Home

De beslissing over oorlog en vrede kan niet bij slechts één man liggen – en zeker niet bij deze

Iran Trump had het Amerikaanse Congres om toestemming moeten vragen voor een aanval op Iran, of hij had van een aanval moeten afzien, schrijft David French.

Acht minuten.

Zolang duurde het filmpje waarmee president Trump op sociale media zijn oorlog met Iran aankondigde. Hij ging niet naar het Congres. Hij vroeg niet om een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Nee, hij zette misschien wel de meest monarchale stap die hij in zijn toch al monarchale tweede termijn heeft gezet: hij gaf simpelweg bevel tot een oorlog.

David French is columnist voor The New York Times. Dit stuk verscheen eerder in die krant.

Ik doe voor niemand onder in mijn afkeer van het Iraanse regime. Ik zal geen traan laten om de dood van de hoogste leider ayatollah Khamenei, die zaterdag omkwam bij een luchtaanval. Mijn woede over het Iraanse bewind is persoonlijk. Toen ik in 2007 en 2008 in Irak in het leger diende, werden mannen die ik kende daar gedood of zwaar verwond door milities die door Iran werden gesteund, met wapens die door Iran waren geleverd.

Maar mijn persoonlijke afkeer gaat niet boven de grondwet, en dat zou voor iedereen moeten gelden. Zoals ik op zaterdag in een debat hierover met medecolumnisten al zei, ben ik bang dat veel mensen nu zullen zeggen: ‘Ach ja, in een ideale wereld had Trump dit eerst aan het Congres gevraagd, maar dat is een gepasseerd station.’ En zo moeten we deze oorlog juist níét benaderen.

Uiteindelijk komt het simpelweg hierop neer: Trump had het Congres om toestemming moeten vragen voor een aanval op Iran of hij had van een aanval moeten afzien. Zonder die toestemming verkleint hij de kans dat deze oorlog uiteindelijk een succes wordt en vergroot hij de kans dat we dezelfde fouten maken die wij, net als andere machtige landen, al vaker hebben gemaakt.

Door hierop te wijzen offer je het landsbelang niet op aan juridische proceduredwang, maar herinner je Amerikanen aan de goede redenen waarom de beslissingsbevoegdheid over oorlog en vrede zo geregeld is als in onze grondwet.

Vrede staat voorop

De grondwet van 1787 was vooral bedoeld om een republikeinse staatsvorm te vestigen. Daarvoor moesten de traditionele bevoegdheden van de vorstvan elkaar gescheiden worden om ze onder te brengen bij verschillende takken van de overheid. Voor militaire aangelegenheden werd in de grondwet de bevoegdheid om een oorlog uit te roepen in andere handen gelegd dan het opperbevel over de strijdkrachten. Simpel gezegd mag Amerika eigenlijk alleen ten strijde trekken op last van het Congres, maar berust het opperbevel van de strijdkrachten in zo’n geval bij de president.

Het belangrijkste van deze grondwettelijke taakverdeling is dat vrede vooropstaat. Ons land kan alleen oorlog gaan voeren als de regering een meerderheid van het Congres ervan weet te overtuigen dat een oorlog in het landsbelang is. En dit geldt zowel voor een directe oorlogsverklaring als voor de daaraan nauw verwante toestemming voor de inzet van militair geweld, zoals bij Desert Storm in de eerste Golfoorlog, operatie Enduring Freedom in Afghanistan en operatie Iraqi Freedom in Irak.

Maar dit grondwettelijke kader doet nog veel meer: het dwingt een regering ook om haar beleid te verantwoorden. Als een president het Congres toestemming vraagt om oorlog te voeren, moet hij daarvoor niet alleen schetsen wat zijn redenen zijn, maar ook welke doelen hij zich stelt. Zo kunnen eventuele zwaktes in het pleidooi voor die oorlog worden aangewezen, en kan de slaagkans dan wel het risico op mislukking worden ingeschat.

Mij bekruipt bijvoorbeeld een akelig gevoel van déjà vu bij de suggestie dat het verzwakken van regeringstroepen door luchtaanvallen zal leiden tot de omverwerping van het regime door (grotendeels) ongewapende burgerdemonstranten en de vorming van een nieuwe regering. Aan het einde van Desert Storm had de VS het Iraakse leger weggevaagd en veel meer slachtoffers gemaakt dan Israël en de VS dit weekend in Iran. Het Iraakse volk kwam in opstand en de hoop bestond dat de dictator zou worden afgezet en de democratie zou zegevieren. Maar Saddam Hoessein had nog steeds meer dan genoeg vuurkracht en genoeg trouwe aanhangers om de opstand neer te slaan, nog ruim tien jaar aan de macht te blijven en tienduizenden tegenstanders te vermoorden.

Het Iraanse regime verdient zijn ondergang, maar ik ben bang dat we niet meer dan de voorwaarden scheppen voor een nog groter bloedbad onder burgers, zonder dat we tegenstanders van het regime ook maar enig redelijk vooruitzicht op succes bieden.

En als het regime al bezwijkt, dan is er geen garantie dat het resultaat naar onze zin zal zijn. Van Irak tot Syrië en Libië hebben we al gezien dat burgeroorlog leidt tot chaos, extremisme, terrorisme en destabiliserende migratiegolven.

Recht op informatie

In een openbaar debat in het Congres hadden deze punten allemaal afgewogen kunnen worden. De regering had ons kunnen voorbereiden op de consequenties, zoals verlies van mensenlevens en economische ontwrichting. In plaats daarvan zei Trump zaterdag in zijn summiere toespraak: „Dit kan moedige Amerikaanse helden het leven kosten, er kunnen slachtoffers vallen. Zo gaat dat vaak in een oorlog.” Ja, dat kun je wel zeggen. Maar daar blijft het niet bij, verre van. Het Amerikaanse volk had meer informatie moeten krijgen. Daar had het recht op.

Er waren goede redenen om Iran aan te vallen.

Iran heeft een verdorven regime dat Amerika vijandig gezind is en militair agressief, zoals medecolumnist Bret Stephens betoogt. Het land is al decennialang met de VS in conflict. Vanaf de gijzelingscrisis van 1979, toen Amerikaanse diplomaten en ambassademedewerkers 444 dagen door Iraniërs werden gegijzeld, heeft Iran de Verenigde Staten talloze malen direct en indirect aangevallen.

Door Iran gesteunde terroristen pleegden in 1983 de bomaanslag op een kazerne in Libanon die 241 Amerikanen het leven kostte. Door Iran gesteunde terroristen waren verantwoordelijk voor de dood van 19 Amerikanen bij de bomaanslag op het wooncomplex Khobar Towers in Saoedi-Arabië in 1996. Door Iran gesteunde milities hebben in Irak honderden Amerikaanse militairen gedood.

Sinds de tweede Irakoorlog worden Amerikaanse troepen in Irak onophoudelijk door milities van Iran belaagd. Je mag wel stellen dat Iran al decennialang onvermoeibaar bezig is Amerikanen aan te vallen en te doden.

Daarnaast heeft Iran een van de meest agressieve en destabiliserende regimes ter wereld. Het steunt Hamas, Hezbollah en de Houthi’s, drie van de meest geduchte terroristische milities ter wereld, het vuurt raketten af op Israël en heeft Rusland drones geleverd voor zijn illegale invasie van Oekraïne.

En de eigen bevolking wordt hardhandig onderdrukt. Het regime drukt alle kritiek de kop in, ontneemt vrouwen de meest elementaire mensenrechten en deinst er niet voor terug om bij protesten de eigen burgers bij duizenden af te slachten.

Als je een lijstje wil maken van landen die vooral niet de beschikking moeten krijgen over een kernwapen, eindigt Iran heel hoog, zo niet bovenaan. Verhinderen dat Iran een kernwapen kan inzetten moet een van onze hoogste nationale veiligheidsprioriteiten zijn.

