Home

Luchtreinigers in klassen en zorgcentra deden vrijwel niets tegen coronabesmettingen

Luchtreinigers met hepafilters en ionisatie- en plasmazuilen. In de nadagen van corona werd het een bescheiden mode om de lucht in klaslokalen, zorgcentra en kantoren met allerlei apparatuur te reinigen. Maar dat zal amper besmettingen hebben gescheeld, blijkt uit nieuw onderzoek.

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Op de Koning Willem Alexanderschool in Staphorst stond hij eind 2021 ineens achterin de klas. Een zacht zoemende, manshoge, zwarte zuil, die lucht opzuigt en ontdoet van stof en aerosolen.

Om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zegt schooldirecteur Jan Kuiers aan de telefoon. ‘Het was een heftige tijd. En we wilden toch iets doen om besmettingen te voorkomen. Ons werd verteld dat dit zou bijdragen om verspreiding van het virus tegen te gaan.’

Maar juist daaraan zullen zuilen zoals die in Staphorst weinig hebben gedaan, maakt een consortium van bij elkaar 19 bedrijven, scholen en andere partners, onder leiding van de Universiteit Utrecht, woensdag bekend op het symposium Claire (Clean Aire for Everyone) in Zoetermeer. ‘Tijdens de pandemie kreeg ik soms vragen van restaurants: kunnen klanten hier weer veilig eten als we een luchtreiniger neerzetten?’, zegt onderzoeksleider Lidwien Smit (Universiteit Utrecht). ‘Nu weten we eindelijk het antwoord. Nee, voor zover we weten niet.’

Geen heilige graal

Dat is kennis die ook vier jaar na de pandemie nog steeds van nut is, beklemtoont hoogleraar milieuepidemiologie Smit. Bijvoorbeeld voor andere luchtwegziektes, zoals griep. ‘Ons onderzoek laat duidelijk zien dat luchtreiniging niet de heilige graal is tegen besmettingen’, zegt ze. ‘We zien maar een paar procent afname van eventueel in een klas aanwezige bacteriën en virussen. Dat kan best een enkele besmetting schelen. Maar om het aantal infecties beduidend te verminderen, heb je veel meer afname nodig.’

Daarbij past wel een kanttekening, zegt desgevraagd epidemioloog Patricia Bruijning (UMC Utrecht), niet betrokken bij de studie. De hoeveelheid virus in een klas zegt niet alles over het aantal kinderen dat ziek wordt. ‘Dat is lastiger te meten. En daarnaar heeft dit onderzoek niet gekeken’, zegt ze.

De vorige twee winters onderzocht het consortium in 180 klaslokalen op 29 basisscholen het effect van verschillende luchtreinigingssystemen. Daartoe hing men onder meer een soort doekjes op om ziekteverwekkers te vangen: griepvirussen, RS-virussen en enkele ‘zwevende’ bacteriën. De uitkomst: ‘Voor ziekteverwekkers gaan de huidige luchtreinigers en de manier waarop we die inzetten het verschil niet maken’, zegt Smit.

Fijnstof

Wél zagen de onderzoekers de hoeveelheid fijnstof bij tests met Hepa- en andere luchtreinigers in de klaslokalen met een vijfde tot een kwart afnemen. Dat kan wel degelijk verschil maken, zeker voor bijvoorbeeld longpatiënten, vertelt Smit. Plus dat er nog verbetering mogelijk is, door de reinigers goed te plaatsen en te onderhouden. ‘Het gaat om het grotere plaatje: dat we suboptimale lucht inademen’, zegt Smit. ‘Als we suboptimaal voedsel of water binnenkregen, zouden we dat heel raar vinden. Waarom dan niet bij lucht?’

Ook bestudeerden de wetenschappers wat ‘gewone’ ventilatie uitmaakt in de klas, door scholen te bezoeken vóór en na een verbouwing, waarbij de school mechanische ventilatie kreeg. Dat zorgde voor een snellere afvoer van aerosolen (zwevende luchtdeeltjes), maar resulteert niet per se in schonere lucht. Met ongefilterde verse buitenlucht kan bijvoorbeeld ook nieuwe vervuiling mee naar binnen komen.

Of alleen ventilatie helpt tegen virussen, is niet apart onderzocht. Niettemin zegt Smit geschrokken te zijn van de luchtventilatie in veel klassen. ‘Het is echt een ander onderwerp, maar in de klaslokalen die we onderzochten, laat de ventilatie te wensen over.’ Die ventilatie wordt doorgaans uitgedrukt in het aantal keer per uur dat de lucht in een ruimte wordt ververst. In de onderzochte klassen lag dat gemiddeld onder de drie keer per uur. ‘Idealiter is dat veel hoger’, zegt Smit.

Virusdichtheid

Ook ander, buitenlands onderzoek liet al zien dat luchtreiniging in binnenruimtes nauwelijks virussen weg krijgt. In Boston plaatsten onderzoekers in 200 klaslokalen een reiniger met Hepa-filter, of een nepreiniger zonder filter. Afgelopen najaar kwamen de resultaten: er was geen enkel verschil in virusdichtheid tussen de wel en niet ‘behandelde’ klassen, aldus de onderzoekers in vakblad JAMA. Ook het CO2-gehalte in de klas, maat voor de hoeveelheid ventilatie, maakte voor de hoeveelheid rondzwevende virusdeeltjes geen verschil. Van betekenis waren alleen de tijd van het jaar – snotterseizoen of niet – en de relatieve luchtvochtigheid.

Epidemioloog Bruijning deed zelf onderzoek naar luchtwassers op vijf scholen en ontdekte nog iets: leerkrachten lopen niet altijd warm voor de zoemende, vaak forse apparaten. ‘En er zijn misverstanden. Deze apparaten zuiveren alleen de al aanwezige lucht, terwijl veel leerkrachten dachten: nu krijgen we meer frisse lucht. Dat zul je goed moeten uitleggen.’ De ‘kennis over mobiele luchtreinigers lijkt nog niet altijd optimaal’, signaleert ook het nieuwe onderzoek.

In Staphorst zijn de zwarte zuilen inmiddels uitgezet. Niet omdat de school het vertrouwen erin heeft verloren, maar ‘omdat we een heel nieuw ventilatiesysteem aan het aanleggen zijn’, verduidelijkt schooldirecteur Kuiers. Op de Utrechtse bevindingen reageert hij laconiek. ‘Je moet er nuchter in zijn’, vindt hij. ‘We hebben destijds gedaan wat we konden, met de kennis van toen.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next