Iran Met de dood van Khamenei komt een lange periode van geconcentreerde macht ten einde. Minder duidelijk is of daarmee ook het ideologische raamwerk verzwakt dat hij belichaamde, schrijft Shermin Amiri.
Ali Khamenei is dood. Daarmee eindigt het tijdperk van de man die sinds 1989 het politieke en religieuze zwaartepunt van Iran vormde. Bijna vier decennia lang concentreerde hij de uiteindelijke beslissingsmacht in zijn persoon. Ministers kwamen en gingen, presidenten werden gekozen en bekritiseerd, maar de strategische lijnen bleven bij hem samenkomen. Onder zijn leiding kampte Iran met hardnekkige inflatie, een herhaald instortende munt en een economie die werd uitgehold door internationale sancties en intern wanbeheer. Corruptie en machtsconcentratie beperkten structurele hervormingen. Perioden van diplomatieke ontspanning werden telkens gevolgd door nieuwe escalaties. De economische kwetsbaarheid van het land werd zo een permanent gegeven.
Shermin Amiri is publicist en senior adviseur bij RadarAdvies.
Repressie maakte eveneens deel uit van zijn bestuursstijl. De studentenprotesten van 1999, de Groene Beweging van 2009 na de omstreden herverkiezing van Mahmoud Ahmadinejad, de brandstofopstanden van 2019 en de protestgolf na de dood van Mahsa Amini in 2022 – ze werden met harde hand neergeslagen. Mensenrechtenorganisaties documenteerden honderden doden en duizenden arrestaties. Ook in januari van dit jaar werden nieuwe demonstraties in meerdere steden onderdrukt, met opnieuw meldingen van grote aantallen slachtoffers en arrestaties. Het patroon was herkenbaar: maatschappelijke onvrede werd beantwoord met veiligheidslogica.
Regionaal investeerde Iran onder zijn leiding in gewapende bondgenootschappen in Libanon, Syrië, Irak en Jemen. Via deze netwerken bouwde Teheran invloed op en vergrootte het zijn militaire en politieke speelruimte buiten de eigen grenzen, waardoor confrontaties met Israël en de Verenigde Staten zoveel mogelijk op afstand konden worden uitgevochten. Tegelijk vergrootte deze koers de diplomatieke isolatie en economische druk op het land. Buitenlands beleid werd een verlengstuk van revolutionaire identiteit.
Dit alles wijst op een bewind dat werd gekenmerkt door economische stagnatie, politieke repressie en geopolitieke confrontatie. Toch blijft een zuiver bestuurlijke lezing onvolledig. Historica Beatrice de Graaf wees in haar NRC-column vorig jaar op wat zij „geo-ideologische ongeletterdheid” noemt: de neiging om geopolitiek uitsluitend te analyseren als machtspolitiek, terwijl religieuze en ideologische overtuigingen het handelen van leiders mede structureren. In het geval van Khamenei waren strategische berekening en theologische overtuiging geen gescheiden domeinen. Hij gebruikte religieuze taal niet als retorisch ornament, maar als richtinggevend kader. In toespraken over shahadat, martelaarschap, beschreef hij het leven als een blok ijs in de zomer: het smelt onvermijdelijk. De vraag is daarom niet of het verdwijnt, maar waaraan het wordt gewijd. Wie het ‘verkoopt’ aan Allah ontvangt de hoogste prijs, zo stelde hij. Martelaarschap werd voorgesteld als een bewuste ruil van vergankelijkheid tegen blijvende betekenis.
Ook de verwijzing naar Karbala, waar imam Hussein, de kleinzoon van de profeet Mohammed, die in 680 werd gedood nadat hij weigerde trouw te zweren aan de Omajjadische heerser Yazid, keerde regelmatig terug. „Iemand zoals ik zweert geen trouw aan iemand zoals Yazid.” Door deze historische analogie trok Khamenei een lijn van de zevende eeuw naar de hedendaagse geopolitiek. De Verenigde Staten en Israël werden in zijn retoriek niet alleen tegenstanders, maar morele tegenpolen. Conflict kreeg zo een sacraal kader. Dat wereldbeeld beïnvloedde de politieke keuzes van de Islamitische Republiek. Onderhandelingen met het Westen werden niet louter beoordeeld op economische of veiligheidsbelangen, maar op hun symbolische implicaties. Toegeven kon worden geïnterpreteerd als verraad aan de revolutionaire opdracht. Volharding, zelfs tegen hoge kosten, kreeg een ethische lading.
Wanneer een leider met zo’n denkkader sterft door toedoen van precies die vijand die hij jarenlang als belichaming van onrecht en hegemonie presenteerde, krijgt zijn dood binnen zijn eigen aanhang betekenis in datzelfde narratief. Voor sympathisanten, in Iran en daarbuiten, wordt zijn einde dan niet alleen gelezen als het wegvallen van een machthebber, maar als bevestiging van het verhaal van verzet dat hij zelf cultiveerde. In die zin is de gebeurtenis meer dan een machtswisseling; ze raakt aan de symbolische orde waarin het regime en zijn medestanders zichzelf begrijpen.
Had Khamenei ooit in een rechtszaal plaatsgenomen, dan zou zijn leiderschap zijn ontleed in concrete bevelen, besluiten en hun gevolgen. Getuigenverklaringen, documenten en statistieken zouden individuele verantwoordelijkheid hebben vastgelegd. Die juridische route had zijn handelen teruggebracht tot bestuurlijke keuzes en hun menselijke kosten. Zijn dood verschuift nu het kader van het debat. De aandacht verplaatst zich van interne repressie naar externe eliminatie. De discussie gaat over afschrikking, strategische calculatie en geopolitieke consequenties. Daarmee dreigt de binnenlandse dimensie van zijn bewind naar de achtergrond te verdwijnen.
Hier ligt de bredere les. Geopolitiek laat zich niet reduceren tot sancties, afschrikking of militaire uitschakeling. Wanneer ideologie en macht diep met elkaar verweven zijn, kan een militair besluit onbedoeld symbolisch kapitaal genereren. Dat betekent niet dat verantwoordelijkheid vervaagt, noch dat onderdrukking moet worden gerelativeerd. Het betekent wel dat politieke effecten niet uitsluitend in strategische termen kunnen worden gemeten. Met de dood van Khamenei komt een lange periode van geconcentreerde macht ten einde. Minder duidelijk is of daarmee ook het ideologische raamwerk verzwakt dat hij belichaamde. Regimes rusten niet alleen op instituties, maar ook op de verhalen die hun bestaan legitimeren. Voor Iran zal bepalend zijn of dit moment uitgroeit tot een historische breuk, of wordt ingepast als een volgende fase in een langer ideologisch conflict.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet