is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Baron Nathan Mayer Rothschild, die rijk werd tijdens de Napoleontische oorlogen, zou geroepen hebben: ‘Koop aandelen als er bloed door de straten stroomt. Zelfs als het je eigen bloed is.’
Het is een vorm van lijkenpikkerij. Maar iemand met ballen kan nu zijn slag slaan. De beursindices daalden maandag vanwege de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran en de vergeldingsacties van de Iraniërs. De ene onheilstijding volgde op de andere: gasprijs 25 procent omhoog en olieprijs 8 procent, Straat van Hormuz geblokkeerd, duizenden vluchten geannuleerd en ... beurzen kelderen.
Maar meestal verandert dat laatste binnen een etmaal al in ‘beurzen nerveus’ en ‘beurzen herstellen zich’. Op beurzen is nu eenmaal sprake van kuddegedrag. Als er een bom ontploft of een raket wordt afgeschoten, vliegen ze tegelijk naar de uitgang en gooien hun aandelen op de markt. Toen in maart 2020 de pandemie wereldwijd escaleerde, kelderde de AEX naar 431 punten. Anderhalf jaar later stond de graadmeter van de Amsterdamse beurs boven de 820. Achteraf was de aankondiging van de eerste lockdown door premier Rutte het ideale instapmoment.
En dat is ook bij oorlogen het geval. Aandelen verloren terrein nadat aartshertog Franz Ferdinand in Sarajevo werd vermoord (de Amerikaanse beurs ging zelfs maandenlang dicht), Hitlers legers Polen binnenvielen, Japan toesloeg bij Pearl Harbor, terroristen de torens van het WTC invlogen, vader en zoon Bush de oorlog verklaarden aan Irak en Poetin met zijn ‘speciale militaire actie’ tegen Oekraïne begon. Oorlogen leiden tot kortstondige sell-offs, maar de meeste markten herstellen zich binnen twee maanden.
Wie de kudde laat lopen en zijn eigen weg kiest, is meestal beter af. Contrair beleggen wordt het genoemd. Hoewel de koppen ‘Bloedbad op beurzen na aanslag’ soms anders doen geloven, zijn terreuraanslagen en zelfs oorlogen van weinig belang voor de beurskoersen op langere termijn. In 1915 – het tweede oorlogsjaar van de Eerste Wereldoorlog – ging de Dow Jones met 88 procent omhoog. En over de hele oorlogsperiode was de winst 43 procent. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stegen de koersen in New York met 50 procent, tijdens de Korea-oorlog 60 procent en de Vietnamoorlog 43 procent.
Adam Posen (president van de denktank Peterson Institute), Jim O’Neill (oud-Goldman Sachs-econoom) en Mohamed El-Erian (de voormalige baas van Pimco) concludeerden op basis van de beursreacties op alle conflicten sinds het begin van de 19de eeuw: ‘Historisch gezien hebben grote terreuraanslagen noch oorlogen gezorgd voor grote afwijkingen van het normale koerspatroon.’ Of eigenlijk doen oorlogen er helemaal niet toe. Beurzen laten zich leiden door het sentiment, economische cycli (werkloosheid, groei, inflatie en rente) en structurele veranderingen zoals de opkomst van AI en machtsverschuivingen.
De nucleaire afschrikking sinds de Tweede Wereldoorlog heeft volgens dat onderzoek het risico van geopolitieke gebeurtenissen voor beleggers verder verminderd. Omdat het inzetten van kernwapens onmogelijk is, verlopen oorlogen vaak heel stroperig en zijn de koersuitslagen ook kleiner.
Bulderende kanonnen laten beleggers vaak schrikken. Maar bij aandeelhouders klinkt vaak al snel het klaroengeschal. Plusjes die in bloed zijn geschreven.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.