nieuwsbriefMachtige Tijden
Machtige Tijden Het kabinet-Jetten brengt een nieuwe dynamiek in de politiek: minder grote woorden, meer redelijkheid. Maar eerste haarscheurtjes dienen zich aan en het diep verdeelde radicaal-rechts zoekt alweer een nieuwe verlosser.
Dilan Yesilgöz en Herman Tjeenk Willink eind vorig jaar in de Grote Kerk in Den Haag.
Op de viering van tachtig jaar PvdA, drie weken geleden, maakte Herman Tjeenk Willink enkele zoekende opmerkingen. Tussen 1970 en 2021 was hij – als ambtenaar, adviseur of informateur – betrokken bij elf kabinetsformaties. Niemand heeft zoveel ervaring met Haagse machtsvorming. D66, zei hij, „is een partij die oprecht veranderingen wil, maar het inzicht in hoe macht werkt soms mist”.
Zo probeerde hij de uitkomst van de formatie te verklaren. De VVD haalde „het slechtste verkiezingsresultaat” in jaren, staat inhoudelijk stil, maar ging er „zowel in het voorgenomen beleid als bij de samenstelling van het kabinet met de buit vandoor: Yesilgöz I.”
Als voorstander van de vorming van GL-PvdA verkende hij ook de betekenis van de fusiepartij de komende jaren. Geen „naar links afzwenkende” partij. Streven naar „stabiliteit en solidariteit”. „GL-PvdA niet als radicale uitkomst van een fusie, maar als ‘redelijk alternatief’.”
Ik moest driemaal aan hem denken op de dag dat het kabinet-Jetten debuteerde in de Kamer. Rob Jetten (Algemene Zaken, D66) begon zijn regeringsverklaring met een verwijzing naar Jan Terlouw, die D66 begin jaren tachtig groot maakte als „het redelijk alternatief”. En oppositieleider Jesse Klaver (GL-PvdA) koos definitief voor constructieve oppositie. Kritisch op beleidskeuzes maar op zoek naar redelijke oplossingen.
Ook Tjeenk Willinks scepsis over de VVD kwam in beeld. Minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) maakte bekend dat nieuwe wetgeving voor de belasting van vermogen (Box 3) wordt herzien. Fiscalisten en lobbyisten voerden er campagne tegen omdat beleggingswinsten worden belast op aandelen die nog niet verkocht zijn.
Het bracht de nieuwe BBB-leider Henk Vermeer, de laatste jaren coalitiegenoot van de VVD, tot een verzuchting over de ware aard van de VVD-zuinigheid: „Strikt en streng als het om begrotingsregels gaat – maar soms via de minister van Financiën net zolang buigen en schuiven totdat de eigen plannen financiële dekking krijgen.”
Het raakt aan een serieus risico voor dit kabinet. De VVD kreeg haar zin in de formatie met strakke afspraken over de financiën: geen hoger tekort, geen hogere schuld, amper hogere belastingen. Het beperkt mogelijkheden om zaken te doen met de oppositie over gevoelige thema’s als uitkeringen en zorg. Heinen zei eerder dat er geen ruimte is die afspraken te veranderen.
Maar al vroeg op de tweede dag van het debat zei Jetten, zoals NRC schreef, dat die ruimte er wel is. Om meerderheden in beide Kamers te vinden zijn er volgens de premier „in de zomer” wel degelijk „aanpassingen” mogelijk „aan het financiële kader dat er nu ligt vanuit het coalitieakkoord”.
Dus wie de kansen van dit kabinet wil taxeren, moet vooral letten op Jetten en Heinen.
Het eerste debat met de premier eindigde voorspelbaar ongewis: alles is de komende maanden afhankelijk van overleg met maatschappij en Kamerfracties. Jetten kan veel zeggen, maar voorlopig weinig garanderen. Kamerleden kunnen van alles eisen, ook in moties, maar voorlopig weinig afdwingen.
Het brengt een nieuwe dynamiek. Afwachten is niets voor partijen die het tegengeluid vertegenwoordigen. Maar harde confrontatie met het kabinet is ook onlogisch zolang een gunstig akkoord mogelijk blijft. Tegelijk neemt het aanzien van oppositiepartijen die niet meedoen aan akkoorden – PVV, FVD, SP – zichtbaar af: wat zij zeggen, doet er nu amper toe.
Ook de nieuwe VVD-fractievoorzitter maakt verschil: Ruben Brekelmans heeft niet de confronterende stijl van zijn voorganger. Zo verandert het debat. Minder grote woorden, meer redelijkheid.
Het viel wel op hoe weinig aandacht er is voor een klassieke aanjager van sfeerbederf: de portefeuilleverdeling tussen bewindslieden. Een ervaren topambtenaar vertelde me ooit dat de ellendigste conflicten tussen ministers zelden gaan over inhoud en bijna altijd over competenties.
De nieuwe staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit, Willemijn Aerdts (D66), wacht een heidens karwei. Op deelterreinen zijn vijf andere bewindslieden verantwoordelijk voor digitalisering: de minister van Langdurige Zorg, de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, de minister van Volkshuisvesting, de minister van Justitie en de staatssecretaris van Defensie. Als Aerdts dit allemaal ordentelijk weet te coördineren, gaat in haar een politiek megatalent schuil.
Ook zag ik dat de minister én staatssecretaris van Defensie, Dilan Yesilgöz en Derk Boswijk, beide ten dele verantwoordelijk zijn voor het industriebeleid. Geen detail op een ministerie dat miljarden te besteden krijgt. Ook hier: vragen om moeilijkheden.
Het blijvend lage vertrouwen in de politiek, onderstreept in twee recente SCP-publicaties, is een gevaar voor coalitie én oppositie. In een reflectie op het coalitieakkoord benadrukt het planbureau het belang van een betrouwbare overheid. „Het vertrouwen van burgers” zal mede „afhangen van het vermogen van partijen om compromissen te sluiten”.
Feit is dat dit op de (uiterste) rechtervleugel structureel misgaat. Al een kwarteeuw omarmen kiezers op die flank steeds een nieuwe verlosser. Voortdurende chaos. In januari splitste een kwart van de PVV-fractie af. En nadat BBB sinds 2023 een kwart van haar Eerste Kamerfractie kwijtspeelde, is nu ook stemmentrekker Mona Keijzer, BBB-vicepremier onder Dick Schoof, na ruzie over het leiderschap vertrokken uit de Tweede Kamerfractie. Vier maanden na de verkiezingen.
In reconstructies besmeurden de twee kampen elkaar. Van der Plas had het vertrouwen in Keijzer verloren: ze zou te rechts zijn inzake asiel, islam en migratie. Keijzer vond Van der Plas niet professioneel. Van der Plas zou met een wijntje op de bank onverstandige dingen twitteren. Keijzer zou tientallen keren met haar vertrek hebben gedreigd. Ook zou ze buiten Van der Plas en Vermeer contact met de afgesplitste PVV’er Gidi Markuszower hebben gehad.
Over de thema’s waarmee BBB groot werd – boeren, platteland – ging het tijdens de conflicten blijkbaar geen seconde. Zoals de diepgaande ruzie binnen de PVV in januari nooit over asielzoekers of migratie ging. Ook zoiets: de belangen van ontevreden kiezers waarvoor deze partijen claimen op te komen, vormen zelden een beletsel voor nieuwe ruzies en afsplitsingen. Het gevolg is een verder dalend vertrouwen in de democratie.
En dus zijn de 49 (uiterst) rechtse Kamerzetels nu verdeeld over zeven fracties: PVV (19), JA21 (9), FVD (7), Groep Markuszower (7), BBB (3), SGP (3), lid Keijzer (1). Zij beloven een nieuwe orde, zij brengen wanorde.
Het zal ook het nieuwe kabinet raken. Tot nu toe zijn de Groep Markuszower, JA21 en de SGP soms bereid te voorkomen dat het kabinet in gevoelige dossiers, zoals de AOW, afhankelijk is van alleen GL-PvdA. Maar verscherpte electorale concurrentie op de rechterflank leidt vanzelf tot meer radicalisering. Het kabinet-Jetten beschermen is dan geen logische tactiek meer. Met matiging verliezen ze kiezers.
Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet
Binnen uiterst rechts doen speculaties de ronde over een nieuwe partij waarin Mona Keijzer zou samenwerken met Markuszower en Telegraaf-journalist Wierd Duk (die eerder zinspeelde op een nieuwe conservatieve beweging).
LighthouseTV vroeg Markuszower op 18 februari, toen de breuk in BBB nog onbekend was, naar een bericht hierover van een ON!-journalist. De oud-PVV’er bevestigde noch ontkende: „Wierd en Mona en iedereen die zich thuisvoelt bij mij: van harte welkom. […] Ik werk graag met ze samen maar dat wil niet zeggen dat we samen gaan smelten.”
Invloedrijke stemmen op die flank zien in Keijzer een nieuwe verlosser. Zo zag ik dat onderzoeksjournalist Ton F. van Dijk (HP/De Tijd), oud zendercoördinator van NPO 2, haar bewierookt: „De eerste vrouwelijke premier?”
Het is de varkenscyclus van de Nederlandse politiek. Aan de ene kant sinds 2002 een vergeefse zoektocht naar een nieuwe Fortuyn. Aan de andere kant ervaren middenpartijen die de macht overnemen na wéér een mislukt experiment met een Pim-epigoon. Maar zit zo’n coalitie van oude middenpartijen er eenmaal, dan begint alles opnieuw. Het verveelt blijkbaar nooit.
Maandag bekeek ik, twee dagen voor de regeringsverklaring, Nieuws van de Dag op SBS6, de zender van miljardair John de Mol. De nieuwe premier, nieuwe ministers, hun plannen: vanuit talloze invalshoeken (oud-VVD-communicatiedirecteur, peiling, voxpop, Telegraaf-columnist, reportage) werden ze afgeserveerd nog voordat ze waren begonnen.
En wat hieraan ook fascinerend is: het voortdurende vergeten. Alsof de zon onder het kabinet-Schoof alle dagen scheen. Of, nu enkele peilers (enige) groei bij FVD zien, niet meer hameren op dubieuze FVD-kandidaten in gemeenten. Op (afgesplitste) FVD’ers die na de grote zege in 2019 zelden kwamen opdagen. Op FVD-Kamerleden die werden geschorst omdat ze huisregels van de Kamer negeerden. Op de FVD-Kamerfractie in 2023-2025 louter bestond uit veroordeelde parlementariërs. Op de Poetingezinde FVD-directeur die de Europese Commissie neerzet als naziregime.
De dag van de bordesscène van het kabinet-Jetten bracht het geruststellende besef dat een vreedzame machtsoverdracht hier nog altijd volmaakt vanzelfsprekend is. Maar het onderschatte belang van samenwerking en de neiging pijnlijke feiten uit te wissen laten ook zien dat die terugkerende zoektocht naar een verlosser een gevaar voor de democratie vormt dat voortdurend wordt onderschat.
Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.