Home

Iran, of hoe Europa bijna een halve eeuw wegkeek

Handel en economie, dat is waar Europese buitenlandse politiek altijd om gedraaid heeft. Ook in de relatie met het Iraanse regime.

‘De politieke toekomst van Iran ligt volledig open.” Zo schreven de analisten van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken aan hun minister in januari 1981. „De om de macht strijdende, of op hun moment wachtende, krachten, vormen geen coherent geheel. Tenminste bij het verdwijnen van Khomeini zullen onderlinge machtsconflicten tevoorschijn komen, en waarschijnlijk zeer bloedig worden uitgevochten. Aangezien alle ons bekende facties militair en politiek zwak zijn, kunnen we met een langaanhoudend conflict rekenen.” Tegelijkertijd blijft Iran niet alleen „geopolitiek ten aanzien van de Sovjet-Unie”, maar ook als exportland voor onze bewapeningsindustrie van doorslaggevend belang.

Soms is archiefonderzoek echt mindblowing. Als de actualiteit te veel stofwolken opwerpt, helpt het mij altijd om de geschiedenis in te gaan en zo de blik te scherpen. Omdat ik afgelopen week in Berlijn was, had ik tijd om weer eens een kijkje te nemen in het archief van het voornoemde ministerie aldaar. Ik heb al vaker over onze hedendaagse geo-ideologische (en religieuze) ongeletterdheid geschreven, en vroeg me af, of de analisten een generatie geleden misschien iets oplettender en geletterder waren geweest. Hoe keken onze voorgangers in de grote Europese hoofdsteden tegen die aanzwellende nieuwe vormen van extremisme en fanatisme aan. Hadden die wel sneller door hoe gevaarlijk dat zou worden? (Met als subvraag: en kunnen we daar nog iets van leren…)

Naast dossiers van de Duitse buitenlandse analisten over internationaal terrorisme, terrorisme in het Midden-Oosten (jihadistisch en seculier), links extremisme en rechts extremisme, de houding ten opzichte van Israël, had ik ook alle dossiers over Iran aangevraagd. Tot mijn verrassing was dat een van de grootste stapels aktes uit die tijd. Ik had het kunnen weten, want in zijn boek Zeitenwende 1979 had collega Frank Bösch (die ik al eens eerder noemde) al onthuld dat de West-Duitsers een buitengewoon goede informatiepositie in Iran hadden. De ambassadeur en enkele andere Duitse contactpersonen speelden een cruciale rol in de beëindiging van de dramatische gijzeling in de Amerikaanse ambassade in 1979-1981.

Maar als ze ter plekke zo’n goede informatiepositie hadden, en er door hun Nederlandse collega’s ook naar werden bevraagd, hadden ze dan ook een beter beeld van wat er in Iran aan de hand was, en hoe de Europese landen zich tot dat nieuwe regime moesten verhouden? Na de Iraanse Revolutie van 1979 en de vestiging van het theocratisch regime van Khomeini was het voor de Bondsrepubliek Duitsland koorddansen. Iran was onder de sjah een van de belangrijkste handelspartners in de regio geweest. Duitse firma’s van formaat – zoals Heckler & Koch, Daimler-Benz, Bosch – zetten hun regering al meteen vanaf eind 1979 onder druk om toch vooral zo snel mogelijk de relaties te normaliseren, en alsnog een duikbootorder rond te praten. Tegelijkertijd wist Hans-Dietrich Genscher, van 1974 tot 1992 minister van Buitenlandse Zaken, heel goed dat Iran op grote schaal de mensenrechten schond. „We kunnen niet om de 70.000 slachtoffers heen”, hielden zijn diplomaten hem voor.

Maar ja. De handelsrelaties. De geopolitiek. De wens om Iran uit de Sovjet-Russische omarming te trekken. En had ik de goede economische betrekkingen al genoemd? Genschers ministerie vond het vooral heel vervelend dat de mensenrechtenschendingen vaak zo sterk werden „overdreven”, en zo „tot schade van onze economische betrekkingen werden ingezet om onze regering tot ongewenste terughoudendheid te dwingen”. Belangrijk was toch vooral dat Duitsland „neutraal” bleef, en op basis van „rationele overwegingen en gedeelde belangen” de contacten met Iran warm hield. Alles wat irrationeel was – zoals rare religieuze opvattingen aan de kant van Iran en overdreven mensenrechtenemoties in de West-Duitse samenleving – kon maar beter in de ijskast worden geschoven. Het doel: Duitsland als speler in de regio, met Iran als partner, ten opzichte van Rusland en Amerika een voorsprong te geven. Daartoe liet Genscher aan Teheran merken dat de bondsrepubliek nooit met welke oppositie of niet-statelijke partij dan ook in zee zou gaan. „Overdreven kritische” journalisten kregen dat eveneens te horen, zoals blijkt uit de archieven. Daarmee koos Bonn een houding die navolging vond in vrijwel alle andere Europese hoofdsteden. De status quo handhaven, en het eigen economische voordeel voorop stellen, daar ging elke Europese regering voor.

Kortom, als we naar de ideologische geletterdheid kijken van de vorige generatie, in het bijzonder richting Iran, vallen twee zaken op. Men wist ten eerste heel goed dat het regime in Teheran op geen enkele wijze ooit zou voldoen aan de westerse standaarden van vrijheid en mensenrechten. In Bonn (toen nog de hoofdstad) maakte niemand zich illusies dat het regime op afzienbare tijd ten val gebracht kon worden. Zelfs met de dood van Khomeini zou niets veranderen. Dat bleek een vooruitziende blik te zijn. Maar het was ook een bijziende. Bonn koos er namelijk consequent voor om de gevolgen van die revolutie voor de Iraanse bevolking volledig te negeren en de eigen directe economische belangen voorop te stellen. Dat gold qualitate qua net zo voor de rest van West-Europa.

Door die Europese terughoudendheid kon de Iraanse terreur zich decennialang prolifereren (de Rushdie-affaire zou een paar jaar later losbranden). En, erger nog, werd er nooit in enige betekenisvolle oppositie ten aanzien van het regime geïnvesteerd. Want aan ideeën en ideologie deed men niet. Economie en handel, alleen dat telde.

De les uit dit archiefbezoek? Elk (terecht) verwijt aan de acute schendingen van het internationaal recht door Amerika zouden gepaard moeten gaan met de benoeming van de systematische vergoelijking en normalisering van het terreurregime van Teheran in de Europese hoofdsteden. Onder het mom van ‘rationeel beleid’ werd de vrijheid die de Iraanse bevolking echt begeerde, als ‘irrationeel’ weggewuifd. En werden de eigen waarden opgeofferd aan de handelslobby – een blauwdruk voor alle relaties van Europese landen met autocratieën, denk aan de betrekkingen met Rusland tot aan 2022. Hoog tijd daarom, om die irrationele geschiedenis nu subiet serieus te gaan nemen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Midden-Oosten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next