Nu Duitsland opnieuw nadenkt over militaire dienst, rijst onder jongeren de vraag wat het land hén biedt. Die twijfel staat in schril contrast met het verleden, toen oorlog werd verheerlijkt als morele en spirituele roeping voor individu en natie.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn.
Midden in de Eerste Wereldoorlog schreef de Duitse psychiater Alfred Hoche zijn boek Krieg und Seeleleben (‘oorlog en zieleleven’). Het ging niet over oorlogstrauma’s, maar juist over de weldadige uitwerking van de oorlog op het individu en de natie. Individuele zorgen werden overvleugeld door een grootse nationale opdracht.
‘Als mensen boven zichzelf uitstijgen, dan spreekt men van een heldentijd, en we kunnen rustig zeggen: nu leven we in een heldentijd’, schreef psychiater Hoche over een oorlog die bijna twee miljoen Duitse soldaten het leven kostte.
Tijdens het Keizerrijk (1871-1918) was Duitsland het meest militaristische land van Europa, maar van de zucht naar glorie op het slagveld is tegenwoordig weinig meer over. ‘Waarom zou ik voor een land vechten, als dat land niet voor mij vecht?’, vroeg een jonge man in december aan Friedrich Merz, in een televisie-uitzending waarin de Duitse bondskanselier met burgers sprak. Duitsland wil een vorm van militaire dienst invoeren, aldus de jongen, maar wat doet Duitsland voor mij? De cultuurpas afgeschaft, de treinkaartjes worden duurder en het is maar de vraag welk pensioen er voor mij overblijft.
Ooit zagen jonge Duitsers de militaire dienst als de heilige plicht aan het vaderland. Nu kan zij worden weggestreept tegen goedkope treinkaartjes. Aankomende donderdag staken Duitse scholieren voor de tweede keer tegen de herinvoering van de militaire dienst. In eerste instantie wil de Duitse regering peilen of er genoeg vrijwilligers zijn. Als dat niet het geval is, kan er een vorm van dienstplicht worden heringevoerd, tot ongenoegen van de Duitse jongeren.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
Tot ver in de Tweede Wereldoorlog beschouwden veel Duitse soldaten de oorlog nog als een spirituele missie voor het vaderland, schrijft historicus Frank Trentmann in zijn boek Uit de schaduw (2024). Hij citeert uitgebreid uit het dagboek van de soldaat Reinhold Reichardt, die de oorlog ziet als een ‘strijd om de puurheid van de menselijke ziel’. Door opoffering reinigt de krijger zijn ziel, waardoor hij ‘zijn weg terug naar God vindt als zijn nederige zoon’, schrijft Reichardt. In vredestijd werd de man in beslag genomen door zijn egoïsme, zijn kleine zorgen en materiële belangen. De oorlog daarentegen gaf hem een hoger doel, de strijd voor het vaderland en voor de Duitse Kultur, die zo veel beter was dan de materialistische samenleving van zijn vijanden. De mogelijke heldendood is de spirituele bekroning van deze strijd. De soldaat is bereid om alles op het spel te zetten voor het vaderland.
Deze verheven ideeën liepen stuk over de gruwelen van de oorlog. Reichardt schrijft over een sergeant die een verpleegster doodschoot, haar broek naar beneden trok en tegen zijn manschappen riep: ‘Kom op, ze is nog warm!’. De morele catastrofe van de Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan een eeuwenlange militaristische traditie. Na de nederlaag werd Duitsland ontwapend, maar in de jaren vijftig waren Duitse soldaten weer hard nodig voor de verdediging van West-Europa tegen het communisme. De Ohne Mich (‘zonder mij’)-beweging verzamelde echter zes miljoen handtekeningen tegen de Duitse herbewapening. Veel Duitsers hadden genoeg van krijgsgeweld. Bovendien vertrouwden ze zichzelf niet meer. Het Derde Rijk had laten zien dat de oorlog brave huisvaders tot beulen kan maken.
In 1955 werd een nieuw leger opgericht, de Bundeswehr. Maar na de val van de Muur in 1989 werd het ‘vredesdividend’ gretig geïncasseerd. Duitsland bezuinigde zo sterk op zijn leger dat de Bundeswehr een ‘pechleger’ werd, aldus historicus Sönke Neitzel in zijn boek Deutsche Krieger (2020), ‘mikpunt van openlijke spot, omdat zijn vliegtuigen niet vlogen, zijn tanks niet reden en zijn duikboten niet doken’.
De Duitsers waren zo druk bezig met goede, pacifistische Duitsers te worden, dat ze blind waren voor nieuwe geopolitieke gevaren, betoogde historicus Trentmann. De Russische inval in Oekraïne en de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis drukten ze met de neus op de feiten. Het land kan niet langer rekenen op de Amerikaanse bescherming tegen Russische agressie. Nu wil Duitsland het sterkste leger van Europa creëren, een voornemen dat gesteund wordt door een ruime meerderheid van de bevolking. Alleen: wie wil er nog vechten? Van de 18- tot 29-jarigen is 61 procent tegen elke vorm van verplichte militaire dienst, bleek uit een recente peiling. De heldendood heeft duidelijk zijn mystieke glans verloren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant