Home

Maarten (54): ‘Nooit heb ik een baan gehad die voldoening gaf’

Als Maarten gaat studeren, kiest hij voor een studie met goede baankansen: bedrijfseconomie. Had hij dat maar nooit gedaan. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.

Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.

Maarten (54):

‘Mijn ouders hadden een kledingwinkel, een nette herenmodezaak met veel pakken. De opa van vaderskant was kleermaker met een eigen zaak. Mijn vader is hem opgevolgd en heeft het bedrijf omgeturnd naar confectie. Door met mijn vader te trouwen, kwam mijn moeder ook in de winkel; zo ging dat toen, het was een familiebedrijf.

‘Toen ik jong was, gingen veel mensen ervan uit dat ik de zaak van mijn vader zou overnemen. Misschien dat ik er daardoor nooit over nadacht wat ik wilde worden. Op mijn 15de kwam ik er pas achter dat een kledingwinkel niets voor mij was. Tegelijkertijd had ik ook geen idee wat ik na de havo wilde gaan doen, dus ik ging na mijn examen naar het atheneum.

‘Op de havo is het woord universiteit nooit gevallen, terwijl het op het atheneum opeens vanzelfsprekend was dat je ging studeren. Een docent zei meermaals dat wij leerlingen tot de bovenste 10 procent van de samenleving behoorden. Toen ik dat voor het eerst hoorde, was ik stomverbaasd, maar bij de rest van de klas ging het erin als Ketellapper.

‘Het vak geschiedenis heeft me altijd bovenmatig geïnteresseerd. Van jongs af aan las ik graag boeken over ridders en cowboys. Het studieboek had ik halverwege het jaar al uit en ik had een fascinatie voor het interbellum. Ik kleedde me ook in die stijl; ik had zo’n Casablanca-regenjas die Humphrey Bogart altijd droeg, en wit-bruine schoenen met gaatjes. Als mijn ouders in de zaak stonden en ik alleen thuis was, keek ik op de Belgische zender naar historische films.

‘Toen ik mijn voorkeur voor een studie geschiedenis met mijn vader besprak, vroeg hij: ‘Wil je dan leraar worden?’ Ik wilde helemaal niet voor de klas staan, dus hij had wel een punt, dacht ik toen. Het werd bedrijfseconomie. Niet omdat ik dat nou per se heel leuk vond, maar het was een hele brede studie waar je alle kanten mee op kon. Ik koos de organisatierichting, maar ik liep er niet warm voor.

‘Wel vond ik het heel leuk om op kamers te wonen. Ik genoot erg van de vrijheid, de vriendschappen en het studentenleven. Het idee om van studie te switchen is nooit in me opgekomen. Ik had er vertrouwen in dat ik uiteindelijk wel op mijn plek zou vallen.

‘Een paar jaar na mijn afstuderen kwam ik in een staffunctie terecht bij een multinational in de Randstad, een meer dan uitstekende baan waarvan ik dacht dat ik hem ambieerde. Het bedrijfsproces verbeteren en optimaliseren, daarin had ik me gespecialiseerd. Al snel bleek dat de CEO het verbeterprogramma had geïnitieerd, maar dat de divisiedirecteuren er niet bijzonder op zaten te wachten. Ik schreef rapporten die onder in de la verdwenen.

‘In toenemende mate realiseerde ik me dat het bedrijfsleven me helemaal niet interesseerde. Op aanraden van een collega schreef ik me in voor een inspiratieweek. Daar kwam uit dat ik het type ‘zorgzame verrasser’ ben. Ik nam ontslag en besloot in de horeca te gaan.

‘Twintig jaar heb ik in de horeca gewerkt, van alles heb ik gedaan. Ik werkte als kok in de keuken van een organisatie die cursussen aanbood, had zeven jaar een eigen cateringbedrijf en werkte als freelance kok bij een landelijke stichting tegen eenzaamheid. Mijn laatste horecabaan was bedrijfsleider in een schoolkantine. Ik was een goede gastheer, contact maken met mensen gaat me makkelijk af. Maar op een gegeven moment ontdekte ik dat het op was; mijn glimlach werd een horecaglimlach. Dat was het moment om ermee te stoppen.

