Home

Hoe bereiden nieuwe raadsleden zich voor? ‘Probeer je stem te laten horen, maar blaas niet gelijk té hoog van de toren’

Gemeenteraadsverkiezingen Op de training ‘Aan de slag als raadslid’ krijgen toekomstige raadsleden handvatten om hun weg te vinden in de wereld van dossiers, vergaderingen en politieke belangen. „Zet je je in voor het individu, als een soort ombudsman, of kies je voor het algemeen belang?”

Toekomstige gemeenteraadsleden uit verschillende plaatsen krijgen in een buurthuis in Weert een cursus die hen voorbereidt op het werk als raadslid.

Oké, je bent nieuw in de gemeenteraad en op je eerste raadsvergadering staan meteen vier dossiers op de agenda met een bespreekstuk van honderden pagina’s. Cursusleider Tiny Valckx toont de casus op de PowerPoint en kijkt vragend het zaaltje in. „Hoe bereid je je voor?”

„Mijn vrouw wegsturen!”

„ChatGPT!”

In kleine groepjes bespreken de aankomend raadsleden de antwoordopties en aan tafel achterin neemt Freerk Westera, nummer 8 op de lijst van Dorpsvisie in Oirschot, het voortouw. „Bladeren naar de conclusie is altijd handig. En dan letten op frases als ‘anders gezegd…’.”

„Doe je dat met boeken ook?” glimlacht Rick Custers met z’n armen over elkaar. Het scheelt dat EENLokaal in Venlo, de partij waarvoor hij nummer 16 is op de lijst, al best veel raadsleden telt. „Dan kun je het verdelen.”

„Ik heb er niet zoveel moeite mee”, zegt Margreet van Belle, nummer 2 op de lijst ODE Eijsden-Margraten. „Ik hou van taal. Maar dan wel begrijpelijke, want” – ze haalt enthousiast een flyer met haar foto uit haar tas – „daar sta ik voor: Open Democratisch Eerlijk.”

„Raadswerk” – cursusleider Tiny Valckx pakt het weer plenair op – „is niet zomaar effe een kippetje dat je verorbert”. Ze heeft er op de PowerPoint een passend plaatje bij. En dat leidt meteen weer tot een vraag uit het publiek. „Hoeveel tijd gaat het raadswerk je eigenlijk kosten?”

Het Kennispunt Lokale Politieke Partijen organiseert op verschillende plaatsen een cursus voor aankomend gemeenteraadsleden. Tiny Valckx (staand), ervaren raadslid in Peel en Maas, gaf de cursus in Weert.

Met vijftien toekomstig raadsleden, jong en oud, zit het zaaltje in buurthuis Fatima in Weert maandagavond aardig vol. ‘Aan de slag als raadslid’, heet de cursus die Kennispunt Lokale Politieke Partijen in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in het hele land organiseert. Tiny Valckx, al zestien jaar raadslid namens Lokaal Peel en Maas, geeft ’m in Weert nu voor het derde jaar. De cursisten komen uit alle windstreken – van partijen als Samen Verder Leudal tot Weerbaar Waddinxveen – en vrijwel allemaal zijn ze, zoals één zegt, nog „hartstikke groen” in de politiek.

Ze hebben er „zin in!”, beschouwen de lokale politiek als „een uitdaging” en vooral de oudere garde wil zich na een persoonlijke carrière nu „dienstbaar maken”. Zoals Rick Custers, oud-onderwijzer, die dit jaar overstapte „van klaslokaal naar EENLokaal”. En ook Freerk Westera besloot na de afbouw van zijn therapiepraktijk – hij is 71 jaar – „van betekenis” te willen zijn voor de gemeenschap waarin hij woont. Die keuze maakte hij twee maanden geleden pas.

Door tot na elven

Júíst van invloed willen zijn op je directe omgeving, en niet op de landelijke: die motivatie proeft cursusleider Valckx steeds vaker bij aankomend raadsleden. Want in Den Haag, luidt het sentiment, maken ze er een potje van, dus laten we het lokaal dan beter doen. Het verklaart ook waarom alle vijftien cursisten vanavond zijn aangesloten bij een lokale partij en niet bij een afdeling van een landelijke partij.

Ook een veelgehoorde motivatie: onvrede over de besluitvorming in je eigen omgeving. Dat speelde bij Margreet van Belle, eigenaar van een bureau voor Afrikareizen, die als inwoner ervoer hoe moeilijk het is om in haar gemeente bezwaar te maken tegen de oneigenlijke woningbouw rondom de Amerikaanse Begraafplaats in Margraten. „En dan kun je boos aan de zijlijn blijven staan of je kunt – mijn motto – proberen zelf iets te doen.”

En ja, Van Belle – ook de armen over elkaar – kwam gelijk als tweede op de lijst terecht. Want over háár – buurman Rick Custers knikt instemmend – lopen ze straks in de gemeenteraad heus niet zomaar heen. Custers: „Dat straalt u uit.”

„Zestien tot twintig uur per week staat ervoor”, zegt cursusleider Valckx over de tijd die het raadswerk kost. „Maar het kan erg verschillen.” Het hangt af van je netwerk en van je positie op de lijst. Ook van het aantal fractieleden met wie je de werklast deelt. En van je eigen stijl als raadslid. En van de vergadercultuur in de raad – „in sommige gemeenten gaan ze door tot na elven”. En acute dossiers kunnen je aandacht vragen, ook in het weekend. Of je dan – vraag van een cursist – tijdens een verjaardag de telefoon opneemt? „Die keuze moet je zelf maken.”

Voorheen, vertelt Valckx, stonden persoonlijke telefoonnummers van raadsleden nog vaak op de website van partij of gemeente, maar dat zie je nog zelden. „De sfeer is er niet meer naar.”

Zelf heeft Valckx in haar zestien jaar raadswerk de verharding zien toenemen; een gevolg van het opkomend populisme. En in haar eigen gemeenteraad valt het nog mee, daar kunnen coalitie- en oppositiepartijen het nog altijd goed met elkaar vinden. Maar nu met de komst van een nieuwe partij, die telkens de boel op scherp zet, ziet ze ook in haar raad het effect: „Iedereen is nu meer aarzelend, op z’n hoede. Bang om het verkeerde te zeggen.”

Cliëntelisme

„We leven in een tijd van polarisatie”, knikt Rick Custers. „Bij ons in Venlo speelt nu weer iets met een asielzoekerscentrum. En zodra je als raad daarmee te maken krijgt…”

Dát was zijn aarzeling, beaamt Westera, om raadslid te worden. Want uit zijn therapiepraktijk kent hij de voorbeelden. Wethouders die voordat ze gingen slapen de telefoon op hun nachtkastje hoorden trillen: sms van een onbekend nummer. ‘Welterusten…’ „Ja, dat was wel een van de dingen waarvan ik dacht…”

Ook in raadsvergaderingen gaat het er soms hard aan toe en dat is wel iets, zegt Valckx, waar de beginners aan moeten wennen. „Bij élk dossier zijn er voor- en tegenstander en ook daarmee moet je leren omgaan.” Interrumperen is een kunst, maar omgaan met geïnterrumpeerd wórden net zo goed. „Dat brengt je vaak even van je à propos. Precies wat de ander wil bereiken.” Haar tip: probeer als beginner je stem te laten horen, „maar blaas niet gelijk té hoog van de toren”.

Cursusleider Tiny Valckx, al zestien jaar gemeenteraadslid voor Lokaal Peel en Maas.

„En zorg ervoor” – Westera knipoogt – dat je cv klopt op LinkedIn!”

Oké, één casus nog. Je hoort als nieuw raadslid van een inwoner dat het plantsoen op de Berkenlaan niet goed is onderhouden. Valckx toont het voorbeeld op de PowerPoint en verdeelt de zaal weer in groepjes. Rondkijkend: „Wat doe je?”

„Ik zou denken” – Westera begint – „wacht eens, dit is niet mijn taak. Cliëntelisme! Liever ben ik als raadslid bezig op een ander abstractieniveau.”

Custers, opverend: „Maar je vertegenwoordigt je mensen toch? Die moet je toch serieus nemen?”

Westera: „Al direct toen bekend werd dat ik raadslid wilde worden, kwamen er mensen uit mijn directe omgeving naar me toe: als jij erin zit, kun je dit en dit voor me regelen?”

Margreet van Belle twijfelt. „Bewoners moeten zich gehoord voelen. Maar wat ga je eraan doen?” Wacht, ze weet het! „Luisteren naar het verhaal en verwijzen naar de meldingsapp. Elke gemeente heeft er één.”

„Altijd laten zien dat je de burger serieus neemt”, zegt Tiny Valckx, die ‘m weer plenair pakt. „Maar doe nooit zomaar een belofte. Zeg liever: ik ga er intern mee aan de slag.”

Dit is, zegt ze, dé vraag die elk beginnend raadslid zich moet stellen: „Zet je je in voor het individu, als een soort ombudsman, of kies je voor kwesties in het algemeen belang?”

„Géén individuele dossiers”, klinkt uit de zaal. „Dan laat je je voor andermans karretje spannen.” „Waar ligt de grens?” „Je houdt geen tijd meer óver!”

„O nee? Waarom niet?” Custers, armen nog altijd over elkaar, is het er niet mee eens. „Ik ben een sociale vechter! Ik ga er al-tijd voor!”

Valckx: „Ook als twee buren ruzie hebben om een paaltje?”

„Als dat paaltje op gemeentegrond staat…” Custers richt zich tot de zaal: „Het zijn maar kleine dingen hè. Maar zóveel mensen in onze samenleving pakken de telefoon en worden doorverbonden, van het kastje naar de muur. En juist dan kun je als raadslid….” – hij zwijgt even – „sorry dat ik me zó opwind.”

Margreet van Belle, knipogend: „Nog vol vuur hè.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief De Haagse Stemming

Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag

Verkiezingen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next