Home

De pijn van vertrekken gaat voor Iraniërs over van generatie op generatie

Iran Journalist Mina Etemad schreef een memoir over haar familie in Iran die nu extra actueel is. Ze vertelt hoe revoluties en protesten het land vormden, over de machteloosheid van de diaspora en over hoe de pijn van haar ouders doorwerkt in hun kinderen.

Iraanse vrouwen roepen leuzen tegen het regime vanaf de daken in Teheran na de omstreden herverkiezing van president Ahmadinejad in 2009.

‘Uit het bloed van de jongeren van het thuisland ontspruiten tulpen’. Het zijn de woorden die de Perzische dichter en muzikant Aref Qazvini schreef tijdens de Constitutionele Revolutie die tussen 1905 en 1911 in Iran plaatsvond. Met deze woorden herdacht hij de jongeren die tijdens die revolutie vermoord werden, puur omdat ze streefden naar een eerlijker politiek systeem. Het is slechts een van de voorbeelden die journalist en Volkskrant-recensent Mina Etemad aanhaalt in haar memoir De zangvogel.

Het boek is een combinatie van treur- en lofzang op Iran, en over hoe het is ontheemd te zijn en met schuldgevoel naar ontwikkelingen te kijken in je geboorteland. Haar memoir blijkt niet alleen opeens zeer actueel getimed, De zangvogel is ook een prachtig verhaal over de geschiedenis van haar land, over de opstanden en hoe het is om in diaspora te leven waardoor je gedwongen bent toeschouwer te zijn terwijl pogingen tot verandering worden neergeslagen.

Mina Etemad: De zangvogel. Thomas Rap, 208 blz. € 22,99

Etemad kwam als zesjarig meisje met haar ouders en zusje naar Nederland. Haar vader had meegedaan in de protesten tegen het repressieve regime van sjah Reza Pahlavi, en wist te ontkomen aan de soldaten die op Zwarte Vrijdag op 8 september 1978 demonstranten doodschoten. De revolutie brengt niet wat zijn familie hoopt en op een dag wordt de 17-jarige broer van Etemads vader opgepakt wanneer hij kranten voor een oppositiepartij rondbrengt. Wanneer hij twee jaar later vrijkomt, weet niemand wat er precies is gebeurd. De werkelijkheid had zich verstopt voor hem en hij ontwikkelde er schizofrenie. De broer blijft achter in Iran bij zijn ouders en zijn zusje, terwijl de andere zoons naar het buitenland vluchten om te ontsnappen aan het nieuwe regime.

Het zijn de levenslessen die Etemad meekrijgt die zich in de Iraanse geschiedenis meermaals herhalen: er is afkeer van het regime, maar een gezamenlijk idee over wat er daarna moet gebeuren is er niet. Die ideeën waren er in 1979 niet, in 2026 niet, maar ook in 1953 niet toen de progressievere premier Mohammed Mossadegh tot onvrede van het westen de oliewinning wilde nationaliseren. De CIA regelde demonstraties, politici werden omgekocht opdat de weg vrij kwam voor de westerse marionet van Amerika die de sjah was.

Die marionet en zijn opvolgers bepalen het leven van de familie van Etemad. Soms keren haar ouders, zij en haar zusje terug. Wanneer ze op bezoek bij familie zijn en daar meedoen aan het dagelijks leven, proberen ze onderdeel van de samenleving te worden, bij de Iraniërs te horen. Een venijnig zinnetje uitgesproken door een verkoper tegen haar moeder toont dat dat niet zomaar kan. Wanneer ze boodschappen doet en opmerkt dat alles veel duurder is geworden, antwoordt de winkelier: „Jullie hebben het land in een revolutie geworpen en zijn toen vertrokken”.

Olifant Tyke

Het schipperen tussen twee werelden, als minder gezien worden in Nederland en niet als deelnemer in Iran, machteloos moeten toezien hoe protesten worden neergeslagen: Etemad beschrijft dat gevoel ook aan de hand van enkele dierengeschiedenissen. Bijvoorbeeld over olifant Tyke die na haar jaren van gevangenschap en mishandeling in het circus op een dag in 1994 wraak neemt op haar verzorgers. In een wanhoopspoging vrij te komen vertrapt ze haar verzorgers en ontvlucht het circus. Lang redt ze het niet, ze wordt met 87 kogels doodgeschoten. Soms is de wanhoop zo groot dat je een uitbraakpoging doet, ook al wordt dat je dood, maakt Etemad duidelijk.

