Home

En nu heeft Chomsky zelf het aureool van een ‘backroom boy’ gekregen

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

In de vorige eeuw was de taak van de intellectueel een belangrijk thema in het politieke debat. Maar wat precies een intellectueel is en hoe hij (of zij) eruitziet, daarover was men het niet eens. Ik weet nog dat de filosoof Antoine Verbij – God hebbe zijn ziel – uitdrukkelijk verklaarde dat hij Jan Blokker en mij niet tot de intellectuelen rekende. Dat waren columnisten en die horen er per definitie niet bij. Wel weten we uit het lied Nee Karel, niet vandaag! van Elsje de Wijn dat ‘interlectuelen’ beter kunnen gaan schaken dan zich op te houden met zoiets dierlijks als de liefde.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een intellectueel wordt doorgaans gedefinieerd als iemand met een hogere opleiding, die beschikt over een grote algemene ontwikkeling, een scherp oordeelsvermogen en een actieve betrokkenheid bij maatschappelijke en culturele problemen. Behorend tot de welvarende klasse draagt hij daarom, meer dan anderen, de verantwoordelijkheid om zich kritisch op te stellen tegenover hen die de macht en de staat vertegenwoordigen.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft dit denken een enorme boost gekregen, niet in de laatste plaats door het existentialisme van Jean-Paul Sartre. Er is geen moreel dilemma waar Sartre zich niet over heeft uitgelaten en die houding heeft hem, tot op de dag van vandaag, in veel intellectuele kringen tot een goeroe gemaakt. Maar zo’n uitgesproken kritische houding jegens alles en iedereen heeft ook een keerzijde. Weliswaar schreef Sartre na de oorlog een vlammend pamflet tegen antisemitisme, maar in de oorlog zelf was hij niet zo’n held. Zijn kritische houding later jegens het Westen en het kapitalisme maakte hem gevoelig voor wat ook ‘de totalitaire verleiding’ wordt genoemd. Hij eindigde eigenlijk heel zielig als colporteur van maoïstische blaadjes. Toen ook nog bleek dat zijn levensgezellin Simone de Beauvoir vrouwelijke studentes voor hem aanleverde, was dat een morele genadeklap.

En dan hebben we nu Noam Chomsky.

Met zijn ideeën over taal heeft hij zich wereldfaam verworven. Maar de inmiddels 97-jarige Chomsky is meer dan alleen een taalkundige. Hij is door zijn aanhangers ook weleens ‘het geweten van het Westen’ genoemd. Toen de tijdschriften Prospect (Brits) en Foreign Policy (Amerikaans) in samenwerking met The Guardian aan de lezers vroegen wie zij als de grootste intellectuelen ter wereld beschouwden, eindigde Chomsky op de eerste plaats. Hij was het standbeeld van The New Left. Tijdens zijn lange leven heeft hij in allerlei conflicten stelling genomen, van Watergate tot Irangate, van de genocide door de Rode Khmer tot de verdediging van de Franse taalkundige Robert Faurisson, die de concentratiekampen en gaskamers van de nazi’s bleek te ontkennen.

In 1977 kwam Chomsky naar Nederland en hield hij in een stampvolle zaal van de Pieterskerk te Leiden de Johan Huizinga-lezing onder de titel: Intellectuals and the State. Zijn stelling was dat intellectuelen een soort internationale priesterklasse vormen, die aan het eind niets anders doet dan het beleid van de staat en de daaruit voortvloeiende misdaden legitimeren. De Vietnamoorlog was net achter de rug en Chomsky had daarover een aanklacht geschreven: The Backroom Boys.

Hij kreeg na afloop een ovationeel applaus, ik zat in de zaal en klapte mee. Twee dagen later zou ik hem, samen met Hugo Brandt Corstius, interviewen voor het weekblad Vrij Nederland. Van dat interview herinner ik mij dat het bijzonder saai was, omdat Chomsky aan een stuk door oreerde. Hugo viel zelfs op een gegeven moment in slaap en na afloop zei hij tegen me: ‘Al die vragen, ik houd meer van antwoorden.’ Dat was pure ironie, want Chomsky had in de drie uur dat wij spraken slechts antwoorden gegeven. Achteraf moet je vaststellen dat in Nederland vooral Frits Bolkestein, ere wie ere toekomt, ten aanzien van Chomsky onraad heeft geroken. Bolkestein schreef verschillende stukken tegen Chomsky, al kon hij in een direct debat – gehouden in Groningen – niet op tegen zijn zelfbewuste opponent.

Hoe Chomsky is gevallen en hoe hij er op zijn oude dag aan toe is, heeft u in deze krant kunnen lezen bij Olaf Tempelman. De Epstein-files tonen een intellectueel die zelf toch ook wilde meeprofiteren van de zegeningen van het kapitalisme dat hij altijd zo had verfoeid. Hij maakte nog gemene zaak met Epstein toen die al was veroordeeld voor zedendelicten, waardoor Chomsky zelf ook het aureool krijgt van een backroom boy.

Komt zoiets uit de lucht vallen? Anders dan Tempelman vind ik wel dat Chomsky zich, wat betreft de Rode Khmer-discussie en de Faurisson-zaak, als een idioot heeft gedragen. Volgens de Nederlandse filosoof Frits Staal, die hem goed kende, leed Chomsky aan Jüdischer Selbsthass, omdat hij nu eenmaal ook moest ageren tegen de autoriteit die hij zelf was. Inmiddels meldde Chomsky’s echtgenote dat haar man zich door een beroerte niet meer kan verdedigen. Jammer.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next