Home

Duizenden spreeuwen kunstschaatsen langs de hemel

‘Vogels kijken is echt hip”, zegt iemand op Radio 1. De schat. Vogels kijken is al heel lang hip. Net als het woord hip zelf, trouwens – al in 1967 zong Patricia Paay de romantische schlager ‘Je bent niet hip, je bent niet vlot’. Maar ik dwaal af (alhoewel, elke aandacht voor die song is meegenomen).

Mensen kijken graag naar vogels, in het veld of via webcams. En ook kunstenaars zijn er altijd dol op geweest. Begrijpelijk. Op vogels kun je betekenissen projecteren en gevoelens. Daarbij zijn vogels lekker mysterieus, met dat gevlieg en gezweef. Niet voor niets opent de tentoonstelling Birds in het Mauritshuis met een video van een enorme zwerm spreeuwen. Wat doen die vogeltjes daar, die met duizenden langs de hemel kunstschaatsen? En waarom? Hoe lang je ook kijkt, een antwoord krijg je niet, je moet het doen met ‘mooi’.

De kunstwerken op deze expositie zijn mooi én ze geven antwoorden. Ze tonen hoe vogels bestaan om te worden geketend, gekooid en bejaagd. Hoe ze werden gedegradeerd tot muziekinstrumentjes en speelgoed. Dat ze van hun veren werden beroofd om mensen te versieren en worden gebraden om mensen te voeden.

Vogels zijn een drama. Behalve op dat ene smalle schilderij van de surrealiste  Leonora Carrington. Zij wijdde een weinig realistisch portret aan een nachtegaal: ‘Señor Ruiz el Ruisenor’. Zijn rechtop gestrekte rug maakt hem inderdaad tot een meneer, er piept een mannengezichtje als een vestzakhorloge tussen zijn borstveren. Desondanks en in tegenstelling tot alle andere werken hier, inclusief het geliefde ‘Puttertje’ van Fabritius, kan geen mens met deze nachtegaal meevoelen. En verbeeldt die mens zich dat hij dat wel kan, dan gaat dat de nachtegaal niet aan. Hoe kan dat?

Carel Fabritius, Het Puttertje, 1654.

Ja, hoe kan dat. Dat blijkt elders in Den Haag, in Museum Beelden aan Zee, bij de diersculpturen van Theresia van der Pant. Er is een bizon, een giraf, een slang. Er zijn nogal wat vogels.

Het is toeval maar verhelderend: de ‘Gierzwaluw’ van Van der Pant spiegelt de nachtegaal van Carrington. Ik zou ze graag tegenover elkaar willen zien. Allebei vogelvreemd rechtop. Gewichtige señores, Jansen en Janssen (zie Kuifje).

Van der Pants gierzwaluw krijst en net zo wijdsnavelig tsjirpt Carringtons nachtegaal. Ha, de zomer! associeert de hippe mens die graag vogels kijkt. Maar dat mensen hun zang waarderen, betekent niets voor dit tweetal. Ze zijn vogels, dat is genoeg.

In het Mauritshuis zoeken de kunstenaars naar een verbond of verband tussen mens en vogel. Van der Pant geeft zich er consequent rekenschap van dat zij dieren interessant mag vinden, maar dat dieren niet bezig zijn met de mens. Drama, daar doet Theresia van der Pant niet aan. Haar minuscule bronzen kat die zich zit te wassen – achterpoot omhoog, kop naar de dij ­ gedraaid – is zo goed omdat hij niet schattig is. Hij is volledig kattig.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next