Het afdanken van levens koppelt ze aan de geschiedenis van de duif die eeuwenlang gedomesticeerd was en als postduif dienstdeed, totdat daar geen behoefte meer aan was en de duif werd gezien als een vies beest in de stad. Desondanks redt ze er een die met de pootjes vastzit in plastic snoer, maar of dat voor echte bevrijding staat, laat ze open.

Dat is een zijlijn die in De zangvogel iets te nadrukkelijk en te lang wordt uitgesponnen, maar het idee is goed. Voor Iran zelf vertelt ze het symbolische verhaal over de Siberische witte kraanvogels die ooit in zwermen over het land trokken maar door droogte en slecht natuurbeleid nergens meer terechtkonden. Op een dag is nog één kraanvogel over, die biologen proberen te koppelen aan een kraanvogel die in gevangenschap is opgegroeid. Even lijken ze samen te zweven boven een klein stukje resterend moerasland, maar de truc mislukt. Vrijheid en gevangenschap gaan niet samen.

Dat geldt voor de demonstranten in 2022 die de straat opgingen nadat Jina Mahsa Amini door de zedenpolitie zo hard op haar hoofd is geslagen dat ze overlijdt. Wat dat doet met Etemad vertelt ze in een hoofdstuk dat een sterke aanklacht wordt doordat elke zin begint met „Nadat…”. „Nadat in een bloederige november 1500 mensen zijn neergeschoten door regimeagenten omdat ze protesteerden tegen hoge benzineprijzen”, begint het hoofdstuk. Om met enkele gebeurtenissen te komen die de aanloop vormen tot de dag waarop Amini wordt vermoord. „Nadat Wilders schuldig is bevonden aan groepsbelediging omdat hij opriep tot minder Marokkanen en de menigte zonder aarzeling zijn leus overnam”. „Nadat het islamitische regime een dag van de hijab heeft uitgeroepen om de zedige vrouw te eren.”

Etemad kan niet anders dan alles volgen, delen, petities opzetten voor opgepakte journalisten en contact zoeken met andere Iraniërs in diaspora die begrijpen hoe het om betrokken te zijn en toch machteloos. Wat overheerst is survivor’s guilt, ook al kan je er niets aan doen een overlevende te zijn van een regime dat er nooit voor terugdeinsde elke vorm van protest snoeihard de kop in te drukken.

Plant geen tulpen meer

Naast het brede perspectief op Iran maakt in De zangvogel vooral de overdrachtelijke pijn van de ouders indruk; een onderwerp dat Maral Noshad Sharifi, Etemads collega bij de Volkskrant, eerder vertolkte in haar debuutroman Citroeninkt. Overtuigend vertelde zij hoe een meisje het trauma van haar Iraanse ouders probeert te overwinnen. „Wie zijn land verlaat, verliest een deel van zichzelf,” schreef ze.

Dat geldt evengoed voor Etemads ouders: hun pijn over hun vertrek is blijvend en laat littekens na bij de kinderen. Haar ouders wilden hun kinderen „hoop, liefde en rechtvaardigheid” meegeven, maar ontkwamen er niet aan ook de „pijn” door te geven. De zangvogel leest als een gelukte poging die pijn te verzachten en het streven naar rechtvaardigheid in woorden om te zetten.   

Terwijl De zangvogel zo goed als klaar was, braken eind 2025 opnieuw protesten uit in Iran, die begin januari weer de kop in werden gedrukt met duizenden doden tot gevolg, gevolgd door de huidige oorlog waarbij ayatollah Ali Khamenei om het leven kwam. Of zijn dood een regime change gaat brengen, of dit de protesten gaat helpen of juist verder de kop indrukken, of dat een nieuwe marionet van de VS een eigen repressief regime zal vestigen, weet niemand nog. „Plant geen tulpen meer in Iran”, citeert Etemad een moeder van een slachtoffer in 2022. „Het land ligt al vol bloed van onze jongeren.”

Tegelijkertijd bieden Etemads woorden ook iets van hoop voor protesten die geweest en zijn en die de kop zijn ingedrukt: „Gletsjers bewegen zich centimeter voor centimeter, onwaarneembaar voor het menselijk oog, tenzij je een aantal eeuwen leeft. Maar elke seconde rommelt het onder de lagen ijs, trekt de zwaartekracht aan de massa en proberen gesmolten druppels zich te vermenigvuldigen”.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next