nog zonder vleugels. Zo dadelijk, als die eraan zijn bevestigd, mag er níét harder worden gereden dan 20 kilometer per uur, waarschuwt stuntcoördinator Marco Maas. ‘Anders kan-ie zomaar de lucht in schieten.’

‘Ik plaats er nog een Moto Guzzi-blok op’, zegt filmconstructie-ontwerper en beeldend kunstenaar Thierry van Raay, die het houtje-touwtjetoestel in elkaar zette. ‘Maar ook dan bestaat de kans dat hij écht opstijgt.’

Regisseur De Jong: ‘De vraag is: durven we het straks aan met Tobias erop? Of beter een stand-in?’

Van Raay, over acteur en Joe Speedboot-vertolker Tobias Kersloot: ‘Dat hij een schakelbrommer heeft gereden vind ik wel gunstig.’

Diezelfde middag, in de werkplaats van Van Raay, maakt hoofdrolspeler Buringa kennis met de massieve metalen armpers uit de film, waarmee Fransje de briketten bijeen drukt. De Jong, zorgzaam: ‘Let op, je hoeft het niet écht te doen, je hoeft het alleen te acteren.’

Gebroken arm

Telefoon van producent Hoeve, een dag of wat voor de Volkskrant langs zou komen voor de vliegtuig-opstijgscène en het armworstelkampioenschap, twee cruciale dagen in het draaischema in de zomer van 2024. Buringa heeft zijn arm gebroken tijdens een recreatief potje armworstelen met een crewlid, na de opnamen. Hij is inmiddels geopereerd in het ziekenhuis; twee pinnen en een plaat in zijn arm. Alle opnamen zijn tot nader order uitgesteld.

‘Het komt goed’, bezweert Hoeve, die plots met een halve film zit, en een verzekeringskwestie. Er zijn nog dertien draaidagen te gaan. Tommy Wieringa, ook op de hoogte gesteld, wijdt er een column aan in de krant: ‘Geknapt als een twijg’, schrijft de regisseur, ‘net als in je boek. Het leven volgt de kunst.

De Jong was al naar huis toen het gebeurde. De dag erna zocht hij Buringa op. ‘We moesten allebei huilen. Daan pakte me zo vast, met links, om sorry te zeggen. Hij was bang dat dit het dan was. Dat de film verloren was, of dat we met iemand anders verder zouden gaan.’

Met een plots lege agenda zit De Jong naast zijn vaste editor Mieneke Kramer. Zij zet alvast grove versies van de gedraaide scènes in elkaar. Op de monitor zien we het examenfeest, waar PJ de Twarres-hit Wêr bisto zingt. Fransje, Joe en nog wat vrienden kijken toe: opgeschoten jongens die niet goed weten wat ze met hun gevoelens aan moeten, elkaar dan maar onhandig beetpakken.

Melancholie, zegt de regisseur, vormt een belangrijk ingrediënt in het boek en de film. ‘Iedereen heeft weleens zo’n avond meegemaakt dat je heel dicht bij elkaar bent, terwijl je ergens ook weet dat het de laatste keer is.’ Al was dat voor De Jong niet op zijn eindexamenfeest. ‘Ik mocht niet komen. Wat ik had uitgespookt? Het was een optelsom.’

Eerste opname sinds de armbreuk

Draaidag 27, in het Gelderse Gendt.

‘Gaat de propeller zo draaien?’ De regisseur tegen acteur Kersloot, die boven op het vliegtoestel zit: ‘Ik wil dat je het in je gezicht voelt, dat je ’m met een dot gas opengooit.’ Het is vroeg in de winterochtend. Tussen de mistflarden, laag boven het rivierlandschap, doemt een oude cementfabriek op. Er wacht een technisch lastig shot: de staart van het rijdende vliegtuig moet omhoog komen, terwijl de camera in de open truck, die met 40 kilometer per uur meerijdt, juist weer omlaag beweegt, zodat het lijkt alsof het toestel écht loskomt. Er hangt een drone in de lucht, die de verdere koers markeert voor de digitale-effectenmakers. De wind is gunstig: niet te hard.

Het is de eerste opname sinds de ongeplande armbreuk. Producent Hoeve is eruit met de verzekering. En – klein wonder – de puzzel om alle cast- en crewleden ruim een half jaar later weer bijeen te krijgen is gelegd. Ook de reactie van Fransje en de vrienden, die toekijken hoe Joe opstijgt, wordt vandaag gedraaid. De Jong instrueert de acteurs: ‘Bewondering, monden echt open. Hij vliegt naar links en... probleem! En... crash!’

Warm gehouden met thermodeken

Tussen de opnamen door wordt Buringa warm gehouden met een thermodeken. Zijn arm is volledig genezen verklaard. Hij dacht eerst dat de tafelpoot brak, toen het misging. ‘Ik hoorde krak, echt keihard. En ik voelde niks. Mijn arm viel zo half op tafel, misschien is-ie alleen maar uit de kom, hoopte ik. Ik wilde het niet geloven.’

Geluk bij een ongeluk: De Jong wilde de vliegtuigscène altijd al in de winter filmen, maar dat kwam logistiek gezien eerder niet uit. ‘En nu staan we hier zo in dit sprookjesachtige winterlandschap, alles wit van de rijp. Dit is echt rijkdom. Dus ik ben eigenlijk wel blij.’

Een week later zit Sawadogo tegenover Buringa voor de in Zaandam gefilmde armworstelfinale. De grote hand van de acteur uit Burkina Faso in die van de armprothese gevouwen.

Verscholen onder de wedstrijdtafel helpt propartiest Hillenbrink om het rubberen gevaarte in de juiste hoek te houden. De figurantenmenigte joelt.

Buringa roept het beest in zichzelf op. Verbeten blik, tanden op elkaar. Hij wéét hoe het voelt.

Regisseur De Jong telt af. ‘Drie, twee, één... actie!’

Maandag 9/3 is de wereldpremière van Joe Speedboot in Koninklijk Theater Tuschinski in Amsterdam. Vanaf 12/3 is de film overal in Nederland te zien.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next