Home

De beste strategie was dus niks doen, dan ging het vanzelf. Misschien was dit een les voor mijn 51ste, wie zou het zeggen

is columnist voor de Volkskrant

Ik was jarig en mijn dochter zei dat er een vogel in haar slaapkamer zat. Het eerste is leuk, het tweede minder. Een vogel in je huis is als een lekkage: je weet dat het kan gebeuren, maar je raakt er ontregeld van.

Allebei mijn kinderen zijn bang voor vogels, zeker binnenshuis, dus de enige die de held kon spelen was ik. Ik ging haar kamer binnen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Wat ze me in haar haast en paniek niet had verteld, was dat onze twee katten ook in haar kamer zaten. Ik moest even goed kijken om alle dieren in het vizier te krijgen. Op de vensterbank, half achter het gordijn, zat een duif heel erg weg te kijken, ik denk in de hoop dat de poezen zouden denken dat hij een standbeeldje was, of gewoon niet bestond. Op het bed zaten de poezen in opperste staat van alertheid naar de duif te kijken. De balkondeur stond op een kier.

Zoals altijd wanneer ik met een paniek oproepende situatie in aanraking kom, begon ik dingen te roepen die nu helemaal niet relevant waren en niet zouden helpen. ‘Je moet overdag niet meer je balkondeur open doen!’, riep ik naar achteren, naar mijn dochter, die in de gang stond. Hier had niemand wat aan.

Ik besloot eerst maar eens de poezen weg te lokken en rende naar beneden voor hun favoriete snack, genaamd Liquid Snack. Met de vloeibare snacks op schoteltjes rende ik weer naar boven. De poezen gaven voor het eerst van hun leven niks om Liquid Snacks. Ze zaten gebiologeerd naar de duif te kijken, die vanuit zijn kleine ooghoekje voorzichtig naar hen keek.

De poezen in hun nekvel grijpen had ik vaker geprobeerd, maar dat is onmogelijk bij twee katten die in de straten van Athene zijn opgegroeid. Ze zijn sneller dan het licht en ze kunnen je heel goed krabben. Na drie pogingen gaf ik dit op. Ik zag ineens wat veertjes op de grond liggen. Er was dus al een aanvaring geweest.

Dan maar de duif opjagen naar de open balkondeur, maar die speelde dat hij een standbeeld/non-existent/al dood was, dus gaf hij op geen enkele manier sjoege.

Ik draaide me heel even om om de schoteltjes met onwelriekende snacks opnieuw te pakken en hoorde meteen een geklapper, een gewapper, veel beweging. Toen ik me terugdraaide, was de duif tegen de balkondeur aan het klapwieken, met de poezen er vlakbij. ‘Eruit!’, riep ik. ‘Eruit!’ Dit hielp, vreemd genoeg, en de duif snapte eindelijk waar de deuropening zat en verdween de zonnige dag in.

De beste strategie was dus niks doen, dan ging het vanzelf. Misschien was dit een les voor mijn 51ste, wie zou het zeggen, in ieder geval al die dieren niet.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next