Geschiedenis Caesar toonde zich in onze contreien een dictator met genocidale trekjes. En was Augustus wel een vredesstichter? In zijn boek fileert Robert Nouwen vijf eeuwen Romeinse dominantie in de Lage Landen.
Robert Nouwen. „Caesars veroveringstocht in Frankrijk en de Benelux was bepaald geen vredes- of beschavingsexpeditie.”
In een iconisch fragment uit de satire Monty Python’s Life of Brian (1979) vraagt het hoofdpersonage, vertolkt door de Britse comedian John Cleese, uitdagend aan het volk wat de Romeinen eigenlijk ooit deden, behalve roven en veroveren. „Alles pakten ze ons af! En wat deden zij ooit voor ons?!” Het behoort een onbeantwoorde vraag te blijven. Maar dan antwoorden zijn toehoorders beurtelings, tot groeiende ergernis van Cleese, dat de Romeinen het aquaduct brachten, en ook sanitaire voorzieningen. En overigens ook nog wegen, irrigatie en medicijnen, onderwijs, wijn en vrede… Boos snoert Cleese hen de mond: „Oh, peace, shut up!”
Robert Nouwen, auteur van Rome en de Lage Landen – een monumentale turf over vijf eeuwen Romeinse geschiedenis in onze contreien – raakt verrassend op één lijn met Monty Python: ook volgens hem worden de Romeinen al eeuwenlang veel te gul voorgesteld als onze vredestichters en beschavingshelden. „Die mythevorming heeft zeker te maken met het geweldige materiaal dat we hebben teruggevonden, zowel literair, artistiek-cultureel als bouwkundig. Denk maar aan imposante thermen of fraaie villa’s met muurschilderingen en mozaïeken”, zegt Nouwen, tijdens een gesprek in hotel Derlon in Maastricht, waar de resten van een oude Romeinse tempel het pronkstuk zijn van de benedenverdieping.
Robert Nouwen (1959) is een Belgische historicus, gepromoveerd in de oude geschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij was onder meer conservator van het Gallo-Romeins museum in Tongeren en directeur erfgoedcollecties van de Koninklijke Bibliotheek van België. Rome en de Lage Landen is zijn dertiende boek over de invloed van Rome op Nederland en België.
Maar kijk je naar de Romeinse invloed op onze Lage Landen, dan duikt een heel ander beeld op. „Zo overleeft hardnekkig de mythe van keizer Augustus en zijn ‘pax romana’, de vrede die hij zou hebben gebracht. In onze contreien ging het in ieder geval om een gewapende vrede”, zegt de oudheiddeskundige. Daarbij bleef het in de eerste jaren van Augustus’ bewind behoorlijk woelig in de Lage Landen: „Er waren geregeld opstanden. Augustus was overigens de grootste veroveraar van allemaal. Hij voegde ongeveer dubbel zoveel grondgebied toe aan het Romeinse Rijk dan Caesar.”
Dat we Augustus toch blijven associëren met vrede, is het resultaat van succesvolle Romeinse propaganda. Hij liet in zijn naam en eer de Ara Pacis of het ‘vredesaltaar’ bouwen in Rome, waar het imposante monument vandaag nog altijd staat. „In de noordelijke fries is ook een Gallisch prinsje gegraveerd, een allusie op ‘Gallia pacata’ – in Gallië is vrede gebracht, een bekende Romeinse uitdrukking. Een nogal omfloerste manier om naar veroverd gebied te verwijzen”, zegt de historicus.
„Zeker wel. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus, een groot criticus van keizer Augustus, schrijft dat andere volkeren zogenaamd ‘beschaven’ – door hen aan te zetten te wonen in Romeinse huizen, Latijn te spreken en Romeinse gewoontes aan te nemen – in feite neerkomt op een vorm van slavernij. Tacitus benoemt ook nadrukkelijk dat de soldaten aan de Rijnlimes – de rijksgrens langs de Rijn – daar niet alleen de naburige Germanen moeten weghouden, maar ook het Gallische volk in bedwang moeten houden.
