Home

Regisseur Maggie Gyllenhaal: ‘Monsters zijn er altijd geweest, maar in deze tijd lijken ze extra goed zichtbaar’

In The Bride! van Maggie Gyllenhaal is de bruid van Frankenstein, in tegenstelling tot de zwijgzame oerversie, een en al punkachtige expressie. ‘Ik had de heimelijke fantasie dat Mary Shelley méér te zeggen had. Dat haar feminiene perspectief wat onderbelicht was gebleven.’

schrijft voor de Volkskrant over film.

Maggie Gyllenhaal kon haar ogen en oren niet geloven toen ze voor het eerst naar Bride of Frankenstein (1935) keek, het hoog aangeschreven vervolg op de verfilming (1931) van de literaire horrorklassieker van Mary Shelley. De Amerikaanse regisseur en actrice was een paar jaar geleden benieuwd geraakt naar die uit de dood opgewekte bruid van dat wereldberoemde, uit verschillende losse lichaamsdelen samengestelde monster.

Gyllenhaal, haast opnieuw verbaasd: ‘De bruid zit maar een paar minuten in die film! En ze zegt geen woord. Niets! Problematisch natuurlijk, maar als vertrekpunt voor mijn eigen film was het geweldig.’

In Gyllenhaals The Bride! is het uitroepteken in de titel een vorm van compensatie. Deze bruid, gespeeld door Jessie Buckley, is een en al wilde, punkachtige expressie. Ze staat haaks op de archetypische zwijgzaamheid van de oorspronkelijke bruid (Elsa Lanchester). Het spotlicht stond in 1935 op het getroebleerde monster en zijn uitvinder.

‘Kijk’, zegt Gyllenhaal, ‘ik voelde natuurlijk wel wat het monster voelt, in Bride of Frankenstein. Hij is gecreëerd door een gekke wetenschapper en sterft vervolgens bijna van eenzaamheid. Hij heeft een metgezel nodig, fair enough. ‘Maar vervolgens dacht ik de hele tijd: hoe zit het met háár? Wat als die bruid verlangens heeft die minstens zo groot zijn als die van hem? Wat als ze in geen enkel hokje past, laat staan het hokje dat hij voor haar heeft bedacht?’

Uitbundig horrordecor

Gyllenhaal (48) laat zich eind februari interviewen door de internationale filmpers in een hotel aan de Theems, op een zonnige dag in het centrum van Londen. Het marketingteam van The Bride! verbouwde meerdere kamers tot uitbundig horrordecor. Overal eigenaardige machines met wijzers en slangen. Zelfs de rozen in de badkamer zijn hier vandaag gepast gotisch zwart.

Dit decor zegt iets over het budget waarmee The Bride! van de grond kwam: naar verluidt zo’n 80 miljoen dollar (69 miljoen euro), een veelvoud van het bedrag waarmee Gyllenhaal vijf jaar geleden haar regiedebuut The Lost Daughter maakte (5 miljoen dollar). Die verfilming van de roman van Elena Ferrante over gefnuikt moederschap werd met lof overladen en bracht haar onder de aandacht van de grote filmstudio’s.

Tot die tijd was Gyllenhaal zeer gewaardeerd als actrice die risicovolle rollen omarmde. Ze brak door als zelfbewust onderdanige secretaresse in het gewaagde sm-relatiedrama Secretary (2002), werd het sterrendom in gelanceerd als Batmans jeugdvriendin in The Dark Knight (2008) en was het middelpunt van The Deuce (2017-2019), de doorwrochte serie over de seksindustrie, waarin haar personage zich ontwikkelt van straatprostituee tot feministisch pornoregisseur.

Nu is ze verantwoordelijk voor een Amerikaanse studiofilm van een type dat niet meer zo vaak wordt gemaakt. The Bride! is een origineel mengsel van monsterhorror, jarendertigmusical en Bonnie and Clyde-achtig liefdesdrama. Duidelijk niet gemaakt om iedereen te bekoren, en uitgevoerd door acteurs – naast Buckley ook Christian Bale, als het monster – die de teugels met overgave laten vieren.

U las Mary Shelleys Frankenstein nadat u Bride of Frankenstein had gezien. Wat viel u op?

‘Geweldig boek, maar ik had de heimelijke fantasie dat Mary Shelley méér te zeggen had. Dat haar feminiene perspectief wat onderbelicht was gebleven. Mijn bruid, gespeeld door Jessie, speelt in mijn film daarom ook Mary Shelley. Ze breekt af en toe in vanuit een soort hiernamaals.’

Die film kwam uit in 1935. Uw film speelt zich af in datzelfde decennium. Waarom?

‘Films uit de jaren dertig fascineren me. Ze schetsen bijna allemaal een gefantaseerde werkelijkheid. De opgewekte musicals zijn daarvan het beste voorbeeld: perfect escapisme tijdens de Grote Depressie.

‘Met mijn film wil ik het opgepoetste beeld openbreken. Wat als de liefde tussen de personages in mijn film er totaal niet uitziet als de liefde tussen Fred Astaire en Ginger Rogers, de grote musicalsterren van toen? Wat als helemaal niets in die fantasie van de jaren dertig past? Mijn film is te zien als viering van mensen die niet in een hokje passen. Mijn vorm van punk.

