Home

Wijzen op het internationaal recht is iets anders dan aan de zijlijn blijven staan

Oorlog Iran

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Nederland moet zich richten op de Nederlandse belangen, terwijl het „door de mist van de nieuwe wereldorde vaart”. Met die woorden beargumenteerde Tom Berendsen, de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken (CDA), maandag het Nederlandse „begrip” voor de Amerikaans-Israëlische operatie in Iran.

Hij wilde de oorlog, die zonder volkenrechtelijk mandaat is begonnen, niet veroordelen. Het gaat er in de eerste plaats om, aldus de minister, dat het Iraanse regime moorddadig is, dat er zorgen zijn over kernwapens en de Iraanse steun aan Rusland. Het internationaal recht is daarom „niet het enige kader” waarin de situatie moet worden beoordeeld. Nederland moet realistisch zijn, zei hij. Tegelijkertijd staat het kabinet wel voor de internationale rechtsorde.

Het probleem met het internationaal recht in dit verband is dat het waardeloos wordt bij selectieve toepassing. De kern is juist dat het alle staten gelijke rechten geeft en daardoor wordt voorkomen dat het recht van de sterkste prevaleert. Wie zegt het internationaal recht te respecteren, committeert zich dus aan een kader dat per definitie principieel is; je doet het wel of niet. Wie gaat schipperen staat zwak op het moment dat hij aanspraak wil maken op dat recht.

Nederland behoort traditioneel tot de belangrijkste voorvechters van dit stelsel, juist vanuit het principe dat het universeel van toepassing moet zijn. Het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof in Den Haag ontlenen hun bestaansrecht aan het feit dat zij óók de machtigsten tot de orde kunnen roepen.

Minister Berendsen zegt indirect dat er toch uitzonderingen zijn op het internationaal recht. Dat roept de vraag op waar de grens loopt met de ‘andere kaders’ die hij ziet.

Hij stond hierin overigens niet alleen. Zo verklaarde de Duitse bondskanselier Merz, aan de vooravond van een bezoek aan Washington, dat dit niet het moment was om zijn Amerikaanse bondgenoten de les te lezen.   

Veelgehoord is de kritiek dat principieel aan de zijlijn blijven staan geen oplossing is voor het moorddadige Iraanse regime, terwijl de VS en Israël tenminste optreden. Maar in die redenering zit een valse tegenstelling besloten: de onwettigheid van deze aanval benoemen is nog iets anders dan verontwaardigd aan de zijlijn blijven staan.

Nederland en Europa kunnen ook uitspreken dat het volkenrechtelijk mandaat voor deze aanval ontbreekt én dat ze – nu die aanval een feit is – zich op hun manier zullen inspannen om de situatie ten goede te keren voor de Iraanse bevolking, de regio en de wereld. Steun aan de Iraanse oppositie en de door Iran aangevallen Golfstaten kunnen bijvoorbeeld heel goed binnen het internationaal recht.

Na ‘7 oktober’ toonden Nederland en veel Europese bondgenoten zich al blind door het geweld van Israël in Gaza te blijven rechtvaardigen als zelfverdediging, terwijl het duidelijk disproportioneel was. Nu volgt na de bombardementen op Iran in juni vorig jaar en daarna de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro een nieuwe situatie waarin de regels terzijde worden geschoven.

Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Het internationaal recht zoals de wereld het nu kent is voortgekomen uit eerdere oorlogen. Dat waren duurbetaalde lessen. Als het nu wordt afgeschreven – expliciet of impliciet – komt het niet zomaar terug.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Geopolitiek

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next