Zuid-Libanon Een raketaanval van Hezbollah op Israël heeft geleid tot een escalatie van het conflict in Zuid-Libanon. Bij Israëlische luchtaanvallen zijn tientallen doden en honderden gewonden gevallen. „We hebben nog geen idee hoeveel vluchtelingen er zullen zijn”.
Ontheemden maandag op het Martelarenplein na te zijn gevlucht voor Israëlische luchtaanvallen in Dahieh, een zuidelijke buitenwijk van de Libanese hoofdstad Beiroet.
Libanezen hoopten dat hun land voor een keer niet bij een oorlog betrokken zou raken. Die hoop bleek vergeefs: voor de tweede keer binnen anderhalf jaar tijd zijn duizenden mensen op de vlucht. Scholen zijn dicht en als het even kan blijven mensen thuis.
Zondagnacht vuurde de militante groepering Hezbollah enkele raketten af op Israël, in reactie op de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran. Dat heeft geleid tot een escalatie van het conflict tussen Israël en Hezbollah, bondgenoot van Iran. Sinds maandag bombardeert het Israëlische leger dorpen in het grensgebied en buurten in het zuiden van de Libanese hoofdstad Beiroet, waar Hezbollah sterk vertegenwoordigd is. Het Israëlische leger heeft evacuatiebevelen voor tientallen dorpen afgekondigd en bewoners gemaand voorlopig niet terug te keren. Dinsdagochtend rukte het Israëlische leger verder op in Zuid-Libanon.
Bij de aanvallen zijn zijn zeker vijftig doden en honderdvijftig gewonden gevallen. Behalve veel burgers zijn onder meer het hoofd van Hezbollahs inlichtingendienst en dat van de militaire tak van de Palestijnse Islamitische Jihad in Libanon gedood. Israël heeft maandagnacht het kantoor van de pro-Hezbollah-zender Al Manar gebombardeerd. Israël heeft ook gedreigd dat Hezbollah-leider Naim Kassem „zal eindigen als Ali Khamenei”, de opperste leider van Iran die zaterdag door Israël en de VS werd gedood.
Net als in het najaar van 2024, toen Israël Hezbollah aanviel, verblijven weer honderden ontheemden op de boulevard langs de kust in Beiroet. Terwijl het langzaam donker en kouder wordt, weten de meesten nog altijd niet waar ze naartoe moeten. Syriërs en arbeidsmigranten uit Aziatische of Afrikaanse landen zijn niet bij elke opvang welkom. Sommigen liggen op matjes op de grond te slapen, anderen zitten met hun hoofd tussen de benen op de stoep. Kinderen rennen rond terwijl hun ouders proberen hen niet uit het oog te verliezen.
Seba Mohamad zit met haar zus en haar gezin op een stenen bankje op de boulevard. De Syrisch-Libanese familie woont in Dahieh, een wijk in het zuiden van Beiroet, en is maandagnacht halsoverkop naar het centrum gevlucht. „Er was geen waarschuwing vooraf. Het was rond half drie, we waren net begonnen met het maken van Suhoor [de maaltijd voor zonsopgang voordat het vasten begint], en toen ‘boem!’. Het was zo dichtbij. Mensen begonnen te schreeuwen, het was chaos. De straten raakten al snel overvol en iedereen probeerde weg te komen.”
De Libanese regering probeert het geweld te stoppen. Volgens Libanese media heeft het kabinet maandag onder druk van de bombardementen besloten per direct een verbod op alle militaire activiteiten van Hezbollah af te kondigen. „Hezbollah moet al zijn illegale wapens inleveren en zich beperken tot de activiteiten van een politieke partij”, aldus premier Nawaf Salam.
Ondanks de stevige woorden komt de eis neer op wat de regering al het hele jaar van Hezbollah vraagt: lever de wapens in zodat het geweldsmonopolie bij de staat komt te liggen, en de Israëlische aanvallen, die de afgelopen anderhalf jaar onverminderd door zijn gegaan, stoppen.
Hezbollah wijst de eis af. Volgens de organisatie zijn de aanvallen „een signaal tegen het pad van onderwerping” en moet de regering „die zich niet tegen agressie kan verzetten, zich onthouden van het creëren van extra interne problemen”.
Taxichauffeur Ahmad Ali vertelt dat zijn familie weigert uit Zuid-Libanon te vertrekken. „Ik wil ze graag bij mij thuis opvangen in Beiroet, maar ze willen niet.” De 38-jarige sjiiet ziet en hoort om zich heen dat de steun voor Hezbollah afneemt. „Ik had niet verwacht dat ze zich in de oorlog zouden mengen. Het is een heel domme beslissing.”
Zelf is Ali tegen Hezbollah, en hij ziet met lede ogen aan dat de Libanese regering het afgelopen jaar een kans heeft laten liggen om het vertrouwen van de achterban van Hezbollah – van wie de grote meerderheid sjiitisch is – voor zich te winnen. „De regering had een alternatief kunnen bieden. Maar ze behandelt sjiieten nog altijd als tweederangsburgers.”
Maandagmiddag druppelen de eerste vrijwilligers binnen bij Nation Station, een gaarkeuken in Beiroet. Ze bereiden zich voor op het koken van de iftarmaaltijd voor vanavond, vertelt Karim al-Abdallah. „Voor vanavond maken we linzensoep, kip met rijst en salade. We hebben nog geen idee hoeveel vluchtelingen er zullen zijn, maar we beginnen met honderd maaltijden.”