‘Het monster in mijn film koestert een obsessie voor een filmster uit die tijd. Mijn monster is eenzaam en hij oogt onappetijtelijk. Het donker van de bioscoop is voor hem een veilige plek. De filmster is een Fred Astaire-achtige musicalgrootheid (gespeeld door Gyllenhaals jongere broer Jake, red.) en het monster gaat voor zijn gevoel een intieme connectie met hem aan, al weet de musicalster uiteraard niet van zijn bestaan.’

Tegelijk oogt de film modern. Neem die dansscène tijdens een optreden van Fever Ray, een avant-gardistische popster die zelf ook speelt met horrorelementen. Hoe beïnvloedde zij uw film?

‘Heel sterk! Ik zocht naar een herkenbare, uitgesproken popesthetiek. Mijn jaren dertig zijn óók een fantasie. Het zijn de jaren dertig, aangevuld met de neon en smoezeligheid van het New York van 1981, uitgebreid met de huidige tijd.

‘Fever Ray kwam op mijn pad dankzij Peter (Sarsgaard, Gyllenhaals echtgenoot, in de film te zien als detective, red.). Hij liet me de videoclip zien van haar nummer Kandy, waarin ze zich heeft verkleed als monster. Ze is monsterlijk én mooi, net als mijn monsters. Als muzikant past ze ook niet in een hokje.

‘Ik vind je inspirerend, schreef ik haar, wil je meedoen? Dat wilde ze. Ze schreef zelfs twee nieuwe liedjes voor de film.’

The Bride! gaat ook over het innerlijke monster dat in ons allemaal huist. Vanwaar die fascinatie?

‘Iedereen heeft iets in zich dat je als monsterlijk kunt omschrijven, denk ik: jaloezie, vooroordelen, wraakgevoelens, geweldsfantasieën, het kan van alles zijn. Je kunt er je hele leven van wegrennen, of je omdraaien en het monster een hand geven.

‘Honderden jaren lang gebruikten we in onze cultuur het idee van het monster om de donkere, perverse, angstaanjagende gevoelens en gedachten in ons te verplaatsen naar een plek búíten ons. Het monster buiten ons vind ik fascinerend, maar het ontneemt je de mogelijkheid om naar jezelf te kijken. Het innerlijke monster vind ik interessanter.

‘Wat Frankenstein zo meeslepend maakt, is de behendigheid waarmee Mary Shelley het menselijke karakter van het monster naar voren schoof. Via dit monster is het een kleine stap om naar onszelf te kijken.’

We leven in ‘een tijd van monsters’: met dit citaat van filosoof Antonio Gramsci wordt de staat van de huidige wereld geregeld geduid. Hoe ziet u dat?

‘Mijn film is bedoeld als achtbaanrit. Tegelijk probeer ik iets waarachtigs te zeggen over de staat van de wereld. Het is wat dat betreft een ongelofelijke tijd om deze film nú uit te brengen. Monsters zijn er altijd en overal, maar momenteel lijken ze extra goed zichtbaar. De Epstein-files, wat er is gebeurd met Gisèle Pelicot: er drijft op dit moment veel monsterlijks aan het oppervlak.’

De film is af en toe zéér gewelddadig: wanneer de bruid wordt aangerand, slaat het monster haar belager tot pulp. De camera draait niet weg. Waarom niet?

‘Elke gewelddadige of seksueel gewelddadige scène heb ik zorgvuldig overwogen. Het is nooit gratuit. Het geweld heeft een doel, de film kan niet zonder. Als je seksueel geweld laat zien en het voelt voor de kijker niet heel erg heftig, dan gaat er iets mis, dan bagatelliseer je wat niemand zou moeten bagatelliseren. Ik ben daar tijdens het maken voor ter verantwoording geroepen: kan het een onsje minder? Dat kan niet. Het zou een gebrek aan respect zijn voor de slachtoffers van dit geweld.’

Hoe reageerden de mensen van de studio op uw keuze? Ik kan me voorstellen dat ze belang hebben bij zo veel mogelijk verkochte bioscoopkaartjes, en dus een minder hoge leeftijdskeuring.

‘Nee, ze hebben me juist geholpen om de film te maken die ik voor ogen had. De film die ik aan ze pitchte was pop, groot, een achtbaanrit, mét belangrijke thema’s over vrouwelijke autonomie. Het maakproces voelde soms als een koorddansact, dat wel. Soms werd ik bijna van het koord gerukt. Maar zonder dit risico kan ik niets maken waar ik zelf van hou.’

Bestaat er naast de male gaze – het mannelijke perspectief waarmee zo veel films zijn gemaakt en verhalen zijn verteld – ook een female gaze?

‘Het is anders, de manier waarop vrouwen naar de wereld kijken, waarop we kunst maken. De meeste films die ik in mijn leven heb gezien zijn gemaakt door mannen. Onbewust vertaal ik ze tijdens het kijken voor mezelf. Ah, denk ik dan, ik kan me niet helemaal verhouden tot de ervaringen van deze vrouw op het doek, maar ik begrijp wat de regisseur bedoelt.

‘Ik was een jaar of 16 toen ik The Piano van Jane Campion zag. Het moet mijn eerste film van een vrouwelijke maker zijn geweest. Het was ook mijn eerste vloeiende kijkervaring, de beelden gingen erin als water.

‘Er zijn ook vrouwen die films maken in de mannelijke taal. Ik voel niet de neiging ze te bekritiseren. Het is lastig om een nieuwe taal uit te vinden. Maar wanneer wij vrouwen nog beter naar onszelf leren luisteren en ons nog beter leren uiten, voegen we ontzettend veel toe.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next