„De opstanden in de beginjaren van Augustus’ heerschappij duiken relatief weinig op in het werk van de Romeinse geschiedschrijvers, die dan vooral gefocust zijn op de politieke gebeurtenissen in Rome. Dat verandert als Augustus zijn macht stevig vestigt in onze contreien, en geschiedschrijvers zoals Tacitus en Dio Cassius in hun geschriften ook sterker op de Lage Landen zullen focussen.”
„Iets ertussenin. Caesars verslag van de oorlog in Gallië is absoluut geen objectieve geschiedschrijving over onze streken, maar het is ook niet allemaal manifest onwaar. [Gallië is het gebied dat grofweg overeenkomt met het huidige Frankrijk, België, Luxemburg, een stuk Zuid-Nederland en een randje van West-Duitsland.] Je moet het lezen als het rapport van een politicus die zijn veroveringen in Gallië beschrijft voor de Senaat in Rome. Natuurlijk is zijn verslag politiek gekleurd, maar alles bij mekaar liegen kon evenmin. De broer van de beroemde redenaar Cicero was bijvoorbeeld commandant in Caesars leger, en beide broers hielden via briefwisseling contact.
Het Romeinse Rijk aan de zuidkant van de Rijnmonding, circa 117 n.Chr.
„Caesars veroveringstocht in Frankrijk en de Benelux (58-51 v.Chr.) was bepaald geen vredes- of beschavingsexpeditie, maar een gewapende manier om zijn politieke macht te vestigen in Rome. De opbrengst van plunderingen en de verkoop van slaven werd geïnvesteerd in de uitbreiding van het leger en de verdere uitbouw van de stad Rome. Een politieke en militaire loopbaan liepen in het oude Rome vaak samen. De grootste politici, misschien met uitzondering van Cicero, die vooral herinnerd wordt om zijn literaire nalatenschap, waren veldheren zoals Caesar.”
Veldheer-politicus Julius Caesar was een alleenheerser of ‘dictator’ – letterlijk hij die dicteert, of regels oplegt – een titel die hij uiteindelijk ook formeel kreeg. In de Lage Landen gebruikte hij een strategie die naar hedendaagse maatstaven genocidaal zou worden genoemd, zegt Robert Nouwen. Dat heeft alles te maken met de streek rond Atuatuca Tungrorum, het huidige Tongeren, de oudste stad van België. Op de grote markt van deze stad wordt Ambiorix, de Gallische koning die Caesar durfde uit te dagen, nog altijd met een trots standbeeld geëerd. Ambiorix en zijn Eburonenstam hakten in 54 v.Chr. anderhalf Romeins legioen in de pan. De mythische status van Ambiorix nam alleen maar toe toen het stamhoofd wegvluchtte voor de Romeinen en nooit zou worden gevat.
Deel van de zogeheten Peutingerkaart met de Romeinse wegen in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland. Het is een schematische weergave van wegen en knooppunten in het Romeinse Rijk. De bovenste min of meer horizontale lijn is de Rijn. Parallel daaronder stroomt de Maas. Daar tussenin, helemaal links: Lugdunum (Brittenburg bij Katwijk aan Zee). Verder naar rechts onder meer: Praetorium Agrippinae (Valkenburg), Forum Adriani (Voorburg), Albaniana (Alphen aan den Rijn) en Noviomagus (Nijmegen).
Dit deel van het verhaal staat bij veel Belgen in het collectieve geheugen gegrift, maar het vervolg is veel minder bekend. Julius Caesar werd overrompeld door het verraad van Ambiorix, omdat de Gallische leider geruime tijd in feite had ‘gecollaboreerd’ of de Romeinen minstens had gedoogd. Dat veranderde toen Caesar besloot om anderhalf legioen bij de Eburonen onder te brengen. „Dat komt overeen met ongeveer 9.000 soldaten, allemaal manschappen die moesten eten”, legt Nouwen uit. „Maar in de Gallische dorpjes was er enkel kleinschalige gezinslandbouw. Toen er als gevolg van een strenge winter en slechte oogst en met duizenden extra monden te voeden voedselschaarste ontstond, keerde Ambiorix zich met een verrassingsaanval tégen de Romeinen.”
„Precies, de Eburonen moesten worden uitgeroeid. Met de harde veroordeling ‘stirps ac nomen tollatur’ (hun stam en naam moeten worden uitgewist) gaf hij de Romeinse troepen het bevel de Eburonen van de kaart te vegen. En zo geschiedde. Dat Caesars militaire campagnes hele bevolkingsgroepen hebben uitgeroeid, is overigens wetenschappelijk aangetoond. Aan de hand van plantaardige resten op archeologische vindplaatsen kunnen we historische ontwikkelingen reconstrueren, wat archeobotanica wordt genoemd. Na de Gallische oorlogen was het aantal akkers sterk afgenomen en waren er bossen in de plaats gekomen. De bevolking was toen met andere woorden quasi uitgeroeid.”
Anders dan andere boeken over de geschiedenis en cultuur van het oude Rome werkt Robert Nouwen niet met aparte thema’s, maar met een strakke chronologie, waardoor de lezer zich door heel wat opeenvolgende militaire expedities moet worstelen. Nouwen: „Een bewuste keuze. Ik wilde aantonen dat de geschiedenis zich niet ordelijk voltrekt. Er waren niet eerst veldslagen, waarna het rustig werd en er nederzettingen werden gesticht en handel ontstond. Integendeel, het was voortdurend chaotisch en woelig, en het gebeurde allemaal tegelijkertijd. De ‘pax romana’, grofweg van 70 n.Chr. tot 280 n.Chr., was een gemilitariseerde vrede, na zo’n anderhalve eeuw onrust door de Gallische oorlogen, Germaanse campagnes en opstanden zoals die van de Bataven.”
Muurschildering uit Tongeren met een afbeelding van landbouwactiviteiten.
Tijdens de eerste eeuw na Christus evolueerde de kleine gezinslandbouw naar land- en akkerbouw voor grotere gemeenschappen. „De opbrengsten werden groter om de bevolking van de ontluikende steden en de soldaten van voedsel te voorzien.” En hoewel het zeker klopt dat de Romeinen een vernuftig wegennetwerk met heirbanen uitbouwden, waren die in de eerste plaats bedoeld om het leger te bevoorraden. „Steden werden dan weer gebouwd op de kruispunten van die wegen, van waaruit een grotere regio kon worden bestuurd.”
Robert Nouwen: Rome en de Lage Landen, Een geschiedenis van Caesar tot ClovisUitgeverij Lannoo, 622 blz. € 39,99
„Dat ging niet zo makkelijk als sommige historici graag beweren. Een gewone buitenlandse soldaat verwierf die pas na een kwarteeuw dienst in het Romeinse leger, en pas dan ook zijn vrouw en kinderen. Maar door de talloze veldslagen en de lagere levensverwachting haalde de helft van de soldaten dit niet. Burgerrechten waren voor overwonnen volkeren lang niet zo vanzelfsprekend, en bleven een privilege van collaborateurs en puissant rijken.”
„Het economische leven ging inderdaad bloeien, met in de tweede eeuw een grote welvaart in de Lage Landen als gevolg. Handel en ambachten leefden op, met de productie van aardewerk en voorwerpen uit glas en brons. Dat had ook een flinke keerzijde, want de Romeinen waren bepaald geen groene jongens. Ze gebruikten waterleidingen van lood, wat zeer vervuilend en giftig is. In de buurt van Valkenburg, bij Leiden, zijn de resten van een grote groep kinderen gevonden, bezweken aan loodvergiftiging.
„Bovendien werd voor de ontluikende ambachten massaal veel hout gebruikt, met grote ontbossing als gevolg. Tot in de ijskappen van Groenland zijn sporen gevonden van de loodontginning en de grootschalige houtverbranding door de oude Romeinen.”
Een tumulus (Gentombe) langs de Via Belgica. Een tumulus is een Romeinse grafheuvel die werd opgetrokken boven het crematiegraf van een vooranstaand persoon. Tumuli werden vaak opgericht naast een grote verbindingsweg, zoals hier tussen Tongeren en Maastricht, zodat ze zouden opvallen.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin