Donald Trump is een president die graag klappen uitdeelt, maar geen strategie heeft voor de periode daarna.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De eerste maanden van 2026 laten een nieuwe wereldorde zien waarin het recht van de sterkste geldt. De Verenigde Staten ontvoerden de Venezolaanse president Nicolás Maduro, proberen het communistische regime in Cuba uit te roken en vielen afgelopen weekend Iran aan. Deze nieuwe orde is gevaarlijk, omdat zij geweld legitimeert en kleine en grote autocraten aanmoedigt om af te rekenen met zwakkere rivalen in hun omgeving. Trump negeert niet alleen het internationale, maar ook het Amerikaanse recht – hij passeerde het Congres voor de aanval op Iran.
Toch ligt Iran anders dan Cuba of Venezuela. Niet alleen omdat het zelfs naar autocratische maatstaven een uitermate wreed regime kent, maar ook omdat het een agressief land is dat een gevaar vormt voor zijn buren en de wereld. Het steunt terroristische bewegingen als Hamas, Hezbollah en de Houthi’s. Het levert drones en raketten voor de Russische agressie-oorlog in Oekraïne. Het werkt aan een eigen kernwapen, waardoor het een nog groter gevaar voor het Midden-Oosten en de rest van de wereld dreigt te worden.
Dat het Iraanse regime verder wordt verzwakt door de Amerikaanse en Israëlische bombardementen valt alleen maar toe te juichen. Over de dood van de wrede dictator Ali Khamenei hoeft niemand te treuren.
Niettemin is de Amerikaanse aanval op Iran een sprong in het duister. De ‘onthoofding’ van het Iraanse regime is allerminst een garantie op succes. Na de executie van de Libische dictator Muammar Kadhafi in 2011 brak een burgeroorlog uit en viel Libië uit elkaar in twee gebiedsdelen die elkaar nog steeds bestrijden. Ook Iran kan uit elkaar vallen, waardoor het een bron van instabiliteit in de regio kan worden.
Het is evenmin zeker of de Amerikaanse aanval tot de val van het regime zal leiden. Trump heeft de Iraanse bevolking opgeroepen in opstand te komen als de Amerikanen klaar zijn met bombarderen. Dat is wel erg gemakkelijk. Na de operatie Desert Storm in 1991 moedigden de Amerikanen de Iraakse bevolking aan tot een opstand tegen dictator Saddam Hussein. Ze deden echter niets om de Irakezen te helpen. Saddam was verzwakt, maar sloeg de rebellie genadeloos neer.
Na de mislukte interventies in Afghanistan en Irak voelt Trump er om begrijpelijke redenen niets voor om Amerikaanse troepen aan land te sturen die een regime change tot stand zouden kunnen brengen. Het is echter zeer twijfelachtig of het Iraanse regime alleen met luchtaanvallen ten val kan worden gebracht. De kans bestaat evenzeer dat de machthebbers overleven en nog repressiever zullen optreden.
De geschiedenis van de Amerikaanse interventies in het Midden-Oosten laat zien dat het gemakkelijk is om snel klappen uit te delen en succes te claimen, maar heel moeilijk om duurzame veranderingen tot stand te brengen. Trump is een president die klappen uitdeelt, maar geen strategie heeft voor de periode daarna. In Gaza en Oekraïne is deze aanpak vastgelopen. Net als veel Iraanse burgers en ballingen kunnen we slechts hopen dat hij in Iran wel werkt, en dat een verzwakt regime na 47 jaar barbaarse theocratie het laatste zetje krijgt.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant