Oorlog in Iran Europa kijkt naar de situatie in Iran met distantie en gerede twijfel. Maar onze belangen staan wel op het spel, schrijft Steven Everts.
Hoe loopt dit avontuur van Trump af? Er is duidelijke afschuw voor de terreur van de moellahs, maar ook grote twijfel of regime change vanuit de lucht wel haalbaar is. Hoe zit het met onze burgers in de regio? En vooral, mag dit allemaal wel volgens het internationaal recht? Kan iets legitiem zijn zonder dat het legaal is?
Steven Everts is directeur van het EU-Instituut voor Veiligheidsstudies
Schok, scepsis, een zeker provincialisme en vooral een vlucht in discussies over principes. Dit zijn de belangrijkste elementen van de Europese reactie. Zoals wel vaker in Europa gaat het vooral over wat we ervan vinden, en minder over wat we gaan doen.
Dit alles uitdrukkelijk vanaf de zijlijn: want ja, Europa was niet geconsulteerd en doet uitdrukkelijk niet mee aan de militaire operaties. Dit is een totaal andere oorlog dan die in Afghanistan of Irak, of zelfs de aanvallen van vorige zomer op Iraanse nucleaire installaties. Daar waren sommige Europese landen wél bij betrokken, onder andere om het Israëlische luchtruim te beschermen.
Deze oorlog is van een andere orde en heeft een ander doel. We kijken ernaar met distantie en gerede twijfel. Maar onze belangen staan wel op het spel: regionale stabiliteit, energie en onze democratische geloofspapieren. Natuurlijk doet het ertoe welke principiële positie we innemen. Maar Europa moet oppassen dat het niet blijft hangen in enkel morele verontwaardiging en voorspellingen dat Trumps ondoordachte campagne slecht zal aflopen voor een Iraanse bevolking die al zo lang wordt onderdrukt.
Ja, de toekomst is onzeker, maar de vraag is: wat gaan wij doen om die ongewisse toekomst te beïnvloeden? Wat gaan we aan risico’s afdekken? Hoe worden we meer speler en minder commentator? Hier drie ideeën.
Europa roept om de-escalatie – en terecht. Dat was de duidelijke boodschap van de 27 EU-ministers van Buitenlandse Zaken die zondag in spoedvergadering bijeenkwamen. De vraag is hoe je die de-escalatie voor elkaar krijgt, nu Iran er alles aan doet om buurlanden mee te slepen in een grotere regionale oorlog. De raketten en drones vliegen letterlijk alle kanten op, zelfs richting EU-lidstaat Cyprus.
Niets wijst erop dat Israël en de VS het tempo van de aanvallen in Iran snel zullen verminderen. Na de dood van opperste leider Khamenei en de eerste beelden van anti-regimeprotesten willen zij juist doorstoten. Maar hoe meer het regime en de Revolutionaire Garde in het gedrang komen, des te harder zij zullen optreden, in Iran en daarbuiten.
De sleutel naar de-escalatie ligt in de Golfstaten. De EU moet nu inzetten op een coalitie met die landen, samen met Turkije, het Verenigd Koninkrijk, India, China en anderen. Dit zijn allemaal landen die niet om deze oorlog hebben gevraagd maar wel de gevolgen ondervinden. Het gaat nu vooral om een diplomatiek initiatief om Trump ook een uitweg te bieden. Waarom stuurt Europa niet snel aan op een diplomatieke top met deze groep, in Riad of Istanbul, of elders in de regio als het luchtruim weer open is?
Ten tweede is er de dreiging dat de Straat van Hormuz dichtgaat of dichtblijft. Er zijn berichten dat Iran gericht tankers aanvalt en zeker is dat verzekeringspremies snel omhoogschieten. Dat meer dan 20 procent van de totale olie- en gasexport op het spel staat, is genoegzaam bekend. Maar het gaat om meer: ook kunstmest en tal van andere strategische producten, die ook van en naar Europa moeten.
Nu zijn er tal van militaire operaties om maritieme veiligheid in de regio te bevorderen. Je hebt Operatie Sentinel, waarin de VS en het VK het voortouw hebben, maar ook Operatie Agenor, waarin juist de Europeanen (inclusief Nederland) en de Golfstaten samenwerken. Voor Europa en de Golfstaten zou het uitbouwen van Agenor weleens de voorkeur kunnen hebben, juist omdat de VS duidelijk partij zijn in de oorlog. De EU zelf heeft overigens Operatie Aspides in de Rode Zee, en die zou hier ook bij betrokken kunnen worden om een bredere dekking te geven van vrije scheepvaart.
Ten slotte de moeilijkste vraag: wat kunnen we doen voor de Iraanse bevolking en haar democratische aspiraties? Dit is oprecht een dilemma. Enerzijds is er een opening na de dood van Khamenei en andere kopstukken. Tegelijkertijd liggen de debacles van Irak en Afghanistan vers in het geheugen.
Misschien lijkt de huidige situatie nog het meest op die in Libië na de val van Gaddafi in 2011 – en daar is het niet goed afgelopen. Niemand weet of het regime in het zadel blijft en zo niet, wat ervoor in de plaats zou komen. Zeker is wel dat de Iraanse oppositie alle steun verdient: moreel, financieel en met moderne communicatietechnologie, om de repressie te ontlopen.
Burgers kunnen meer doen dan filmpjes delen op sociale media: steun aan betrouwbare diaspora-initiatieven en fondsen voor veilige communicatie helpt opposanten overleven en organiseren. Overheden moeten denken aan gerichte sancties en tech-exportrestricties, plus geld voor aan onafhankelijke media en noodvisa voor mensen die echt in het gedrang zitten.
De kaart van Midden-Oosten wordt hertekend. Europa moet de brug slaan van het oplepelen van principes naar het uitoefenen van invloed. De wedstrijd wordt niet vanaf de zijlijn gewonnen.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet