Home

Schrijver George Saunders: ‘Je moet echt op je intuïtie vertrouwen, en je speelsheid’

George Saunders In zijn nieuwe roman voert hij je mee in de wilde laatste avond van een bejaarde oliemagnaat, die getroost wordt door de geest van een jonggestorven vrouw. „Het is een raar idee om je hele leven te baseren op dingen verzinnen.”

George Saunders

In The Coral Room, het inderdaad koraalrode café van het Bloomsbury Hotel in Londen, zakken we bijna net zo diep weg in de luxe fauteuils als Jill Blaine, de hoofdpersoon van de nieuwe roman van George Saunders, wegzakt in de grond, als ze weer eens naar de aarde komt suizen om een stervende te troosten.

Jill is een geest in die roman – Vigil, door Erik Bindervoet fantastisch vertaald als Sterfbed – en stervende mensen troosten is wat ze doet, nadat ze zelf in de jaren zeventig op 22-jarige leeftijd is omgekomen. Dit keer is haar protegé, de 343ste alweer, de 87-jarige rijke oliemagnaat KJ Boone. Hij is een self-made man die zoveel twijfel heeft gezaaid over de rol van de mens in klimaatverandering dat je hem persoonlijk verantwoordelijk zou kunnen houden voor het feit dat goed klimaatbeleid nooit van de grond is gekomen. Bij haar pogingen hem te troosten stuit Jill op zijn schokkende arrogantie.

Boone is gebaseerd op een echte oliemagnaat, zegt Saunders vanuit de diepte van zijn fauteuil, waar hij de hele dag interviews zit te geven. Maar hij wil niet vertellen wie. „Ik ben bang voor rechtszaken. Hij is ook niet echt die kerel in het boek, en er waren er meer die dezelfde dingen zeiden. Maar de taal die hij heeft geïntroduceerd wordt nu enorm uitvergroot door de domheid van de regering-Trump, dus de zonde is nog groter dan ik me in eerste instantie had voorgesteld.”

Terwijl Jill probeert Boone te troosten, verzamelen zich andere geesten om het sterfbed heen die de oliemagnaat juist geëmotioneerd aanklagen voor alle klimaatschade die hij heeft veroorzaakt, en het persoonlijk leed en de armoede die daar het gevolg van zijn. De belangrijkste aanklager, ‘de Fransman’, is losjes gebaseerd op Étienne Lenoir (1822-1900), die de eerste commerciële verbrandingsmotor heeft uitgevonden. Deze ‘Fransman’, althans zijn geest, heeft wél veel spijt van de negatieve invloed van zijn uitvinding op het klimaat en hij wil dat Boone ook spijt heeft. De tweestrijd tussen Jill en de Fransman is het centrale conflict in het boek. Kon Boone er uiteindelijk niets aan doen dat hij werd wie hij was en deed wat hij deed, en moet hij getroost worden? Of moet hij boeten?

George Saunders: Sterfbed. (Vigil) Vert. Erik Bindervoet. De Geus, 192 blz. € 21,99

Eerst even: in uw vorige roman Lincoln in de Bardo waren de meeste personages ook geesten van overledenen. Speelt dit boek weer in precies hetzelfde universum?

„Het is wel een beetje anders. In Lincoln weten de geesten niet dat ze dood zijn en als ze dat ontdekken gaan ze door naar… het volgende. Misschien de hemel. In dit boek gaat niemand door, niet dat we zien. Ook weten de geesten dat ze dood zijn. Als journalist ben ik ooit in een week lang in een daklozenkamp geweest. Mensen daar vertelden me keer op keer dezelfde verhalen, ze zaten vol verlangen om weg te gaan en zij waren zelf altijd de enige verstandige persoon in het hele kamp. Ik denk dat dat gevoel, het gevoel van opgesloten zitten, in dit boek terecht is gekomen. Jill is degene die tegen ons praat, dus zij lijkt de verstandige, maar als je een stap achteruit doet, zie je dat zij net zo gevangen zit als de anderen.”

In Lincoln zaten de geesten gevangen in de intense emoties die ze hadden tijdens hun overlijden. Is dat hier ook zo?

„Ik denk het wel. De Fransman is er omdat hij zich schuldig voelt dat hij de verbrandingsmotor heeft uitgevonden. Hij zag de schade die hij daarmee heeft aangericht en probeert die te herstellen. En Jill is er, denk ik achteraf, omdat ze gewoon niet kan accepteren dat ze zo jong is doodgegaan en dat ze zoveel heeft gemist.”

Ze voelt zich nog steeds heel sterk aangetrokken door het leven, bijvoorbeeld door een huwelijksfeest in de buurt van het sterfbed.

„Ja, ik was al die sterfbedscènes aan het schrijven en ik dacht: nu heb ik ook iets leuks nodig. Maar haar reactie op dat huwelijksfeest verraste me – ik wist niet dat ze daar zo graag wilde zijn. Boeken schrijven is zó leuk, want je begint eraan met het idee dat je weet wat het gaat worden, en dan zegt het verhaal: nee, nee, nee, vertel me niet wat ik moet doen! En dan hou je je als het ware vast aan een slee terwijl die alsmaar verder glijdt.”

Op welk moment voelde u dat u de controle over het verhaal verloor en dat het verhaal controle over u kreeg?

„Vrijwel meteen. In dit geval was mijn enige plan: slechte man sterft, geest is getuige. Daarna hoop je direct de controle te verliezen. Want als je je te sterk vasthoudt aan een idee en daarmee ingaat tegen de energie van het boek, vindt de lezer dat niet fijn. Die voelt dan dat jouw patriarchale brein het verhaal aan het vertellen is. Maar als je het openlaat, dan gebeuren dingen louter in reactie op wat er al eerder plaatsvond en dat voelt organisch.

„Ik had bijvoorbeeld geen idee dat de Fransman zou verschijnen. Maar Jill keek uit het raam – en daar was hij ineens. Het is heel gek, je moet echt op je intuïtie vertrouwen, en je speelsheid. Toen ik jonger was, zou ik het verhaal helemaal uitgestippeld hebben: wat moet ik overbrengen? Maar als je te goed weet wat er gaat gebeuren en dat gebeurt dan ook, is iedereen teleurgesteld. Op een wonderlijke manier is wat er ook opduikt, het goede. Het is wel een heel raar idee om je hele leven te baseren op dingen verzinnen, én dat je ze op een heel speelse manier moet verzinnen, omdat het anders niet werkt.”

Wat verraste u het meest tijdens het schrijven?

„De speech waarin Jill haar eigen overlijden beschrijft, en de herinnering aan het bezit nemen van de gedachten van de man die haar heeft gedood. Als kind had ik daar al een idee over, dat idee kwam in het boek terecht en ik dacht eerst: nee, dat is te raar, dat verpest het boek. Dus ik haalde het eruit en toen zat ik wekenlang klem. Dus het ging er weer in, er weer uit… Het was zo’n gek idee om in een boek te stoppen. Maar uiteindelijk dacht ik: oké, dat is kennelijk het boek dat het wil zijn, dus ik probeer er wel mee te werken.”

Hoe bedoelt u, welk idee had u dan al als kind?

„Het gaat om iets waar ik in geloof maar veel mensen niet. Toen ik een jaar of zes was kon ik heel snel heel goed lezen. De nonnen die lesgaven vonden dat geweldig. Maar een vriend van mij worstelde met lezen en tegen hem waren ze heel streng, zoals dat ging in de jaren zestig. Op een dag voelde ik me heel trots, en ik keek naar hem, en hij draaide zich weg, hij zat te huilen. Toen dacht ik: wauw, hij heeft er niet voor gekozen om slecht te kunnen lezen en ik niet om goed te kunnen lezen, en hij lijdt eronder en ik triomfeer. Dat kwam me heel oneerlijk over.

„Ik hou er nog steeds van om geprezen te worden, máár – en dit is waar veel mensen op vastlopen: ik heb er weliswaar heel hard voor gewerkt om schrijver te worden, maar ik denk niet dat ik daar de eer voor mag opstrijken. Want ik denk dat ik ook mijn vermogen om hard te werken niet zelf gekozen heb. Dat is ook Jills idee in het boek en het is wat ik geloof.”

We kunnen er niets aan doen dat we zijn hoe we zijn… Dus iemand die oneerlijk is, die geen goed mens is, kan daar ook niets aan doen?

„Precies. Aan de andere kant: als iemand mij op mijn hoofd slaat, of als iemand bijvoorbeeld een autocratisch heerser wordt in een voorheen democratisch land, dan moet ik wel reageren, ik moet daar wel tegenin gaan. Ik zie de Fransman als de belichaming van dát idee. En ik denk dat die twee ideeën allebei waar zijn. Hopelijk voelt de lezer er enig ongemak bij dat er twee levensvatbare standpunten in het boek zitten en dat ik dat conflict niet oplos. Trouwens, Jill heeft wel prachtige spirituele ideeën, maar uiteindelijk heeft ze Boone niet getroost, ze heeft het in feite erger gemaakt. Dus zij is niet echt goed in haar werk. Je zou zeggen, ga iets anders doen. Maar ze blijft het doen, dat troosten.”

Waarom heeft u van Boone eigenlijk een oliemagnaat gemaakt?

„Ik begon met schrijven toen Biden president was, en ik dacht dat hij herkozen zou worden en dat we klimaatverandering zouden gaan aanpakken. En ik heb ook wat ervaring in de oliesector, dat was handig.” (Saunders is opgeleid als geofysicus en heeft in Indonesië naar olie helpen zoeken, red.)

Boone is geen Donald Trump of Gregory Bovino, de commandant van de Amerikaanse politiedienst ICE, de dienst die onschuldige burgers vermoordde. Je zou Boone bijna kunnen zien als een everyman, omdat iedereen wel slechte kanten heeft.

„Ja. Hij is meer een schurk uit het tijdperk-Bush, toen mensen in elk geval naar buiten toe nog leefden volgens de waarden van de Verlichting. En nu, met deze ploeg… ik weet het niet. Dan had ik moeten proberen me in het standpunt van Bovino te verplaatsen. Dat zou denk ik heel moeilijk zijn en misschien wel te onaangenaam om te verdragen. En je moet je dan een jaar of drie in die interne monoloog verdiepen… Het zou een heel ander boek zijn geworden. Het zou interessant zijn om zoiets te proberen, maar ik ben bang dat het óf onwaar gaat klinken, of totaal onverteerbaar zou worden.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next