Zoveel mogelijk slachtoffers

Maar er waren ook goede argumenten tegen een aanval.

Zoals mijn collega Eric Schmitt eerder berichtte, is Trump door zijn stafchef, generaal Dan Caine, gewaarschuwd dat er een groot risico bestaat op slachtoffers en dat een campagne tegen Iran een zware wissel trekt op de voorraad precisiewapens, net nu die hard nodig zijn om China te weerhouden van eventuele manoeuvres tegen Taiwan.

Bovendien komt Iran nu misschien tot de overtuiging dat het zich niet meer hoeft in te houden, maar simpelweg zo veel mogelijk slachtoffers moet gaan maken onder de Amerikaanse strijdkrachten (en misschien zelfs onder Amerikaanse burgers). Het heeft al verschillende landen in de Golfregio aangevallen. Tot dusver hebben die aanvallen niet veel schade aangericht, maar het is te vroeg om daaruit op te maken dat Iran de VS of onze bondgenoten geen pijn kan doen.

En als we die verliezen lijden zonder dat we een eind maken aan een nucleair programma waarvan Trump bovendien eerder gezegd heeft dat het al ‘weggevaagd’ wás, zonder dat er uiteindelijk een nieuw regime komt (ook al is de hoogste leider nu dood) en zonder dat we demonstrerende burgers ook maar enige bescherming kunnen bieden, dan hebben we straks in feite een zinloze, dodelijke oorlog verloren.

Meegesleurd door koningen

Laat u door niemand wijsmaken dat moderne presidenten het Congres nu eenmaal overslaan. Dat we aan Trump eisen stellen die we aan niemand anders stellen. Het ministerie van Justitie liet president Bush in 2002 weten dat hij beschikte over „afdoende wettige en grondwettelijke gronden voor de inzet van geweld tegen Irak”, ook zonder expliciete toestemming van het Congres of een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Toch vroeg Bush eerst om die toestemming en die resolutie (die hij ook kreeg), net zoals zijn vader eerder had gedaan met operatie Desert Storm tegen Saddam Hoessein.

Hoe je ook denkt over operatie Iraqi Freedom (ik stond er toen en sta er nog steeds achter), onze troepen trokken ten strijde in het besef dat een meerderheid van het Amerikaanse volk achter hen stond. Ze wisten dat politici aan beide kanten van het politieke spectrum voor die strijd hadden gestemd.

Nu zijn miljoenen Amerikanen verbijsterd door de gebeurtenissen. Er is geen nationale consensus over het besluit om Amerikaanse levens op het spel te zetten. Er is zelfs geen consensus onder de Republikeinen. Er is alleen een individuele consensus, van een grillige man die zo is losgezongen van de realiteit dat hij op Truth Social daadwerkelijk een artikel heeft gedeeld met de kop: ‘Iran probeerde in 2020 en 2024 de verkiezingen te verstoren om een zege van Trump te verhinderen, en kan nu weer oorlog met de VS verwachten‘. Maken Trumps complottheorieën hem ook meer bereid om oorlog te voeren?

Na afloop van de Amerikaanse oorlog met Mexico schreef het kersverse Congreslid Abraham Lincoln in 1848: „Altijd hebben koningen hun volk meegesleept in en armer gemaakt door oorlogen, waarbij ze doorgaans, zij het niet altijd, pretendeerden dat die oorlogen in het belang van dat volk werden gevoerd. Dit vonden onze grondleggers de meest schadelijke van alle vormen van koninklijke onderdrukking, en ze besloten daarom de grondwet zo te formuleren dat niemand de macht kreeg om ons aan deze vorm van onderdrukking te onderwerpen.” Dat waren toen wijze woorden en dat zijn ze nog steeds. Trump is geen koning, hoe hij daar zelf ook over moge denken. Maar door Amerika op eigen houtje een oorlog in te slepen, gedraagt hij zich wel zo.

Dit artikel verscheen eerder in The New York Times en werd geselecteerd en vertaald in samenwerking met 360 Magazine.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Amerikaanse politiek

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next