Bij beursgenoteerde bedrijven bestaat de raad van commissarissen vaker uit vrouwen dan bij grote vennootschappen, blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau. Beursgenoteerde bedrijven moeten zich aan een vrouwenquotum houden, terwijl dat voor vennootschappen niet geldt.
Een vrouwenquotum houdt in dat raden van commissarissen (rvc's) voor minstens een derde uit vrouwen moet bestaan. Die wet is in 2022 ingevoerd en geldt alleen voor beursgenoteerde bedrijven.
Sindsdien is het aantal beursgenoteerde bedrijven die in de rvc dit quotum halen behoorlijk gestegen. Inmiddels voldoet 92 procent van die bedrijven aan het quotum, terwijl dat voor het invoeren van de wet nog 34 procent was.
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft ook naar de kwalificaties van de commissarissen gekeken en zag dat vrouwen en mannen gemiddeld even gekwalificeerd waren voor hun functie. Verder bleek dat het quotum niet leidde tot meer diversiteit als het gaat om leeftijd of nationaliteit.
De vijfduizend grote vennootschappen in Nederland hoeven zich niet aan een quotum te houden. Wel moeten zij sinds 2022 streefcijfers, plannen van aanpak, man-vrouwverhoudingen en resultaten rapporteren.
Onder grote vennootschappen is het aantal rvc's die voor minstens een derde uit vrouwen bestaan ook gegroeid. Toch gaat die groei veel minder hard in vergelijking met de beursgenoteerde bedrijven. Het verschil is te zien in onderstaande grafieken.
Volgens het CPB is dit resultaat het bewijs dat het quotum meer diversiteit bewerkstelligt. De bedrijven die onder de wet vallen, halen immers veel vaker vrouwen in huis dan bedrijven die slechts een streefpercentage hebben. De bijbehorende wet wordt in 2027 geëvalueerd en loopt mogelijk af in 2030.
Hoogleraar Mijntje Lückerath is niet betrokken bij het onderzoek en is kritisch op de conclusie van het CPB. Zij maakt jaarlijks de Female Index Board, waarin staat hoeveel vrouwen er in de top van het bedrijfsleven terechtkomen.
"De toename van vrouwen bij beursgenoteerde bedrijven komt niet per se door de wetgeving", zegt ze. "De wet kwam omdat er omdat er al meer draagvlak voor diversiteit was."
Al voor de wet lieten institutionele beleggers zoals pensioenfondsen weten dat zij meer vrouwen aan de top willen zien. Dat heeft volgens Lückerath meer impact gehad op de diversiteit dan het vrouwenquotum dat volgde. "Als de beursgenoteerde bedrijven weer een man naar voren zouden schuiven, wisten ze dat ze gedoe zouden krijgen in de aandeelhoudersvergadering. Daar hadden ze geen zin in", zegt Lückerath.
Beursgenoteerde bedrijven staan in de spotlights waardoor ze eerder geneigd zijn om zich aan te passen aan de noden van de tijd. "Vennootschappen zijn minder in beeld dus worden ze ook minder aangesproken door de buitenwereld", zegt Lückerath.
Wel ziet ze dat kleinere bedrijven op de beurs een duwtje nodig hadden om meer vrouwen aan te nemen. De grote spelers zijn al ver voorbij het quotum. "Ze stomen door", zegt de hoogleraar.
40 procent van de commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven was vrouw in 2024, blijkt uit de Female Index Board 2024. Een jaar later was dat 44 procent.
Lückerath is dan ook niet bang voor een terugval als het quotum wordt opgeheven. Het CPB houdt daar wel rekening mee vanwege de tragere ontwikkeling bij bedrijven die geen quotum hebben.
Voor de samenstelling van de raad van bestuur geldt geen quotum. Het aantal vrouwelijke bestuurders is gestegen van 15,3 naar 17,3 procent in 2024, blijkt uit data van de Sociaal-Economische Raad (SER). Die cijfers gaan over vijfduizend grote vennootschappen, waar ook beursgenoteerde bedrijven onder vallen.
Source: Nu.nl economisch