‘Vervolgens ben ik als fietskoerier gaan werken. Dat is het leukste werk dat ik ooit heb gedaan, altijd buiten en in beweging. Maar na drie jaar kreeg ik last van mijn knieën, waardoor ik moest stoppen. Links heb ik een knieprothese, rechts een beschadigde meniscus. En nu zit ik in de WW en ben ik aan het uitzoeken wat ik wil en wat ik nog kan.

‘Als ik reflecteer op mijn leven, is mijn werk altijd een struggle geweest. Nooit heb ik een passende werkplek gevonden waarin ik mijn talent kwijt kon, een baan die voldoening gaf. Nu ik op een dood spoor ben beland, heb ik veel spijt dat ik destijds niet geschiedenis ben gaan studeren. Ik ben weliswaar bedrijfseconoom, maar wel een heel slechte bedrijfseconoom.

‘Toen ik een kort loopbaantraject volgde, kwam daar conducteur uit. Op zich geen gek idee: het is dynamisch, je bent een soort gastheer en er zit ook een serieuze kant aan. Alleen ben ik kleurenblind en vanwege de seinen is kleuren kunnen onderscheiden een vereiste. Ik raak moegestreden en zoek mijn heil maar in laaggeschoold werk met weinig verantwoordelijkheid. Wat me op dit moment aanspreekt is servicemedewerker, dat zijn de mensen met blauwe jassen en een petje die je zeggen of je op perron 14 of perron 6 moet zijn.

‘Mijn leven had er anders uitgezien als ik geschiedenis was gaan studeren. Ik heb natuurlijk geen idee waar ik terecht was gekomen want er zijn zoveel mensen niet werkzaam in het specifieke vakgebied van hun studie. Maar als ik geschiedenis was gaan studeren had het leven me kansen gegeven en in mijn fantasie was het makkelijker geweest om ze te pakken. Bedrijfseconomie is een verkeerde beslissing geweest en dat heeft mijn leven moeilijker gemaakt. Ik had er vertrouwen in dat het met zo’n veelzijdige studie wel goed zou komen maar dat is niet gebeurd.

‘Als ouders bij het voetbalveld vroegen wat ik deed, voelde ik me er enigszins ongemakkelijk bij dat ik moest zeggen dat ik fietskoerier was. Ik ben een welbespraakte, breed geïnteresseerde, universitair geschoolde man, maar mijn uurloon op mijn 54ste is lager dan het startsalaris van mijn beide zonen. Op mijn leeftijd, althans zo’n beeld heb ik, zou het harde werken een beetje voorbij moeten zijn en zou je ervaring moeten tellen. De dingen zouden iets makkelijker moeten worden, ook financieel. Wij hebben helemaal niks te klagen, maar het is wel scherp aan de wind zeilen. Al mijn studievrienden verdienen meer dan ik.

‘Mijn vrouw interesseert het niks dat ik geen carrière heb. Zij heeft zelf een baan in de ggz die haar veel voldoening geeft en waarin ze al haar talenten kwijt kan. Ze vraagt weleens waarom ik niet alsnog geschiedenis ga studeren. Ik weet eerlijk gezegd niet of dat de juiste beslissing is, omdat is gebleken dat ik niet zo goed ben in het maken van de juiste keuzes. Ik leer vooral door dingen fout te doen. Ik kan me beter oriënteren op een duurzame baan voor de vijftien jaar dat ik nog moet werken. Een droombaan zal het waarschijnlijk niet meer worden, daar heb ik me bij neergelegd. That ship has sailed.

‘Mijn spijt kent niet alleen negatieve kanten, daarmee zou ik mezelf tekort doen. Spijt is in mijn ogen het onvermogen om te dealen met hetgeen wat het leven je geeft, wat op je pad komt. Met spijt neem je jezelf iets kwalijk wat eigenlijk niet eerlijk is, want op dat moment wist ik het gewoon niet. Ik heb er wel van geleerd, namelijk dat ik bij mijn gevoel moet blijven. Als ik mijn hart had gevolgd, had ik geschiedenis gekozen.

‘Ik heb mijn twee zoons nadrukkelijk meegegeven dat ze moesten studeren wat ze leuk vinden, zonder rekening te houden met de kansen op de arbeidsmarkt. Je weet toch niet hoe het leven loopt. En de belangrijkste les: een goede relatie en een fijn gezin zijn veel belangrijker dan een baan. Mijn gezin is mijn grootste maatschappelijke prestatie en daar ben ik ontzettend trots op.’

Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next