Home

Doorsnee huishouden komt 100 duizend euro tekort voor een koopwoning

Doorsnee huishoudens kwamen in 2024 zo’n 100 duizend euro tekort om een koopwoning te kunnen aanschaffen. Een inkomen van bijna twee keer modaal is nu nodig om een woning in het middensegment te kunnen kopen.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Tien jaar geleden konden huishoudens met een modaal inkomen (jaarlijks 44.000 euro) nog veel makkelijker een woning kopen. De afgelopen tien jaar zijn de huizenprijzen veel harder gestegen dan de inkomens en de maximale hypotheken die banken bereid zijn te geven. Slechts 21 procent van de koopwoningen was in 2024 nog bereikbaar voor deze groep Nederlanders. Dat blijkt uit een nieuwe monitor van het Centraal Planbureau (CPB).

Voor alleenstaanden of starters met een modaal inkomen is het kopen van een woning inmiddels vrijwel uitgesloten. Het CPB stelt dat zij alleen nog kans maken op een koopwoning als zij over voldoende vermogen beschikken. Uit het onderzoek blijkt dat met name starters (tussen de 27 en 34 jaar) afhankelijk zijn van de financiële ondersteuning van bijvoorbeeld hun ouders. Bijna de helft van die leeftijdsgroep heeft minder dan 10 duizend euro spaargeld.

Ongelijkheid neemt toe

Het CPB schetst dat de ongelijkheid op de woningmarkt steeds verder toeneemt. Zo maakte in 2020 een op de zes huishoudens gebruik van een lening bij familie of vrienden. Dat komt neer op pakweg 10 procent van de totale hypotheekschuld van deze groep.

Starters krijgen de meeste financiële steun op plekken waar de woningmarkt het krapst is. Het gaat dan bijvoorbeeld om de regio’s Amsterdam en Utrecht. Het onderzoek toont dat ouders van kopers in die regio’s de afgelopen tien jaar steeds meer vermogen hebben vergaard, meer dan in andere delen van het land. Zij helpen hun kinderen met directe schenkingen, maar ook door bijvoorbeeld een familiehypotheek af te sluiten.

Peter Boelhouwer, hoogleraar huisvestingssystemen aan de TU Delft, herkent het beeld dat de monitor schetst. Boelhouwer refereert aan een eerder verschenen onderzoek van ING waaruit bleek dat 31 procent van de kopers momenteel geholpen wordt door naasten. De schenking bedraagt gemiddeld 58 duizend euro.

Volgens Boelhouwer zullen die aantallen de komende jaren alleen maar toenemen. De hoogleraar merkt daarbij op dat starters de afgelopen twee jaar meer woningen hebben gekocht. ‘Het is dus niet zo dat minder mensen een woning kopen. Alleen gaat het dus om rijkere starters. De mensen met een lager inkomen en zonder financiële ondersteuning komen niet meer aan een woning, omdat er geen aanbod is in het lagere segment.’

Lenen steeds moeilijker

Het versoepelen van de leningnormen zou voor sommige groepen daarom gunstig kunnen uitpakken, omdat huishoudens met een lager inkomen dan meer kunnen lenen, aldus het CPB. Tegelijkertijd zal die ontwikkeling leiden tot meer vraag en juist hogere woningprijzen.

Onder meer om die redenen concludeerden De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) dinsdag in een nieuw onderzoek dat het ‘onwenselijk’ is om de leennormen te versoepelen.

Uit het onderzoek blijkt verder dat starters die een woning kopen steeds vaker ‘noodgedwongen’ maximaal moeten lenen. ‘Ze steken zich dieper in de schulden, om toch maar dat huis te kunnen kopen.’ Volgens de AFM en DNB zijn de huizenprijzen sinds medio 2023 met 21 procent gestegen. In 2025 is bij 75 procent van de verkochte woningen meer betaald dan de vraagprijs.

Zowel het CPB als DNB en de AFM noemen het bouwen van meer woningen als de belangrijkste oplossing om de krapte op de woningmarkt op te lossen en de huizenprijzen te drukken. Een andere maatregel die genomen zou moeten worden in Den Haag, is het schrappen van fiscale voordelen voor vermogenden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de hypotheekrenteaftrek.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next